Merlijn Doomernik

Floortje Dessing: ‘Ik weet dat ik mijn familie opzadel met zorgen’

Dubbelinterview Chris Dessing was een van de eerste kampeerders in Nederland, Floortje reist de hele wereld over. „Op een gegeven moment is er wel een besef ingeslopen: waar zijn we eigenlijk mee bezig?”

Floortje Dessing (48) is twee dagen terug van een reis naar het eiland St. Helena in de Atlantische Oceaan. Aan haar arm duwt haar vader Chris Dessing (89) zijn rollator de strandopgang af. „Onze Rolls-Royce”, zegt hij. Het ding heeft dikke wielen, maar niet dik genoeg voor in het zand. Floortje pakt zijn arm, maar haar vader schiet al op eigen kracht vooruit, naar het tentje dat de fotograaf in de branding heeft opgezet.

De zon is net doorgebroken, en het zou leuk zijn als ze samen op dat kleed gaan zitten, kan dat? Chris laat zich soepel zakken. „Wij zijn ervaren kampeerders.”

Van het interview maken we, op hun verzoek, een middagje Zandvoort. In de strandtent bestellen we koffie. Heeft Chris de verhalen over Floortjes laatste reis al gehoord?

Floortje: „Dat heb ik je wel verteld, toch?”

Chris: „Ja hoor, ze is meteen langsgekomen en heeft alles verteld. Dat de oude schildpad er nog steeds is.”

Floortje: „Het oudste dier op aarde. 186 jaar.”

Chris: „En over dat gekke vliegveld. Heel duur, bovenop een berg, het is levensgevaarlijk om er te landen. Want zo gauw ze opgestegen zijn…”

Floortje: „Vlak voordat ze gaan landen…”

Chris: „Ja – komt er een soort onderwind…”

Floortje: „Luchtzakken.”

Chris: „O ja, luchtzakken.”

Floortje neemt het over: „Die baan ligt zowat tegen zee aan. Maar het is helemaal verkeerd aangelegd…”

U vertelt er met plezier over.

Chris: „Ja! Ten eerste kijk ik met Marianne, mijn vrouw, intensief naar de programma’s die Floor op de buis zet. We horen natuurlijk de verhalen regelmatig.”

Floortje: „Vader, wil jij iets bij je koffie?”

Chris aarzelt: „Nou goed, enige bakwerken? Anders gewoon een gevulde koek. Daar zijn we ook blij mee.”

Floortje wenkt de serveerster, Chris vertelt verder: „Mijn hoofd zit vol met Floor-verhalen. Er zijn er een paar die me bijbleven omdat ze zo bijzonder waren. Het spannendste wat we meegemaakt hebben, is dat ze ergens bij de kust van Californië…”

Floortje: „Jemen was ook niet echt een succes.”

Chris: „Dat was natuurlijk spannend. Maar ik wilde van de walvissen vertellen.”

Floortje: „In Canada! Dat we bijna omsloegen.”

Chris: „Daar was ze bij mensen die een kwekerij hebben… Forellen?”

Floortje: „Oesters!”

Chris: „O ja! Daar ging Floor mee bootjevaren, om walvissen te bekijken. De meest prachtige walvissen doken er op en zwaaiden met hun staart. Maar toen is de motor van het bootje ineens uitgevallen. Ze werden door de golven de zee ingedreven.”

Het liep goed af. „Maar toen die uitzending kwam heb ik ’m toch weer zitten knijpen.”

Floortje: „Oh, schattig! Nou ja, het was wel een beetje gevaarlijk.”

De appeltaart arriveert, het stuk van Chris met slagroom. We praten over de reizen die Floortje maakte naar Syrië, naar Jemen. In 2017 zat ze een paar dagen vast in een kelder in de Jemenitische hoofdstad Sanaa. Toen ze er was, werd de wapenstilstand opgeheven. Dagenlang moest ze schuilen, buiten vlogen de kogels in het rond.

Chris: „Ze hoorden het schieten om zich heen. Daar hebben we behoorlijk van in de knijp gezeten.”

Floortje: „Ja, maar ik ga mezelf even verdedigen: vooraf ga ik wel naar jullie toe. Zo’n reis, daar denk ik veel over na. Ik weet dat ik mijn familie en vrienden opzadel met zorgen. Maar ik ging nota bene iemand filmen die daar maandenlang werkt. Wat zou ik waard zijn als ik niet eens die paar dagen aan zou durven? Ik neem geen onevenredig groot risico. En ik denk: ik heb geen kinderen, ik ben niet getrouwd.”

