‘Drie keer per dag vla is geen optimale zorg’

Interview Wie in het ziekenhuis ligt, heeft behoefte aan extra eiwitten, zegt hoogleraar Peter Weijs, maar kennis daarover ontbreekt.

Hoogleraar Peter Weijs vond het best erg dat zijn moeder in het ziekenhuis driemaal daags vla kreeg.
Hoogleraar Peter Weijs vond het best erg dat zijn moeder in het ziekenhuis driemaal daags vla kreeg. Foto Roger Cremers

Toen de moeder van Peter Weijs op haar 85ste met een redelijk onschuldige bloeding in het ziekenhuis terechtkwam, werd haar gevraagd: wat wilt u eten? Mevrouw Weijs had weinig trek en bescheiden als ze is, zei ze: doe maar een bakje vla. „En dat bleef zo. Drie dagen lang, drie keer per dag een bakje vla. Dat heeft niets te maken met optimale zorg”, zegt Weijs.

Hoogleraar voeding en beweging bij het Amsterdam UMC Peter Weijs (1964) hield vorige maand zijn oratie. Hij pleitte ervoor dat voeding voor iedereen een vanzelfsprekend onderdeel van de zorg wordt, ook als patiënten weer thuis zijn. „Mijn moeder zou alleen eiwitverrijking hebben gekregen als bij de screening was gebleken dat ze ondervoed was.”

Hoe erg kan het zijn, een paar dagen op vla leven? Best erg, zegt Weijs. „Als je in bed ligt en geen energie verbruikt, heb je ook geen trek. Maar als je energiebehoefte omlaaggaat, daalt je eiwitbehoefte niet. En de weinige eiwitten die je eet, worden dan ook nog slechter omgezet in spiereiwit.” Geen eiwit + stilliggen = spierverlies. „En dat is superslecht.”

Ouderen verliezen per jaar ongeveer 0,2 kilo spiermassa. In het ziekenhuis is dat al snel 0,2 kilo per dag en op de intensive care kan dat oplopen tot 0,8 kilo. „Spiermassa neemt geleidelijk af vanaf je dertigste en crisisgewijs nog sneller.” Een ziekenhuisopname is zo’n crisis: „Alles wat er dan afgaat, versnelt het verouderingsproces.” Die is nooit meer de oude geworden, hoor je vaak. En dat klopt. „De spieren die je met een paar dagen in het ziekenhuis verliest, bouw je als je oud bent misschien wel nooit meer op. Het totale fysieke functioneren gaat achteruit. Die mensen komen vaak binnen twee weken al terug. Gevallen bijvoorbeeld.”

Blokkade

Weijs legt uit hoe het kan dat eiwit in het ziekenhuis slecht wordt opgenomen. „Er kunnen alleen spiereiwitten worden gemaakt als aminozuren, de bouwstenen van eiwitten, aankomen in de spiercellen. Dan kan eiwitsynthese plaatsvinden. Maar die aminozuren gaan daar niet vanzelf heen. Soms zit er een blokkade in de cel. De aanvoer van aminozuren is bovendien afhankelijk van beweging. Als je niet beweegt, stroomt er onvoldoende bloed naar de spieren en komen die aminozuren niet bij die spieren terecht.” Ten slotte moeten er voldoende aminozuren vanuit de darmen in het bloed komen. Ook daar kan een blokkade zitten. „Die verschillende stukjes blokkade samen – in de cel, in de aanvoer en bij de opname in de darmen – noemen we anabole resistentie.”

Het goede nieuws is dat er iets aan te doen is. „Met een extra hoge eiwit-inname kun je een normale spieropbouw bereiken. Liefst door de hoeveelheid eiwit per maaltijd te verhogen.” In het ziekenhuis lukt dat niet altijd met kip en kwark. „Dan kom je op drink- of sondevoeding. Maar het is lastig om genoeg eiwit binnen te krijgen zonder energie-overvoeding.” En te veel energie is óók niet goed. „Uit eigen onderzoek op de intensive care weten we dat bij een te hoge energie-opname het eiwit niet meer efficiënt gebruikt wordt, en dan moet je dus nog meer nemen voor voldoende spierbehoud.”

