Veiling van Antiek en Kunst bij veilinghuis Derksen in Arnhem.

Foto Merlin Daleman

Zeven lessen voor de moderne kapitalist

Het kapitalisme slaat zijn vleugels uit, economieën draaien op volle toeren. Hoe lang gaat dat goed? Van oude industrieën en vorige crises valt te leren.

Is Jeff Bezos, de topman van het Amerikaanse Amazon, rijk? Volgens het blad Forbes is hij op dit moment goed voor 131 miljard dollar. Bill Gates, als oprichter van Microsoft een oudgediende in de Forbes-lijst, bezit 95 miljard. Fabelachtig als deze rijkdom mag zijn, bijna anderhalve eeuw geleden zouden de allerrijksten er minzaam glimlachend op neer hebben gekeken. Volgens schattingen bezat spoorwegkoning Cornelius Vanderbilt, in dollars van vandaag, 200 miljard. Staalkoning Andrew Carnegie was goed voor tussen de 310 en 372 miljard dollar en oliemagnaat John D. Rockefeller tussen 336 en 341 miljard.

Zo ver is het nu nog nét niet. Maar de terugkeer van veel verschijnselen uit de late negentiende eeuw moet zo langzamerhand alarmerend overkomen – niet alleen voor de critici van het kapitalisme, maar zeker ook voor de voorstanders. Het proletariaat van toen, de massa van rechteloze arbeiders, heeft een moderne pendant in het ‘precariaat’: werkende mensen voor wie veel bestaanszekerheden zijn weggevallen. De monopolies die de Amerikaanse ‘roofbaronnen’ zo schathemelrijk maakten, vormden zich in de nieuwe bedrijfstakken: staal, olie en spoorvervoer. Anno nu is het bedrijfsmodel van de grote internetondernemingen als Facebook, Google, Amazon of Uber niet veel anders: volledige dominantie in hun eigen veld.

Communistisch Manifest

Kritiek op de ‘financialisering’ van de economie en op de macht van de banken is er, zeker sinds de kredietcrisis, genoeg. Ruim honderd jaar geleden was die er eveneens: in Das Finanzkapital van Rudolf Hilferding uit 1910. En maak van kritiek op ‘globalisering’ kritiek op ‘mondialisering’ en je bent terug bij Karl Marx’ Communistisch Manifest. Het achterblijven van de lonen, groeiende ongelijkheid en het stollen van de bevolking in klassen die zichzelf bestendigen: ook dát zijn voor een deel echo’s uit de negentiende eeuw. Dat was de eerste periode waarin het kapitalisme zijn vleugels mocht uitslaan.

Zijn we in een soortgelijke periode verzeild geraakt? Daar zijn aanwijzingen voor. De val van het IJzeren Gordijn in 1989 betekende dat het kapitalisme voor het eerst sinds 1917 zonder rivalen was. Daarna ging het in het Westen in de overdrive. Werk werd geflexibiliseerd, bankregels versoepeld. De belangrijkste nieuwe markt, het internet, werd niet of nauwelijks gereguleerd. De staat trok zich terug, ten gunste van de markt, die alles beter wist. Privatiseren, dereguleren, flexibiliseren: de burger moest een rationeel kiezende agent van zijn eigen belangen worden.

Nederland, Arnhem, 01-07-19
Serie Fixing Capitalism.
Veiling van Antiek en Kunst bij veilinghuis Derksen.
? Photo Merlin Daleman
Nederland, Arnhem, 01-07-19
Serie Fixing Capitalism.
Veiling van Antiek en Kunst bij veilinghuis Derksen.
? Photo Merlin Daleman
Nederland, Arnhem, 01-07-19
Serie Fixing Capitalism.
Veiling van Antiek en Kunst bij veilinghuis Derksen.
? Photo Merlin Daleman?
Foto’s Merlin Daleman


Maar wat waren de lessen van de negentiende eeuw ook alweer?

  1. Kapitalisme floreert als er concurrentie is. En die concurrentie moet je soms afdwingen. In het eerste decennium van de twintigste eeuw werd Standard Oil, het concern van Rockefeller, opgebroken in kleinere oliemaatschappijen die met elkaar moesten gaan concurreren. Dat was het begin van de moderne mededingingswetgeving, die een te grote marktmacht van ondernemingen moet inperken en monopolies voorkomen.

  2. De werknemer bleek niet alleen nodig als arbeidskracht, maar ook als consument. Want uiteindelijk was een brede welvarende bevolking de markt waar de ondernemer het van zou moeten hebben. Zie automobielmagnaat Henry Ford, die zich realiseerde dat zijn eigen werknemers zich een auto moesten kunnen permitteren. Ford was overigens zelf nog steeds goed voor een kapitaal van 200 miljard dollar – tweemaal Bill Gates. Zie, als een late echo, ook V&D-winkelkoning Anton Dreesmann, zo’n beetje de enige grote ondernemer die zich tot in de jaren tachtig sterk bleef maken vóór een grote koopkracht en tégen loonmatiging.

  3. De werknemer is ook maar een mens. Hij of zij wil zekerheid en zeggenschap. Het is geen toeval dat het algemeen kiesrecht in de meeste landen werd ingevoerd kort na 1917, toen een revolutie in Rusland plaatsvond, en bijna in Duitsland. In de decennia daarna bouwden westerse landen stukje bij beetje hun verzorgingsstaat op en werd werk sterk gereguleerd, met minimumlonen en maximumwerktijden.