Wel twee ouders.

Floortje: „Natuurlijk. Maar zij hebben mij altijd het gevoel gegeven: blijf niet thuis om ons. Mijn vader en ik, wij lijken erg op elkaar. Jij duikt ook altijd midden in het avontuur. Nu wordt het lastig, maar…”

Chris: „Zoals ik vroeger altijd aan de gang was met naar buiten gaan en kamperen, had Floor al van kinds af aan het idee: ik wil wat van de wereld zien. Naar buiten. Dingen meemaken.”

Meer dan haar broer en twee zussen, die kozen voor normale banen en gezinnen, was zij van het avontuur. Ze leefde op wanneer ze buiten was. Was gebrand op haar onafhankelijkheid – als tiener wist ze al dat er geen leven van huisje-boompje-beestje voor haar inzat. Op haar dertiende blufte Floortje dat ze fluit speelde, zodat ze mee kon op een muziekkamp naar Engeland. Haar ouders wisten van niets.

Tegenwoordig zijn Floortje en Chris nog degenen in het gezin die er samen op uit trekken. Met z’n tweeën met een tentje, een paar dagen kamperen in de duinen bij Noordwijkerhout. Chris is de grenzen van Nederland in zijn leven maar een enkele keer overgestoken.

Chris: „In mijn jonge jaren waren de mogelijkheden er amper. Een weekje fietsen op de Veluwe was al leuk.”

Floortje: „Ik ben tot m’n twaalfde nooit in het buitenland geweest. Daar was geen geld voor. Het was geen armoe, we hadden gewoon beperkte middelen. Alles ging op de fiets, een auto hebben mijn ouders nooit gehad. En het was net zo leuk.”

Chris: „Maar toen Floor twaalf was, gingen we naar Zwitserland. Daar zagen we voor het eerst de bergen.”

En dat wekte de reislust wel op?

Chris beantwoordt de vraag voor zichzelf: „Nee, eerder: leuk, dan heb ik nu Zwitserland gezien. Niet meteen: nu wil ik ook naar Oostenrijk.”

Floortje: „Wat hij vlak na de oorlog deed, was heel avontuurlijk. Vrijwel niemand kampeerde, je moest nog een kampeerbewijs halen, examen doen. Zij knutselden zelf tenten in elkaar met tentdoeken en stokken en fietsten Amsterdam uit.”

Chris: „Ook in de winter!”

Floortje: „Hij heeft een vriendenclubje, al… zestig jaar? De harde kern ziet elkaar nog elke drie maanden. Op foto’s zie je twintigers die met flessen wijn liederen zingen en kampvuren bouwen. Die vrijheidsdrang, die had jij. In het mini, aangepast aan de tijd.”

Merlijn Doomernik

Terwijl jouw generatie, Floortje, juist een wereld zonder grenzen leerde kennen.

Floortje: „Ja, voor mij lag de wereld open. Backpacken door Azië, al die dingen, fenomenaal. Toen ik er mijn werk van kon maken, was het helemaal bal. Maar op een gegeven moment is er wel een besef ingeslopen van: waar zijn we eigenlijk mee bezig? Ik ben daar wel mee bezig. Ik moest laatst naar Engeland: dan ga je met de trein. Ik ben strenger voor mezelf.”

Chris: „Jij kreeg ook wel het verwijt: je draagt aan de vervuiling bij, met je verre reizen.”

Wat vindt u daarvan?

Chris: „Ik kan het me voorste-… Het is natuurlijk omdat Floor onze dochter is, maar ze maakt boeiende reizen, die voortkomen uit haar drang om mensen de wereld te laten zien. Dan moeten ze haar niet verwijten dat ze daar vervuilende vliegtuigen voor gebruikt.”

Floortje: „Nou ja, het is simpel: reizen vervuilt. Maar ik heb wel geprobeerd daar afgewogen keuzes in te maken. Mijn drijfveer is altijd: je ogen openhouden voor wat er gebeurt in de wereld. Hoe mensen in elkaar steken. Ik probeer iets te laten zien dat mensen even aan het denken zet over zichzelf, over hun leven. Ik ga tegenwoordig echt niet meer gewoon laten zien dat je hier een mooi kasteel hebt en daar een mooie berg…”

Chris: „Je gaat naar mensen toe die een verhaal hebben.”

Floortje: „Ik vind dat wij hier in Nederland best bang zijn geworden voor de buitenwereld, voor het Midden-Oosten, voor de diverse religies. Ik vind het zó belangrijk dat we een open blik houden. We moeten het toch met z’n allen redden op deze planeet.”