Ongeveer eenderde van de oudste patiënten is ondervoed. Al zie je dat niet altijd – ook dikke mensen kunnen tekorten aan voedingsstoffen hebben. „Over twintig jaar heeft zeventig procent van de ouderen overgewicht. Dat gaat samen met inactiviteit: de vetmassa neemt toe, maar de spiermassa neemt alleen maar verder af. We weten nu zelfs dat die vetmassa een negatieve invloed heeft op die spiermassa én dat die groep de slechtste prognose heeft bij bijvoorbeeld kanker.”

Spiermassa

Een betrouwbare methode om bij individuele patiënten te meten of er genoeg eiwit opgenomen wordt, is er niet. Wel heeft Weijs op de intensive care kunnen aantonen dat patiënten die per dag 1,2 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht kregen – 50 procent boven de normale eiwitbehoefte – een betere overlevingskans hadden. „Er zijn natuurlijk meer factoren, maar dat spierverlies zo’n voorspellende factor is, geeft wel aan hoe belangrijk het ook is voor hoe het daarna gaat. Meestal richt men zich puur op de diagnose. Dat probleem wordt opgelost, maar er wordt niet nagedacht over onderhoud van de spiermassa die nodig is om kracht op te bouwen, om fysiek goed te kunnen functioneren en zelfredzaamheid te behouden.”

Dat roept de vraag op of je het ook vóór kunt zijn, zodat een ziekenhuisopname minder hard aankomt. Ook dat heeft Weijs onderzocht. Voor een groep relatief gezonde ouderen ontwikkelde zijn vakgroep een app met een thuistrainingsprogramma waarin ook een ‘eiwitcoach’ zit. „In de controlegroep verloren mensen in een jaar tijd 2,5 procent van hun spiermassa. Bij de groep die drie keer per week trainde en voldoende eiwit at, zagen we dat de volledige spiermassa behouden bleef. ” Nota bene met gewone supermarktproducten als kwark, peulvruchten en noten.

En al die toetjes en repen waar in grote letters ‘protein’ op staat, hebben die zin? „Nou, niet overal waar het op staat, zit ook heel veel eiwit in. Je moet naar de hoeveelheid kijken. Zo’n eenpersoonsbakje zuivel is het meest effectief als er 20 tot 25 gram eiwit in zit. Dan zit je met drie van die porties per dag al goed. Het moet eigenlijk routine worden om eiwit aan te vullen, waar het met een boterham niet lukt.”

Over de schutting

Het lijken allemaal open deuren: gezond eten, voldoende bewegen. En toch wordt voeding, misschien omdat het zo normaal is, in het ziekenhuis vaak over het hoofd gezien. Medicijnen en ingrepen horen bij de behandeling en worden vergoed, voeding op maat niet. „Waarom krijg je in het ziekenhuis alleen optimale voedingszorg op indicatie?”

Wat mogelijk meespeelt, is dat voedingsonderzoek lastig is: veel onderzoek is klinisch en experimenteel. „Als je met zwaar onderzoek aantoont dat iets werkt voor een bepaalde patiëntengroep, word je echt wel serieus genomen. Maar we kunnen niet wachten tot alles honderd procent evidence based is, terwijl we er allemaal wel van overtuigd zijn dat voeding en beweging de knoppen zijn waaraan je kunt draaien. In Amsterdam UMC hebben we al ‘Zorg op het Bord’; je zou patiënten ook moeten voorbereiden op de periode erna. En laten we goede voeding staand beleid maken en opnemen in de opleiding, zodat mensen als mijn moeder niet meer over de schutting worden gegooid.” Investeren in voeding is goedkoper dan meer medicijnen en medische ingrepen, zegt Weijs.

Met mevrouw Weijs (86) gaat het overigens goed, ze was aanwezig bij de oratie van haar zoon. „Ik vraag steeds of ze genoeg beweegt. Niet het maximale, maar wat voor haar betekenisvol is: zelf je vest kunnen aantrekken, zelf je eten kunnen maken. Ieder mens wil het gevoel hebben zelf iets te kunnen doen.”