Opinie

Hoe heet het ontvoerde meisje van wie de naam in één artikel tien keer viel?

De ombudsman

Tien keer viel haar voornaam in het stukje, was de lezer opgevallen. Waarom zo vaak? En waarom moest haar naam genoemd worden? Het 12-jarige meisje uit Rotterdam dat vorige week verdween, was terecht; een 50-jarige man wordt nu verdacht van ontvoering en ontucht.

Had dit artikel niet geschreven kunnen worden zonder haar naam telkens te herhalen, wil de lezer weten. Nu het opsporingsbelang is verdwenen, stelde ook de politie de privacy van het kind voorop en verzocht haar foto, verstuurd via een Amber Alert, niet meer te publiceren. Google heeft tenslotte een ijzeren geheugen.

De chefs Binnenland en Nieuwsdienst waren het met de lezer eens, toen ze de mail onder ogen kregen, en inderdaad: de artikelen zijn inmiddels aangepast.

Wat maakt dat uit, kun je natuurlijk cynisch zeggen. Haar voornaam was door de politie met dat Amber Alert naar drie miljoen Nederlanders gestuurd en lang en breed in alle media geweest. Bovendien, de NRC Code pleit voor terughoudendheid met achternamen van kinderen, maar zegt niks over voornamen. En namen noemen hoort bij de journalistiek, heb ik hier zelf vaak geschreven.

Ja, maar.

Met kinderen, zeker in een ontuchtzaak, ligt dat toch net anders. Je kunt je zelfs afvragen waarom de krant haar naam überhaupt noemde. Als het gaat om opsporing, voegt dat niets toe aan dat landelijk verspreide en op televisie getoonde Amber Alert. Toch dook haar naam veelvuldig op, zelfs prominent in koppen.

Hoe berichtte de krant dan?

Opvallend genoeg was de kop boven het eerste bericht op nrc.nl, toen het kind nog werd gezocht, naamloos: Amber Alert voor 12-jarig meisje uit Rotterdam. In de tekst eronder viel haar voornaam wel, maar liefst tien keer. In tal van zinnen als: „Ouders van vrienden van [het meisje] wordt gevraagd bij hun kinderen na te gaan of zij weten waar zij kan zijn.” En: „Het is volgens de familie niets voor [het meisje] om niet naar huis te komen.”

Bij dat eerste bericht is later een update-kadertje geplaatst – het meisje was gevonden! – met aanvankelijk nog eens twee keer haar voornaam erin.

In een tweede bericht, dat een 50-jarige man was aangehouden in verband met de verdwijning, stond haar voornaam op de site in de kop en vervolgens nog eens zeven keer in de tekst. Trouwens óók nog in een cursief regeltje eronder, dat ironisch genoeg meldde dat nu dus op verzoek van de politie „in verband met de privacy van [het meisje]” haar foto bij het stuk was verwijderd.

In het daaropvolgende, uitgewerkte nieuwsbericht in de papieren krant, waarin werd gemeld dat de man inmiddels ook werd verdacht van ontucht, stond haar naam opnieuw in de kop en zeven keer in de tekst. Sindsdien is de online versie van dat bericht aangepast en staat eronder dat, na al eerder die foto, nu ook de naam van het 12-jarige meisje om privacyredenen is geschrapt.

Privacy in etappes, het kan.

Wat is dan de regel bij de krant?

De NRC Code bevat een apart lemma over het schrijven over kinderen. Daarin staat dat NRC „extra rekening” houdt met hun belangen en hen bijvoorbeeld alleen citeert met medeweten van een ouder of verzorger. Over het noemen van namen staat er dat de krant „terughoudend” is met achternamen; over voornamen wordt niets gezegd. Dus je hoeft geen scholasticus te zijn om hier de mazen in het net te zien.

Maar zoals vaker hangt veel af van het concrete geval. In deze zaak zou ik zeggen: het repeterend melden van de voornaam van de 12-jarige is, behalve belastend voor het kind, niet eens nodig. Dat de politie haar naam rondstuurde in het belang van de opsporing, betekent niet dat je als nieuwsmedium geen eigen afweging meer hoeft te maken.

Hier spelen wel andere dingen mee, denk ik. Allereerst de empathische reflex om nieuws een gezicht te geven. Zeker namen van kinderen zijn voor de media al snel onweerstaanbaar. Denk aan de jongetjes Ruben en Julian (ook een vermissingszaak, die ellendig afliep) of aan de verdronken Aylan op het Turkse strand. Inmiddels kennen we ook het droevige lot van de Salvadoraanse Angie Valeria, die met haar vader verdronk in de Rio Grande. En een eerdere generatie weet wie Kim Phuc is , ook wel gruwelijk-liefkozend bekend als het ‘napalm-meisje’ op een iconische foto uit de Viëtnam-oorlog.

Identificatie, zeker die met een kind, kan menselijk nieuws optillen uit de deprimerende molen van anonieme onheilstijdingen. Het geeft lezers de mogelijkheid om zich in te leven in een mens van vlees en bloed.

Maar het kan ook een ongemakkelijk vorm van sentimentele toe-eigening worden. Door haar voornaam zo vaak te noemen, en prominent te gebruiken in koppen, word een kind bijna nationaal bezit, een publiek merk – en dankzij Google dus voor altijd.

Misschien heeft die hang naar onschuldige merknamen ook wel te maken met een eigentijds Nederlands verschijnsel: de behoefte om te wonen in een land waar, ondanks alle haat en nijd en Twitter-fitties, als het erop aankomt Iedereen Met Elkaar Meeleeft. Je zag het in de nationale zoektocht naar de verdachte bushcrafter Jos B. Maar ook in de collectieve euforie rond de Elfsteden-zwemmer Maarten, ook een voornaam die een begrip is geworden. Het halve geseculariseerde land loopt jaarlijks uit voor The Passion, om mee te leven met het lijden van een andere Messias, die nog op water kon lopen. Het getuigt van behoefte aan empathie en – hoe zeggen mouw-opstropende politici het ook alweer – verbinding.

Maar het kan dus doorslaan. Kilheid is in de journalistiek niet aan te bevelen. Maar al te opdringerige warmte ook niet.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.