De vrolijke reislust heeft plaatsgemaakt voor de serieuze verhalen? Stel, je was nu eind twintig, had je dan nog zoiets gemaakt als RTL Travel?

Floortje: „Nee. Nu niet. Maar in die tijd was het anders.”

Chris: „Toen jij begon, was reizen nog echt avontuurlijk. Nu zitten we op een keerpunt, met dat massale reizen. Dat boek van Ilja Pfeijffer, hoe heet het, Hotel Europa? Dat kaart dat aan. Dat we Europa als een soort pretpark zien. Dat de wereld daaronder gebukt gaat.”

Floortje trekt een papieren zakdoekje uit een pakje en reikt die haar vader aan, door de wind drupt er af en toe een traan uit zijn oog.

Floortje: „Ik heb daar ook aan bijgedragen, ik was ook deel van die industrie. Maar ik probeer nu nog meer dan voorheen te laten zien waar we zuinig op moeten zijn.”

Dat klinkt ingewikkeld, in een reisprogramma zeggen: pas wel een beetje op je reislust.

Floortje, korzelig: „Mensen gaan toch reizen! Het is hartstikke goed dat we nu dat gesprek over toerisme en milieubelasting hebben, maar ik heb niet ineens spijt van wat ik al die jaren heb gedaan. Het is gewoon een groeiend inzicht, iets waar we nu allemaal veel meer mee bezig zijn. Je ziet ook dat BNN stopt met reisprogramma’s die alleen om amusement gaan. Dan kun je zeggen: dat had tien jaar geleden gemoeten. Ja, met de kennis van nu.”

Merlijn Doomernik

Floortje groeide op in Heemstede, waar haar ouders en zussen nog wonen. „Het waren de jaren zeventig, tachtig, er was de dreiging van de bom, maar het was bij ons altijd zorgeloos en liefdevol. We hadden weinig, maar dat heb ik nooit zo gevoeld. Je was jarig en je kreeg een elpee van Doe Maar en een zak drop, dat was het. Dit klinkt ouderwets, maar ik vind het een zegen dat ik zo ben opgevoed, nu ik in een tijd leef met zo’n overdaad aan alles.”

Chris: „Het was weer anders dan toen wij opgroeiden. Het was een kwestie van hard werken, een baan zoeken. Dan kon je je meisje een bestaan aanbieden.”

Floortje: „Iemand zei laatst tegen mij dat mijn generatie vrouwen de eerste is die compleet vrij heeft kunnen kiezen voor datgene wat haar gelukkig maakt. Daar heb ik ten volle gebruik van gemaakt.”

Chris: „Die vrijheid hebben we onze kinderen willen meegeven. Ze zijn allemaal op de Vrije School geweest, dat was een goede start.”

Floortje: „Super was dat.”

Chris: „Ze zijn op leuke plekken terechtgekomen, er is er eentje bij het onderwijs gegaan, een is stewardess, er zit er eentje op Schiphol.”

Floortje: „We werden vrij gelaten. Mijn broer studeerde wiskunde, maar toen hij klaar was zei hij: ik wil vrachtwagenchauffeur worden. Nou, zeiden mijn ouders: dan doe je dat. Later werd hij luchtverkeersleider.”

Chris: „Hij zat eerst op de tankauto’s op Schiphol. Daar heeft de vliegerij hem te pakken gekregen.”

Je broer Johan is nu Statenlid in Noord-Holland en senator voor Forum voor Democratie.

Floortje: „Ja. Zeker ja.”

Chris: „Dat is weer een heel apart verhaal. Daar heeft hij ons mee verrast.”

Floortje: „We waren allemaal verrast.”

Chris: „Hij kwam ons vertellen dat hij zich bij Forum voor Democratie had aangemeld. Ze hebben hem daar uitgenodigd om eens te komen praten en nu zit hij in de Provinciale Staten.”

Floortje: „Maar laten we niet te politiek worden.”

Chris: „Nee…”

Floortje: „Ik heb me nooit politiek uit willen laten.”

Chris: „We hebben onze kinderen daar nooit in beïnvloed.”

Je geeft ze misschien wel een wereldbeeld mee?

Chris: „Ja.”

Floortje: „Paps, wacht. Ik wil dat duidelijk is dat wij allemaal zielsveel van hem houden. Wij hebben de vrijheid gehad om te kiezen wat we wilden, dus ik ga mij niet uitspreken voor of tegen zijn keuzes. Ik spreek me uit met mijn programma’s. Daar mag iedereen uit opmaken hoe ik in het leven sta. Ik vind het mooi dat hij iets gevonden heeft waar hij zijn passie in kwijt kan.”

