Een duif die cool blijft in de hectiek

Christine Lagarde Ze is jurist, een netwerker en rustig in crises. Nu gaat Christine Lagarde de ECB leiden.

Foto John Thys/AFP
Foto John Thys/AFP

Het is mei 2010. De Europese leiders zijn in Brussel om het eerste pakket leningen voor Griekenland in elkaar te timmeren. Het loopt tegen een uur ‘s nachts. Het schiet niet op. Iedereen wordt zenuwachtig: de beurs in Sydney opent bijna. Als de eurozone zijn probleem dan niet opgelost heeft, kan er een mondiaal domino-effect op gang komen van oost naar west.

Dan vraagt Christine Lagarde, de Franse minister van Financiën, opeens het woord. Doodkalm zegt zij: „Met alle respect voor onze Australische vrienden: die opening in Sydney overleven we wel. Waar we banger voor moeten zijn, is Tokio. Als die opengaat, moeten we een akkoord hebben.”

Vraag de Griekse oud-minister van Financiën George Papaconstantinou naar een typerende anekdote over Christine Lagarde, die deze week genomineerd is als de nieuwe president van de Europese Centrale Bank. Ook noemt hij meteen die hectische nacht waarin het euro-noodfonds werd geboren. Lagarde, zo zegt Papaconstantinou, onderscheidde zich toen van de andere deelnemers. „Iedereen ging uit zijn dak, maar zij bleef cool en focuste op de deal. En we krégen een deal.”

Al in mei 2010 werd een deel van Lagarde’s pad naar de ECB-top geplaveid, lijkt het wel. Want stel dezelfde vraag aan Thomas Wieser, destijds directeur-generaal van het Oostenrijkse ministerie van Financiën, en hij begint óók over die nacht in Brussel.

„Om drie uur ’s ochtends haalt Lagarde een zak M&M’s tevoorschijn en een vel papier. Ze zegt: ‘Laten we nadenken over de voorwaarden voor het noodfonds. Daar werkten we toen aan: rustig, urenlang. Tot we een structuur hadden.”

De euro, een politiek feestje, dus… oud-politicus Lagarde

Wieser werd later eurogroep-coördinator, de baan die de Nederlander Hans Vijlbrief nu heeft. Hij maakte Lagarde honderden keren mee, als minister en later als managing director van het IMF. Hij noemt haar „kalm, evenwichtig, georganiseerd.”

Het belangrijkste punt van kritiek dat je over Lagarde’s ECB-kandidatuur hoort, is dat ze jurist is. En te weinig financiële en monetaire expertise zou hebben.

In de ogen van Wieser of Papaconstantinou, die deze expertise wel hebben, vormt dit geen probleem. Ook veel anderen zien het bezwaar niet. „Christine draait zo lang mee in de financiële wereld”, zegt een diplomaat die destijds in Brussel actief was maar anoniem wil blijven. „Ze omringt zich met goede mensen. En luistert naar ze. Ze kent de eurozone en zijn politieke gevoeligheden beter dan wie ook.”

Ook de Duitse bondskanselier Angela Merkel lijkt dit oordeel toegedaan. Zij en Lagarde zijn sinds de eurocrisis close – ze tutoyeren elkaar, sturen elkaar kerstcadeaus en eten wel eens samen.

Het was Merkel die Lagarde opperde voor de ECB. Velen verwachtten dat ze de president van de Bundesbank, Jens Weidmann, zou pushen. Weidmann staat bekend als monetaire havik. Hij is kritisch over het beleid van ECB-president Mario Draghi, en stemde onder meer tegen diens plan om staatsobligaties op te kopen. Weidmann is daardoor omstreden in Zuid-Europa.

Dat Merkel Lagarde koos - eerder een duif, en iemand die van noord tot zuid respect geniet - spreekt boekdelen. De ECB staat voor belangrijke beslissingen. De euro-economie groeit amper. De inflatie is te laag. Moet het opkoopprogramma stoppen? Moet de rente omhoog? En hoe ontwikkelt zich de zorgelijke combinatie van excessieve Italiaanse schuld met een populistische regering in Rome?

Kennelijk wil de kanselier dat dit soort cruciale discussies niet op puur monetaire gronden gevoerd worden, maar vanuit een ietwat bredere blik. Lagarde heeft die blik. Dinsdag, toen de nominaties voor Europese topbanen bekend werden, zei de kanselier eenvoudigweg: „Onder Lagarde zal het de euro goed gaan.”

Synchroonzwemmen

Christine Madeleine Odette Lallouette werd op 1 januari 1956 in Parijs geboren in een katholiek middenklassegezin. Haar ouders zaten in het onderwijs. Met drie broers groeide ze op in Le Havre. Ze zat als tiener in het Franse nationale team synchroonzwemmen. Daarvan leerde ze, zo vertelde ze aan Paris Match, goed op anderen te letten. En: „tanden op elkaar en glimlachen”. Ze is nog altijd een zwemmer: als het even kan, kiest ze op reis hotels met een zwembad.

Lagarde studeerde rechten. Ze probeerde tweemaal bij de prestigieuze ENA (École nationale d’administration) binnen te komen, maar werd afgewezen. Na een jaar Amerika, waarin ze stage liep bij de latere minister van Defensie William Cohen, ging ze de advocatuur in. Ze schopte het tot eerste vrouwelijke baas wereldwijd van het gezaghebbende kantoor Baker & McKenzie in Chicago.

In 2005 haalde president Sarkozy haar naar Parijs als minister van Handel; ze was passief lid van zijn conservatieve partij UMP. Later stapte ze over naar Landbouw, daarna Financiën. Daar zat Lagarde – wederom als eerste vrouw - toen de financiële crisis uitbrak. Het was dweilen met de kraan open: banken overeind houden, financiële regulering aanscherpen, economische stimulus optuigen tijdens de ergste recessie in decennia, en vervolgens de euro overeind houden.