  4. Globalisering brengt welvaart, maar mensen denken intussen zeer lokaal. De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan de globalisering tot dan toe. Arbeiders, in 1914 gedwongen tot een keuze tussen klasse en land, kozen voor het laatste. Pas rond 1990 was de wereld weer even geglobaliseerd als destijds. De ongebreidelde vrijheid van verkeer van kapitaal, arbeid en diensten maakt het vrijwel onmogelijk een nationaal beleid te voeren en nationale karakteristieken in stand te houden. Zie de weerstand tegen ‘Frankenfoods’ en chloorkippen in de nu afgebroken handelsbesprekingen met de VS.

    Globaliseringspaus Dani Rodrik vergelijkt de huidige toestand met het keurslijf van de Gouden Standaard die in de tweede helft van de negentiende eeuw heerste en uiteindelijk pas begin jaren dertig overboord werd gegooid.

  5. Vrij kapitaal is onontbeerlijk voor een bloeiende economie, maar het wordt link als het losgezongen raakt van de werkelijkheid. Daar was ruim een eeuw geleden al kritiek op. De krach van 1929 op Wall Street is het bekendste voorbeeld van hoe de staart van het kapitaal plots met de hond van de economie begon te kwispelen. Dat leidde tot strenge regels voor met name banken, maar die werden in de aanloop naar de kredietcrisis van 2008 weer overboord gegooid. Met de gevolgen leven we nog steeds.

  6. Sociale mobiliteit is onontbeerlijk. De universele toegang tot goed onderwijs na de Tweede Wereldoorlog bevrijdde al het talent en intelligentie die voorheen onbenut in hun eigen klasse waren opgesloten. Verheffing, onder leiding van de sociaal-democratie, trok langzaam de angel uit de dreigende revolutie. Dat was goed voor de economie en goed voor de samenleving. De werknemers konden hopen dat hun kinderen het beter kregen dan zijzelf.

    Maar als de ongelijkheid in inkomen en vermogen in een haasje-over weer toenemen, dan stijgt de uitzichtloosheid evenzeer. En daarmee het maatschappelijk ongenoegen. Het kapitalisme zou beter moeten weten dan een hernieuwde klassenmaatschappij te laten ontstaan.

    Zo dreigen we, samengevat, in een moderne versie van de negentiende eeuw terecht te komen. Grote internetbedrijven domineren het nieuwe deel van de economie, en Facebook lanceerde vorige maand zelfs het idee van een eigen munteenheid, de libra. Werknemers zijn onzeker geworden, vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt. In veel westerse landen maken zij al een kwart eeuw een relatieve stagnatie van hun inkomen door. De inkomens- en vermogensverschillen lopen in veel gevallen op. En de sociale mobiliteit stokt. De weerstand tegen globalisering en vrijhandel neemt intussen toe, vooral onder leiding van de Verenigde Staten waar president Trump zijn verkiezingsoverwinning voor een belangrijk deel te danken heeft aan het Amerikaanse ‘precariaat’.

    Wat te doen? Het kapitalisme is nog steeds met afstand de beste manier om de meeste welvaart te genereren voor de meeste mensen. Maar dan moet het wel beschermd worden tegen zichzelf, tegen de neiging uit de hand te lopen. Dat betekent een rem op monopolievorming, door een goed mededingingsbeleid dat óók is ingesteld op bedrijven in de nieuwe economie.

    Het betekent ook dat de factor arbeid een redelijk deel van het nationaal inkomen toebedeeld krijgt, dat ook evenredig met dat nationaal inkomen groeit. Dat zou logischerwijs ten koste gaan van de winsten van het bedrijfsleven. Het houdt ook in dat belastingen worden betaald dáár waar omzet wordt gemaakt, zodat de vruchten van bedrijvigheid neerslaan op de plek waar die bedrijvigheid plaatsvindt. Dat werkers een fundamentele vorm van bescherming genieten, die het mogelijk maakt om het leven te plannen. En dat de burger een eerlijkheid ervaart, waarbij extra initiatief en werklust worden beloond, maar niet bovenmatig.

    Dat klinkt allemaal ontzettend progressief, maar in wezen is het een samenvatting van alle maatregelen waarmee de vorige crisis van het kapitalisme lang geleden is beteugeld. De tijdgeest is ook al aan het veranderen. Nadat de president van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot, al jaren op een loongolf hamerde, ging vorige maand ook VVD-premier Rutte overstag. Wetgeving is in de maak om de positie van (schijn)zelfstandigen op de arbeidsmarkt te verbeteren. In Europees verband wordt gewerkt aan regels om grensoverschrijdende belastingconstructies tegen te gaan, en bedrijven als Google te belasten op basis van lokaal gemaakte omzet, in plaats van winst. En de tijd lijkt rijp om de grote internetgiganten net zo te gaan zien als Rockefellers Standard Oil destijds: te groot, te machtig, slecht voor economie en samenleving.

  7. En dan les zeven: het milieu. Dat hangt niet per se samen met het kapitalisme, en het werd in de negentiende eeuw niet gezien als een probleem. Na de val van de Berlijnse Muur openbaarde zich in het communistische Oost-Europa een enorme vervuiling. Het Chinese éénpartijkapitalisme heeft het tot nu toe niet beter gedaan.

    De stelselmatige verhoging van de productie, mogelijk gemaakt door de stijgende productiviteit, heeft tot een ongekende, en ongekend brede, stijging van de welvaart geleid. Maar eveneens tot een enorm beroep op natuurlijke hulpbronnen, forse wereldwijde vervuiling en een naderende crisis in het klimaat. Ook dat gaat over het succes van het kapitalisme, dat tegelijk de vruchten van zijn mogelijke teloorgang draagt. Hoogste tijd om het beste economische systeem dat we hebben weer beter te gaan beschermen tegen zichzelf.

  8. Veiling van Antiek en Kunst bij veilinghuis Derksen in Arnhem. Foto Merlin Daleman