Chris knikt en luistert.

Floortje: „Weet je: alles wat je hierover zegt, ligt gevoelig. Wij hebben als familie afgesproken: wij gaan geen standpunten innemen over politiek. Het enige wat we zeggen is: we houden zielsveel van hem en we zijn blij dat hij iets doet wat hij graag wilde – iets bijdragen aan de samenleving.”

Chris: „Dat doet hij met overtuiging. Je kunt ook een mopperende stemmer zijn, maar hij zegt: ik wil constructief iets bijdragen.”

Floortje: „Wil jij nog wat drinken?”

Chris: „Zal ik dan maar een sapje nemen? Graag een jus d’orange.”

Veel mensen trokken even een wenkbrauw op toen ze hoorden dat de FvD-lijsttrekker in Noord-Holland jouw broer is.

Floortje: „Die wenkbrauw hebben wij ook opgetrokken. Maar iedereen gaat zijn eigen weg.”

Ze is nog niet opgestaan om de drankjes te halen.

„Ik wil voorkomen dat mensen ermee aan de haal gaan. Zo van: lekker frictie in die familie.”

Chris: „Nee, nee!”

Floortje: „We hebben Pasen gevierd met z’n allen in de tuin. De hele middag zitten ouwehoeren.”

Chris: „Binnen het gezin heerste vroeger een progressieve sfeer. Zonder dat wij de kinderen links geïndoctrineerd hebben. Zeker niet. Maar ze wisten dat wij progressief en ruimdenkend waren.”

Floortje: „Een open hart, open geest, ruimte voor iedereen. Mijn ouders hebben naast de vier kinderen nog een tijdje een pleegkind gehad. Dat was de sfeer binnen ons gezin: openstaan voor alles. Ook voor dat een ander soms anders over dingen denkt. Mijn moeder zou zeggen: vind elkaar in datgene wat je wél samen hebt. Dat klinkt zalvend, maar zo heb ik het meegekregen. Misschien was het soms iets te lief. Hadden we moeten leren af en toe goed de waarheid te zeggen.”

Chris: „Strijdbaar!”

Floortje: „Ja, ruziemaken, daar zijn we slecht in.”

Merlijn Doomernik
Merlijn Doomernik
Merlijn Doomernik

Inmiddels is Floortje meer dan twintig jaar op televisie, succesvol, bekroond. Wat deed dat met het gezin? Chris antwoordt dat Floortje gelukkig niet naast haar schoenen ging lopen. Vertelt dat zijn vaste kapper in Amsterdam er pas achter kwam dat Floortje zijn dochter was toen zij hem eens kwam ophalen. Dat hij de haringen bij zijn vaste visboer cadeau kreeg, toen Floortje in 2016 de Gouden Televizier-Ring had gewonnen. Toen Chris bij de uitreiking met zijn fototoestelletje vol in beeld verscheen, richtte de schijnwerper zich even op het gezin. Hij kwam in RTL Late Night.

Floortje: „Dat warme sfeertje dat wij delen, werd ineens zichtbaar voor de buitenwereld. Ik vond het zo fijn dat mensen zien hoe bijzonder onze band is.”

Chris: „Het was een vreugdeuitbarsting, een moment zoals je die maar weinig meemaakt in je leven.”

Floortje: „Als mijn moeder hier zou zitten, zou ze wel benadrukken dat ik nooit het prijspaard van het gezin was. Ik ben de jongste, de enige zonder gezin en kinderen. Ik was vroeger altijd het, eh, zwarte schaap? Dat klinkt zo negatief.”

Chris: „De vreemde eend. Je zal in je jonge jaren weleens gedacht hebben: zal ik wel van jullie zijn?”

Floortje: „Welnee, ik wist 100 procent zeker dat ik van jou was. Maar ik heb me wel afgevraagd waarom ik zo’n rare druif ben. Nog steeds, maar ik heb het nu geaccepteerd. Maar als het over mij gaat, zegt mijn moeder standaard: ik heb nog meer kinderen hoor!”

Floortje staat op om naar de wc te gaan. De taart is nog niet op, de slagroom wel. Als ze kamperen en bij de tent zitten, vragen we Chris, waar praten ze dan over?