Lees ook: Clubje centrale bankiers krijgt baas van buiten

Lagarde slaagde erin om loyaal te blijven aan Sarkozy, een impulsief man die de Duitsers met zijn gedram over een gouvernement économique menig paniekaanval bezorgde. Maar zonder dat mensen haar zagen als zijn verlengstuk.

Het enige wat altijd aan haar bleef plakken, was een hoge afkoopsom die ze in 2008 op last van Sarkozy aan zakenman Bernard Tapie liet betalen na zijn geschil met de bank Crédit Lyonnais. De rechter besliste in 2016 dat Lagarde dat niet had moeten doen. Maar ze kreeg geen boete of celstraf, vanwege haar “internationale profiel” en het feit dat ze bezig was een wereldwijde financiële brand uit te trappen.

Good cop, bad cop

In die hectische Brusselse dagen, waarin toppen en eurogroepen nachten doortrokken, legde Lagarde, die tweemaal gescheiden is en twee volwassen zoons heeft, de basis voor haar verdere carrière. Zij leerde zowel de diep-ingebakken Duitse angst voor Franse ideeën en grandeur te begrijpen, als de Franse vrees voor Duits legalisme en zuinigheid.

In die tijd bouwde ze ook haar contacten in Berlijn op. Niet alleen met Merkel, ook met minister Schäuble, die vanaf het eerste moment in de Griekse crisis had geëist dat het IMF erbij zou komen. Samen speelden ze good cop, bad cop. Schäuble kon vreselijk uit zijn slof schieten. Maar nooit tegen haar.

Lees ook het interview met Lagarde uit 2013: Vrouwen hadden deze crisis anders aangepakt

Vanaf zomer 2011 zat Lagarde bij die Brusselse vergaderingen met een andere pet op: die van IMF-chef. Haar idee om managing director Dominique Strauss-Kahn op te volgen, dateerde al van vóór zijn gedwongen aftreden in mei, toen hij in New York werd gearresteerd, verdacht van het lastigvallen van een kamermeisje.

Dat voorjaar overwoog Strauss-Kahn een gooi te doen naar het Franse presidentschap te doen. Het IMF kon vrijkomen. Lagarde was met haar Britse collega Osborne op reis, die haar vroeg: „Wil jij die post niet?” Zo, vertelde Lagarde later, „kwam ik op het idee. Via Osborne.” Toen Strauss-Kahn plotseling werd gearresteerd, hoefde ze niet lang te denken. Het gerucht gaat nu dat Osborne haar wil opvolgen bij het IMF.

Lagarde vertelt zelden negatieve verhalen: ze is een positivo. Daarom is ze goed in persconferenties. Ze is vriendelijk, feitelijk en heeft – zelfs na een nacht doortrekken – voor ieder een aardig, persoonlijk woord. Ze citeert de schrijver Robert Musil weleens: „De mens is tot alles in staat, zelfs tot het beste.”

Maar over haar sollicitatie bij het IMF was ze openlijk ontstemd. De gouverneurs, allen mannen, legden haar een voor een op de grill. Met tussenpozen van vijf minuten draaide ze haar verhaal af. Daarna moest het voor de hele ploeg nog eens over. Dit wil je niemand aandoen, zei ze later. Lagarde is vegetariër en drinkt zelden alcohol. Maar die avond ging ze op het vliegveld aan de champagne.

Onder de huid

Strauss-Kahn kreeg het verwijt dat hij soepeler voor Europa was dan voor andere continenten. Lagarde niet. Vooral tijdens de crisis op Cyprus stelde ze snoeiharde eisen. Het IMF is altijd in handen geweest van een Europeaan, en de Wereldbank van een Amerikaan. Andere werelddelen protesteren. Ze kreeg in 2016 makkelijk een tweede termijn, maar beseft dat ze misschien de laatste Europeaan van het IMF is.

Ze omschrijft haar werk zo: „Ik ga onder de huid van landen zitten, om ze te helpen betere besluiten te nemen, sterker en rijker te worden en banen te creëren”. Ze omringt zich met experts uit diverse hoeken, naar wie ze luistert. Ze kent haar dossiers. Ze reist de wereld over voor het IMF; ze ziet haar vriend, een zakenman in Marseille, weinig. Ze kan gedecideerd zijn, maar altijd met een glimlach. Bij elke belangrijke conferentie is Lagarde aanwezig. Ze heeft een enorm netwerk, en gebruikt dat ook. Mark Sobel, oud-ambtenaar van het Amerikaanse ministerie van Financiën en fan van haar, schreef dat hij altijd te laat kwam „behalve bij Lagarde. Dan kwam ik twee minuten te vroeg.”

Vrouw-zijn, zei Lagarde tegen The Guardian, is een voordeel in deze positie: als ze geld nodig heeft, is de masculiene reactie vaak om gul te geven. „Mensen zeggen dan: hoe kan ik tegen jóu nu nee zeggen?”

Al jaren gaan er geruchten dat Lagarde terug wil naar Europa. Ze scoort hoog in Franse peilingen. Maar ze bleef zeggen: „Ik ben een vis in internationale wateren, niet territoriale wateren.” Zo komt ze nu bij de ECB terecht, in een van de hoogste posities van de wereld. Ze wordt, op een bepalend moment, ‘de vrouw die op onze munt past’. Maar afgaande op veel mensen die Lagarde al langer volgen en met haar gewerkt hebben, doet ze dat eigenlijk al jaren.