Recensie

Recensie

Michael Jackson, kleine freak, wie heeft je zo gemaakt?

Michael Jackson In haar essaybundel over ‘the king of pop’ vraagt Margo Jefferson zich af wat de nieuwe beschuldigingen van zijn kindermisbruik betekenen voor de waardering van zijn werk.

Michael Jackson in 1973, op vijftienjarige leeftijd.
Michael Jackson in 1973, op vijftienjarige leeftijd. Foto ANP/Kippa
    • Wilfred Takken

Tien jaar na de dood van de popster verschijnt On Michael Jackson van Margo Jefferson in Nederlandse vertaling. De essaybundel stamt al uit 2006, maar na het zien van Leaving Neverland, de geruchtmakende documentaire van vier maanden geleden over het kindermisbruik van Jackson, ziet Jefferson zich nu genoodzaakt om er een nieuwe inleiding aan toe te voegen – vooralsnog alleen voor de Nederlandse editie.

Jefferson, bekend van het Privé-domeindeel Negroland (2017), schreef haar boek in de jaren dat Michael Jackson bezig was ten onder te gaan. De invloedrijke popzanger was net vrijgesproken voor kindermisbruik, maar werd door de witte publieke opinie toch veroordeeld. Jefferson wilde hem verdedigen. Ze hield een pleidooi voor Jacksons grote verdiensten voor de cultuur. Of hij seks met jongens had gehad, liet ze in het midden. Daarom wil ze zich nu deels distantiëren van wat ze eerder schreef: ‘Vind ik het bedroevend en beschamend dat ik mij er tijdens het schrijven van mijn boek niet toe kon brengen te onderkennen dat deze beschadigde man vrijwel zeker schuldig was aan seksueel misbruik? Natuurlijk vind ik dat.’ Tegelijk vindt ze blijkbaar dat haar boek door de nieuwe onthullingen niet helemaal bij het oud papier kan. Ze laat het immers herdrukken zonder verdere wijzigingen.

Kwetsbaar genie

In de nieuwe inleiding wijst Jefferson op Jacksons jeugd, waarin zijn vader hem mishandelde en vernederde om hem tot een volmaakte kindster te kneden. Ze stelt dat Jackson vermoedelijk zelf ook seksueel is misbruikt. Jefferson: ‘De zoon die zijn gezicht chirurgisch liet bewerken, ten dele omdat hij niet op zijn vader wilde lijken, kon zich niet bevrijden van de erfenis van misbruik: hij gaf die door aan een volgende generatie jongens.’ Om zijn gemiste jeugd in te halen, gedroeg hij zich als volwassene vaak kinderlijk. In dit licht werden ook lange tijd zijn vriendschappen met kinderen geduid. In een wijdere greep vindt Jefferson dat de kwestie ook iets zegt over ons beeld van de liefde. ‘We denken graag dat we liefhebben met alles in ons wat goed is. Maar we hebben net zozeer lief met alles in ons wat slecht is.’

Verder buigt ze zich over de vraag: wat betekenen de nieuwe beschuldigingen voor de waardering van zijn werk. Volgens haar zijn er twee scholen: de eerste wil dat we zijn muziek in de ban doen, de tweede dat we zijn muziek los moeten zien van zijn persoon. Jefferson zegt dat beide mogelijk zijn. Ze pleit ervoor dat we naar zijn muziek blijven luisteren, en zijn kunst en leven blijven bestuderen, maar dat we in onze waardering ook ruimte laten voor Jacksons misdaden. Het beeld van Michael Jackson is niet totaal veranderd, maar heeft er een kant bij gekregen. ‘Het kwetsbare genie was ook een calculerende pedofiel. Daar moeten we ons nu rekenschap van geven, zonder hem te ontdoen van zijn complexiteit.’

