Opinie

Turbo

Marcel van Roosmalen

We fietsten over de dijk. Een oudere man haalde ons in, iedereen hier heeft een elektrische fiets – ik word continu ingehaald door bejaarden – dus ik keek er niet van op. Hij droeg een verkleurd geel petje op het gebruinde hoofd.

Hij kwam een schoentje brengen dat de jongste dochter even daarvoor had uitgeschopt.

Ik hoorde de zachte G meteen.

„Veghel-Zuid”, zei hij.

Ha, daar was zijn vrouw, ook uit Veghel-Zuid.

Ze stak haar duim op bij het passeren.

Hij schreeuwen: „Welke stand hedde-gij um? Turbo?”

„Eco”, riep ze terug. „Ga jij hier buurten, dan ga ik naast dat vrouwtje fietsen.”

„Zo doen wij dat”, zei de man.

De uitdrukking ‘met iemand opgezadeld zitten’ kwam in me op, maar hij bleek een gezellige prater.

„Wij zijn op fietsvakantie”, zei de man. „Doet u dat ook weleens? Wij heel vaak, wij zijn lid van de vereniging ‘vrienden van de fiets’.” Ze deden drie dagen Noord-Holland. De eerste nacht hadden ze bij een stel dat ook lid was van ‘vrienden van de fiets’ geslapen. Ze hadden voor twaalf euro vijftig meegegeten met de pot: gebakken aardappels, gehakt en sla.

„Dat is zo leuk aan ‘vrienden van de fiets”, zei hij. „De mensen zijn allemaal vriendelijk. En ze houden van fietsen, dus je haalt er vaak een goede klets.”

Nu waren ze op weg naar Uitgeest.

Zijn vrouw reed inmiddels honderd meter voor ons uit, naast mijn vriendin. „Twee kindjes?”, vroeg hij.

Ik: „Ja.”

„Alle twee gezond?”

Ik: „Ja.”

„Mooi zo.”

Daarna: „Wij zijn een samengesteld gezin. Ik bracht er twee in, zij ook. Haar ex was op onze bruiloft, die van mij niet. We hebben een huis laten bouwen en zijn twee jaar geleden getrouwd. Bijna met pensioen, ikke. Dus.”

„Jaja”, zei ik.

„Maar ja”, zei de man, „van het concert des levens krijgt niemand een program. Weet je wat wij een dag voor ons huwelijk te horen kregen? Dat ze longkanker had. Nooit een sigaret gerookt, nooit.”

Hij begon over de tumor en uitzaaiingen, over hoop tegen beter weten in, over genieten en dat hij in wonderen geloofde.

„Kijk maar naar Maarten van der Weijden, de zwemmer. Daar neem ik mijn pet voor af.”

Dit was niet het moment om te zeggen wat ik dacht, hij was ook niet de juiste persoon.

We groepeerden, ze schakelden naar ‘turbo’ en verdwenen snel uit beeld.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.