Chris: „Over haar reizen, maar ook gewoon gossip. Of ik vertel mijn verhalen van vroeger. Hoe ik bij het kamperen ben terechtgekomen, het gevoel van vrijheid dat dat geeft. Het plezier begint bij mij al als ik die kampeerspullen bij elkaar scharrel. Tot voor kort kon ik het allemaal achterop de fiets stouwen, minder dan een uurtje fietsen naar camping De Ruigenhoek, tentje opzetten. Dan komt die vrijheid weer over je. De stilte van de avond. Lopen langs het strand waar niemand meer loopt, alsof je alleen in Nederland bent.”

Maar fietsen gaat niet meer?

Chris: „Ik ben met een klap tegen een taxi aangereden. Daardoor is er iets misgegaan in mijn rug. Fietsen kan ik waarschijnlijk nooit meer. Allemaal vervelende dingen, maar we maken er het beste van. Nu is de rollator de oplossing. Mopperend en monkelend moet je je erbij neerleggen. We hebben nog alle mogelijkheden met het openbaar vervoer.”

Floortje is weer terug, luistert naar haar vader.

Chris: „De kinderen waren boos. Er kwam een ambulance, maar ik kon weer opstappen en naar huis fietsen. Thuis is er nog een ambulance gekomen, want ik stortte toch in. De volgende ochtend hebben we de kinderen gebeld en die waren heel kwaad dat we ze niet meteen hadden ingelicht.”

Floortje: „Nou, kwaad…”

Chris: „Ze zeiden: je had wel dood kunnen zijn!”

Floortje: „Jullie willen ons altijd ontzien. Dan rijdt mijn vader tegen een rijdende taxi aan, valt van zijn fiets, er komt een ambulance bij en dan zegt hij: ik fiets wel naar huis. Op zijn 89ste. Dat is nou de familie Dessing. Nee, nee, komt goed, ik regel het zelf wel.”

Toen is er een hartig woordje gesproken?

Chris: „Ze hebben het me wel kwalijk genomen dat ik niet goed heb uitgekeken.”

Floortje: „Hé, dat is niet waar! Dat maak jij ervan.”

Chris: „Dat ik…”

Floortje, fel: „Nee, paps. We hebben het laatst nog hierover gehad samen, het was geen kwestie van wanneer je zou vallen maar dat je een keer valt. Als je fietst, je bent 88, je zicht is wat minder…”

Chris: „Ik was toen toch al 89…”

Floortje: „Je coördinatie is wat minder…”

Chris: „Ik heb m’n leven lang gefietst, dus moet ik dan zeggen: ik ben 89…? Sommige mensen die autorijden zeggen: ik stop ermee. Maar ik had geen signalen dat ik moest ophouden met fietsen. Op- en afstappen ging nog, ik kan goed kijken, heb één heel goed oor…”

Floortje, lachend: „Ik kan het me zó voorstellen. Ik weet nu al dat ik precies die route ga afleggen. Eigenwijs, je wilt gewoon vrij en zelfstandig zijn. Hij kan opstandig zijn dat hij nu met zo’n rollator moet lopen, maar het lichaam heeft nou eenmaal een levensduur van zo’n honderd jaar, als je veel geluk hebt.”

Ze draait zich naar haar vader.

„Ik ben supertrots dat je nog steeds doorbikkelt. Maar ik merk aan mezelf ook: we zijn moeilijk te stoppen. Zo intens willen leven.”

Chris: „Niet dat we nou gevaarlijk leven…”

Je maakt je zorgen over je vader, maar je kunt ook op St. Helena zitten als het misgaat.

Floortje: „Als het met een van hun niet goed gaat, never-nooit dat ik dan wegga.”

Is dat al eens voorgekomen?

Floortje: „Eh, nee.”

Neem je nu niet nét wat intenser afscheid ?

Floortje: „We zijn heel hecht, ik ga altijd langs om een stevige knuffel te geven als ik weer drie weken op een schip zit. Omdat je weet dat er altijd iets kan gebeuren. We hebben ook nooit over die dingen gezwegen, daar hadden we het nog over. Dat jij met mams naar een uitvaartonderneming gaat om dingen te bespreken.”

Chris: „We hebben een prijsopgave gevraagd: wat kost dat nou als je weggebracht moet worden. Dat we er genoeg geld voor opzijzetten.”

Floortje: „Zo praten we er ook over dat er iets kan gebeuren op mijn reizen.”

Zitten jullie wel eens in angst?

Chris: „Floor heeft al zo veel avonturen meegemaakt dat we altijd hebben gezegd: ze doet maar.”

Floortje: „Die meldt zich wel weer. Als ik weet dat het echt tricky is zeg ik het niet van tevoren, dan zwak ik het allemaal een beetje af.”

Chris: „Zo is het altijd goed gegaan.”

Merlijn Doomernik