Neem Afrikaans eten eens serieus

Wat eten we? We eten meer Afrikaans dan we denken, toch is er geen één restaurant in Afrika met een Michelinster.

Foto iStock

Onlangs werden de World’s Best 50 Restaurants van 2019 bekendgemaakt. Raad eens hoeveel Europese restaurants het dit jaar tot deze prestigieuze lijst hebben geschopt? Dat zijn er 29, waarvan 7 in de top 10. De top-3 is volledig Europees: 1 Mirazur (Frankrijk), 2 Noma (Denemarken) en 3 Asador Etxebarri (Spanje.) En raad nu eens hoeveel Afrikaanse restaurants er tussen die 50 beste staan? Welgeteld 1. Op nummer 44 staat, gestegen van nummer 50, The Test Kitchen in Kaapstad.

Eén Afrikaans restaurant op zo’n wereldwijd reikende ranglijst zou je op z’n minst zuinigjes kunnen noemen. Hoewel het nog meevalt wanneer je bedenkt dat het hele continent niet eens bestaat in de ogen van die andere gezaghebbende organisatie, Michelin. De bandenfabrikant maakt rode boekjes in elke hoek van de aardbol, maar niet hier. Het dichtst dat Afrika ooit bij een Michelinster is gekomen, is via een Zuid-Afrikaanse kok met een restaurant in Nice.

Het lijkt er verdacht veel op dat Afrika niet meetelt in de internationale gastronomie. Maar wacht, laten we er nog één andere lijst bij pakken, de Bocuse d’Or. Anders dan de World’s Best 50 Restaurants List en de Michelingids gaat het hier niet om een passieve ranking. Er komen geen inspecteurs aan te pas; de Bocuse is een wedstrijd, een soort Olympische

Spelen voor chefs. Er zijn voorrondes per land, voorrondes per werelddeel en een grote finale.

Lees ook: Joël Broekaert at bij Noma en ging uit z’n dak

En nu komt het: voor het eerst in het 32-jarige bestaan van de Bocuse d’Or stonden dit jaar twee Afrikaanse landen in de finale. Het ging om een Marokkaanse en een Tunesische chef. Ze wonnen niet – goud, zilver en brons gingen respectievelijk naar Denemarken, Zweden en Noorwegen. Maar toch: twee Afrikaanse deelnemers. Twee vertegenwoordigers van een continent dat tot voor kort volslagen werd genegeerd.

Zoeken naar talenten in Accra en Abuja

De hoop is nu dat Afrika zichzelf hiermee definitief op de kaart heeft gezet. Dat Michelin zich eens achter de eurocentrische oren zal krabben. Dat de World’s Best 50 Restaurants List nog wat harder zal zoeken naar talenten in Dakar, in Accra, in Abuja en Luanda. Dat er een aflevering (of waarom geen heel seizoen?) van de Netflix-serie Chef’s Table zal worden gewijd aan een Afrikaanse chef. Kortom, dat de Afrikaanse keuken eindelijk serieus zal worden genomen.

De tekenen zijn goed. Sinds vorig jaar wordt de Afrikaanse keuken, en dan vooral die van de westkust, veelvuldig genoemd als culinaire trend. Er verschijnen steeds meer kookboeken uit deze contreien op de Europese markt. En vergis je niet, we eten nu al meer Afrikaans dan we denken. Veel hippe ingrediënten komen er vandaan. Glutenvrije granen als teff, fonio, gierst, sorghum en amaranth. Koolhydraatarme knollen als yams, taro en zoete aardappel. ‘Superfoods’ als baobab, hibiscus, tamarinde, tijgernoten en moringa.

Iets om in de gaten te houden is jollof rice, hét klassieke rijstgerecht in landen als Senegal, Nigeria. Gambia, Ghana en Sierra Leone. Je zou het de paella van West-Afrika kunnen noemen. De basis bestaat uit rijst die wordt aangebakken met uien, tomaten en specerijen, en vervolgens kan er van alles door, van vis en zeevruchten tot kip of geitenstaart. Let op mijn woorden: jollof rice komt eraan. En dan volgen die Afrikaanse Michelinsterren vanzelf.