Hij hield de toon het liefst luchtig

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. David de Levita (1926-2019) hielp mensen met oorlogstrauma’s. Zelf verloor hij in de Tweede Wereldoorlog heel zijn familie.

Psychiater David de Levita was al 87 toen hij eindelijk het bescheiden boekje Mevrouw, is dit uw zoon? publiceerde, 88 bladzijden, over zijn oorlogservaringen. „Ik heb altijd geweten dat de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog bij mensen in de loop van hun leven alleen maar sterker worden. Het is mij niet anders gegaan”, schrijft hij in het voorwoord. Hij wilde het gebeurde van zich afschrijven én hij wilde het niet vergeten.

Op 25 mei 1943 ging David (16) bij wijze van afscheid logeren bij Eddy Luza, een (ook joodse) vriend die met zijn familie zou gaan onderduiken. Op 26 mei waren er grote razzia’s in Amsterdam. Toen David aan het eind van de middag zijn Sarphatistraat weer in kon, waren zijn moeder en zijn twee broertjes weg, evenals twee buurfamilies. Zijn vader, net als zijn moeder diamantbewerker, was al in 1934 overleden: van pure woede, schrijft De Levita, omdat een SDAP-partijgenoot was overgestapt naar de NSB.

Eén broertje kwam vlak na David thuis: Frans, die nog met Anne Frank in de klas had gezeten. Een paar weken woonden de broers met Eddy samen. Erg onveilig. Ze besloten een zeilboot te kopen en naar Friesland te gaan. Ze lieten zich slepen, want, schrijft De Levita: „Helaas hadden wij niet de tijd gehad een inderhaast gekocht boekje Hoe leer ik zeilen in te kijken.” Op de Langweerderwielen sloegen ze om. Zwijgende Friezen visten hun bagage uit het water.

Na de zomer vielen de jongens met hun boot te veel op in Friesland. Ze gingen terug naar Amsterdam. Frans wilde in zijn eentje verder; David heeft hem nooit meer gezien. Eddy werd op straat door SD’ers opgepakt waar David bij stond. David vluchtte naar familie in Nijmegen. Vervolgens dook hij onder bij een gereformeerd gezin in Hattem waarvan de oudste zoon aan de kant van de bezetter stond, maar zijn ouders niet wilde verraden.

Toen David na de oorlog terugkwam in Amsterdam, hielp zijn oude school, het Vossius, hem niet. Daar bestond, schrijft De Levita, „geen enkele interesse in de vraag welke joodse oud-leerlingen de oorlog hadden overleefd”. Hij deed staatsexamen, ging geneeskunde studeren en trouwde met Jet Isaac, arts en analytica, met wie hij samenwerkte. In 1969 werd David hoogleraar in Rotterdam, later ook in Amsterdam en Nijmegen. Hij hielp mensen met oorlogstrauma’s en hun kinderen, in Nederland, Duitsland en voormalig Joegoslavië. Jet en hij kregen drie dochters: psycholoog Judith, violist Ruth en lerares Nederlands Edna.

David de Levita, rechts enkele jaren geleden in Berlijn, waar hij gespreksgroepen van oorlogsslachtoffers leidde. Foto privécollectie Maartje Pinkus

David de Levita speelde cello en maakte kunstobjecten uit schroot en afgedankt materiaal, met als motto: ‘De steen die de bouwlieden hebben verworpen, is een hoeksteen geworden’ (Psalm 118:22). Nadat Jet was overleden trouwde hij in 2014 met Maartje Pinkus, ook beeldend kunstenaar, met wie hij samen exposeerde. „Dat beeld”, zegt ze thuis, wijzend op een abstract kunstwerk in de woonkamer, „heeft hij gemaakt toen hij met me trouwde.”

Wat hij voor iemand was? „Je kon altijd met hem lachen”, zegt middelste dochter Ruth (62). Pinkus: „Ik heb nog nooit zo veel gelachen als met hem.” Daaronder zat de ernst. „Veel mensen begrepen de luchtige toon van Mevrouw, is dit uw zoon? niet goed”, zegt Pinkus. „Die dachten: zo moeilijk had je het niet. Maar tussen de regels door lees je hoe gevaarlijk het was. Wat niet gezegd wordt, daar zit de tragiek. Hij hield niet van dramatisch doen en hij had verdringingsmechanismen. Anders had hij niet verder kunnen leven. Zijn hele familie is vermoord, tachtig mensen.”

„Als kind stelden wij natuurlijk vragen omdat mijn vader veel minder familie had dan andere vaders”, zegt Ruth. „Dan kon hij ineens heel gesloten zijn.” „Met mij heeft hij er wel veel over gesproken”, zegt Pinkus. „Mijn ouders hebben de kampen overleefd en zij spraken er vroeger ook niet over. Ze wilden de kinderen beschermen.”

De laatste jaren kwam het verleden boven. „Hij vond het heel erg dat hij nooit meer iets voor zijn moeder heeft kunnen betekenen”, zegt Pinkus. Ze werd vermoord in Sobibor. „In ons laatste gesprek had hij het over zijn vader”, zegt oud-internist Philip Rümke, die met hem in het Amsterdamse corpsdispuut Breero zat. „Een zeldzaamheid, vaker ging het over zijn twee broers, beiden vermoord.” Rümke gaf hem het boek Mein Leben van Marcel Reich-Ranicki. „Die beschrijft zichzelf daarin als ‘ein halber Pole, ein halber Deutscher und ein ganzer Jude’. Dat laatste vond hij prachtig. Dat wilde hij ook zijn.”

In mei belandde David de Levita in het ziekenhuis. Bij toeval werden toen de uitzaaiingen in zijn buik ontdekt waaraan hij begin juni overleed.