Jefferson had zich niet hoeven verontschuldigen. Ook zonder de nieuwe inleiding staat haar boek nog overeind. Het kindermisbruik is inderdaad opvallend afwezig – terwijl ze toch de rechtszaak behandelt – maar alles wat ze wél over Jacksons leven schrijft, kun je lezen als een inleiding tot dat ongeschreven hoofdstuk. Bovendien, Michael Jackson was zoveel meer dan kindermisbruiker. In slechts 159 bladzijdes weet Jefferson hem treffend te plaatsen in de Amerikaanse cultuur.

Fans van Michael Jackson zijn bang dat hun held uit de geschiedenis wordt gewist. De voormalig King of Pop, horen ze nu al. Lees ook: Hoe Michael Jackson verdween uit Best

Jefferson roemt vooral zijn eclectische stijl, de manier waarop hij grenzen van muziekgenres, ras en gender oversteeg. Jackson begon als zwarte soulzanger, maar hij werd in uiterlijk steeds witter. Vanaf Off the Wall mengde hij r&b met pop en rock, waardoor hij een zeer breed publiek aansprak. Hij had iets kinderlijks en vrouwelijks, waardoor hij ook leeftijd en gender oversteeg. Doordat zijn gedrag en uiterlijk steeds zonderlinger werden, was hij moeilijk te plaatsen. Dit alles werpt een nieuw licht op hoe wij gewoon zijn om de samenleving in te delen, en hoe dit nu aan het veranderen is. Jefferson schrijft in de inleiding: ‘Toen ik mijn boek schreef, rouwde ik om de artiest Michael Jackson. Het buitengewone jongetje, de charismatische, enigszins droevige jonge man, het altijd veranderende kind-man-vrouw-cyborg-buitenaardse wezen.’

Peter Pan

Als je snel klaar wil zijn, zet je Michael Jackson gewoon weg als freak. Als je verder wil graven, kun je je zoals Jefferson afvragen: ‘Kleine freak, wie heeft je zo gemaakt?’ Jefferson plaatst hem in de Amerikaanse traditie van de freakshows en de kindsterren. Volgens haar worden we niet aangetrokken tot kindsterren omdat ze schattige kinderen zijn, maar omdat ze miniversies van volwassenen spelen, met een heimelijke seksuele aantrekkingskracht. Zwarte kindsterren hebben er nog een spannend, verboden aspect bij. Jackson zong als kind teksten vol seksuele dubbelzinnigheden en keek bij een optreden zelfs onder de rokken van de vrouwen in het publiek. Zwarte jongens, zoals de jonge Michael, worden gezien als het summum van schattigheid omdat ze ‘nog te jong zijn om gevaarlijk te zijn’. Ze zijn nog benaderbaar voor knuffels.

Lees ook: Michael Jackson en het ongemak bij de dader-artiest

Jefferson plaatst de jonge Michael ook in de traditie van de ‘piccaninny’: de door witte Amerikanen bedachte karikatuur van de stoute zwarte spring-in-het-veld, immuun voor straf. De beroemdste is Topsy uit de roman Uncle Tom’s Cabin, een tot slaaf gemaakt meisje dat als ontembaar huisdier wordt behandeld. Jefferson wijst op de ‘picks’ uit het theater: zwarte kinderen die werden ingezet voor de zang en dans voor een wit publiek. Schattig!

Uiteraard heeft Jefferson het ook over Jacksons fascinatie voor Peter Pan, de kinderheld die altijd kind blijft, en die kinderen weghaalt bij hun ouders om ze mee te voeren naar Neverland – niet voor niets ook de naam van Jacksons landgoed. Als die ‘Lost Boys’ te oud worden, verbant Peter Pan ze naar ‘Nowhereland’. Hier wordt het boek een opvallend directe vooruitwijzing naar Leaving Neverland. In die documentaire vertellen zijn slachtoffers hoe Jackson hen los trachtte te weken van hun ouders. Ze halen Jackson aan, die op zijn beurt Peter Pan citeerde: ‘Moeders zijn niet te vertrouwen’.