Ja: een WK-voetbal zonder hysterie

WK-finale Verstokte voetbalfans blijven vrouwenvoetbal debunken, maar deze voetbalzomer laat een fenomenale groeispurt zien.

De Deventer Sanatoriumdwarsstraat is oranje versierd vanwege het WK Voetbal voor vrouwen in Frankrijk.
De Deventer Sanatoriumdwarsstraat is oranje versierd vanwege het WK Voetbal voor vrouwen in Frankrijk. Foto Vincent Jannink/ANP

Toen Jackie Groenen scoorde tegen Zweden balde ik mijn vuist en riep ik heel hard: „Yes!” Mijn eerste stemverheffing tijdens dit wereldkampioenschap. Daarna twintig minuten hartkloppingen van de zenuwen. De blessuretijd kwam ik door met voortdurend spieken op de klok, mezelf even rationeel als vergeefs toesprekend dat Nederland het allemaal prima onder controle had.

Het was wennen, dit WK. De zachte passes, de kleine keepertjes, de over de achterlijn dwarrelende voorzetten, de schoten die maar niet wilden vlammen: alles in mijn door duizenden uren voetbal kijken gevormde brein vertelde me dat dit niet goed was. Of althans: minder goed dan waar ik normaal gesproken toeschouwer van was.

Stap voor stap „groeide ik in het toernooi”, zoals dat heet. Geholpen door de dynamiek van de Verenigde Staten, de kracht van Frankrijk en de techniek van Brazilië – en uiteindelijk ook door de vechtlust van Oranje. Ik leerde Van de Donk op grote afstand herkennen, hoefde niet meer te twijfelen of die invaller nu Roorda of Roord heette.

Lees ook dit verhaal over de Nederlandse en Amerikaanse spits: Miedema en Morgan: topscorers, voorbeelden, én voorlopers

Historici zullen later verwonderd schrijven over de hilarische verwarring die Nederland in zijn greep had in de zomer van 2019. Want terwijl het nationale voetbalelftal genadeloos opstoomde in het wereldkampioenschap, supporters in parades door Franse steden trokken en de uitzending van de halve finale vijf miljoen kijkers trok – leek iedereen het te hebben over wat het niet was: waar waren de oranje straten, waar was de gekte, waar was de lyriek? En de terugkerende analyse dat in de volgende wedstrijd Japan/Italië/Zweden/Verenigde Staten toch echt te sterk zou blijken te zijn.

Inderdaad: dit WK is een voetbalkampioenschap zonder de hysterie, de agressie, het geschreeuw en het gezuip. Zonder de zelfoverschatting, de bombast en de borstklopperij. Zonder het vechten, het vernielen en het ruziemaken. En op het veld zonder gejengel, gerol, gejammer en gemekker. Jammer hoor.

Devotie komt niet op afroep

Achter de doorlopende aandacht voor de verschillen met een mannentoernooi, schuilt de onuitgesproken veronderstelling dat dit WK niet zozeer anders is, als wel ‘niet echt’. Waar bij een mannen-WK niets wordt gerelativeerd, wordt nu alles gerelativeerd.

Ter verdediging van de verstokte voetbalfan (laten we ervan uitgaan dat het een man is) die het niet kan laten vrouwenvoetbal te debunken: devotie komt niet op afroep. Om het bij mezelf te houden: ik denk al veertig jaar elke dag tien keer aan Ajax en (sinds 1984) twee keer per dag aan Marco van Basten. Ik weet zelf ook wel dat dat belachelijk is, maar liefdes zijn dat soms. Ik ben pas een paar weken geleden begonnen met regelmatig aan Vivianne Miedema denken – die dingen hebben tijd nodig. Miedema herinnert me trouwens enorm aan Van Basten. In haar bewegingen, die net wat trager lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Haar verstoorde, in zichzelf gekeerde blik als iets niet helemaal goed is gegaan – helemaal de jonge Marco.

Maar in de reserve van de verstokte voetbalfan (laten we ervan uitgaan dat het een man is), vermoed ik soms ook iets anders: jaloezie. Want het Nederlands mannenelftal heeft grootse dingen gepresteerd en de voetbalwereld veranderd, maar wordt ook geplaagd door een historisch net-niet: drie verloren WK-finales. En dan verschijnen er ineens de vrouwen op het toneel die amper tien jaar na de oprichting van hun eredivisie een Europese titel veroverden en die nu ineens wereldkampioen kunnen worden. We-reld-kam-pi-oen! Op de dag af 45 jaar na het trauma van München 1974, de ziel van generaties Nederlandse voetbalfans. Voor je het weet voel je je als mannenfan voorbijgestreefd: een beetje het gevoel dat een Ajaxfan heeft als PSV goed presteert in Europa: je kunt er menselijkerwijs niet tegen zijn, maar toch.

Ik beloof dat het de laatste keer is

Ja, zo is een stuk dat zich beklaagt over de constante vergelijkingen tussen vrouwenvoetbal en mannenvoetbal ook weer grotendeels opgegaan aan vergelijkingen. Ik beloof dat het de laatste keer is. Want als wij later met meer afstand worden bekeken, zal deze voetbalzomer vast herinnerd worden als wat het in de eerste plaats is: een mijlpaal in een spectaculaire emancipatiebeweging.

De maatschappelijke impact van de Oranje Leeuwinnen sinds het EK van twee jaar geleden is amper te overschatten. Op tv blijkt het NOS-programma Studio France vrijwel geheel gevuld te kunnen worden met vrouwelijke deskundigen – een van de weinige uitgenodigde mannen blameerde zichzelf opzichtig met een ‘top vijf’ van ‘mooiste vrouwen’, wat de indruk wekte dat hij uit een verre grot gekropen kwam. Op de site van Voetbal International publiceert adjunct-hoofdredacteur Pieter Zwart zakelijke analyses zoals hij dat over alle voetbalwedstrijden doet: uitleggen waarom de blessure van Lieke Martens leidde tot een tactische omzetting die Nederland een stuk sterker maakte. Links en rechts in de media doen journalisten hun best om termen als ‘vrouwenvoetbal’ te vermijden – om van het godzijdank gesneefde ‘damesvoetbal’ maar te zwijgen. De ontwikkeling strekt zich uit tot andere sporten: zo is ook de toon van de vrouwenwedstrijden in het wielrennen essentieel veranderd.

Maar veel belangrijker dan wat er in de media gebeurt, is de straat. De Nederlandse meisjes ontdekken het voetbal: het aantal vrouwelijke KNVB-leden groeit met een paar procent per jaar. Daarmee hebben de Nederlandse meisjes (traditioneel vooral te vinden bij keurige sporten als hockey en tennis) er een volkssport bij. Dat gaat duizenden levens veranderen.

We zitten samen met de Leeuwinnen in een fenomenale groeispurt. Die werd de afgelopen dagen het mooist gesymboliseerd door Daphne Koster, oud-international en een uiterst scherpe en zakelijke analist bij de NOS. Na Nederland-Zweden schoot Koster vol bij de gedachte aan wat er alleen al tijdens haar leven (Koster is 38) op het veld is veranderd. Dat is groot en onomkeerbaar maar ook, zoals een gestorven filosoof zou zeggen: „Logisch.”