Lille: bierstad bij uitstek

When in Vergeet de toeristische attracties, de beste tips voor een stedentrip komen van kenners. Wat is er te doen in Lille? NRC-correspondent Peter Vermaas weet het.

Getty Images

Frans Vlaanderen

Lille (of Rijsel) is onmiskenbaar deel van Frankrijk sinds hofbouwmeester Vauban eind 17de eeuw vestingwerken neerzette om vreemde mogendheden op afstand te houden. Maar voor veel Fransen begint in Lille het buitenland. Met zijn bakstenen architectuur, straatjes met kasseien en open cultuur ademt de hoofdstad van Frans Vlaanderen de sfeer van het noorden. Dankzij cultuur (musea!), gastronomie en veel groen is het er goed toeven, merken ook steeds meer Parijzenaars die naar Lille uitwijken.

Industrieel erfgoed en design

Ooit was Lille het kloppend hart van de Franse textielindustrie. In de 19de eeuw verviervoudigde de bevolking in een mum van tijd. Maar de meeste fabrieken sloten de laatste decennia de poorten. Veel zijn in de aanloop naar 2004, toen Lille Europese culturele hoofdstad was, omgebouwd tot expositieruimtes, concertzalen of incubators voor de creatieve industrie. Ze staan opnieuw centraal als Lille in 2020 wereldhoofdstad voor design is. Een wandeling door de steeds hippere volks-/fabriekswijken Moulins en Wazemmes (met zijn ‘Maison folie’ in een oude fabriek) is absoluut de moeite waard. Of ga langs bij het oude Gare de Lille-Saint-Sauveur, een immens rafelterrein (‘friche’) middenin het centrum met volkstuintjes, kunst en onder meer een nachtclub. De prachtige textielfabriek van Le Blan-Lafont, lang een van de grootste werkgevers van de stad, is recent helemaal opgeknapt en ingericht voor start-ups. Ze is soms te bezoeken.

Bier

Obligate wijnbarretjes zijn in opkomst, maar Lille blijft een bierstad. Cafés in uitgaansstraten (Solférino, Gand) hebben vele lokale varianten op tap en fles. Terwijl grote brouwerijen de stad uit zijn, openen jonge Lillois micro-brouwerijen. Bierfietsen zijn er nog net niet, maar met bieryoga (Brasserie Lil) of brouwles (Le Singe Savant) is de biercultuur omnipresent.

Getty Images

Gastronomie

De Noord-Franse keuken is niet erg subtiel, maar smaakvol en het resultaat van eeuwen internationale uitwisseling. Lokale specialiteiten eet je in een estaminet, een soort eetcafé: natuurlijk potjevleesch (vlees in gelei die smelt door de friet), carbonade flamande (rundstoofvlees) of welsh (gesmolten kaas, brood, mosterd, bier), die in 1544 door Henry VIII zou zijn overgebracht.

Neem de fiets

Fietsen in Franse steden is niet altijd even makkelijk. De infrastructuur is vaak niet optimaal en automobilisten zijn fietsers niet gewend. Maar in Lille wordt al wat langer gefietst. Er zijn fietspaden met goede wegwijzers. De Franse sportwinkelketen Decathlon heeft in de stad zelfs een fietsfabriek, waar nu het nieuwe retromerk Van Rysel geproduceerd wordt. Sinds 2011 kun je voor een bescheiden bedrag V’Lille-fietsen huren (zoals Vélib in Parijs), waarmee je ritjes kunt maken tot ver in wat de ‘Eurometropool’ Lille heet. Fiets bijvoorbeeld eens naar Tourcoing of Croix (waar de Villa Cavrois van de Franse architect Robert Mallet-Stevens te bezoeken is). Of naar het Vélodrome André Pétrieux, het heiligdom waar de voorjaarsklassieker Parijs-Roubaix finisht. Ben je toch in Roubaix, bezoek dan het art deco kunst- en industriemuseum La Piscine.