Khalid Amakran

‘Door stier en hengst wisten we hoe het zat’

Op de plaats van de rubriek Jong! deze zomer elke week de rubriek Oud! waarin ouderen vertellen over zichzelf, hun liefdes en de lessen van het leven. Deze week: Hilbert de Haan (98).

Turf afgraven

„Mijn grootvader en vader hadden samen een boerderijtje gekocht met vijf hectare heideveld eromheen. Dat was in Drenthe, bij het riviertje de Reest. Daar ben ik geboren. Ze groeven het stuifzand af en daarna het veen eronder. Dat werd verkocht als turf en toen konden ze gaan boeren. Maar het ging niet goed tussen die twee. Ze waren allebei driftig van aard. De familie van mijn moeder kwam bijeen voor beraad en de conclusie luidde: uit elkaar. Dat was in 1932, ik was twaalf. Er werd een sloot gegraven en toen hadden mijn grootvader en vader elk twee en een halve hectare.”

Psalm 25 vers 6

„Mijn moeder was 42 toen ze pijn in de buik kreeg. Ze ging niet naar de dokter, want we hadden geen ziekenfonds. Ze bleef wachten tot het niet meer ging. Toen was het een darmafsluiting ten gevolge van een blindedarmontsteking een jaar eerder. Ze moest geopereerd worden, er kwam een infectie bij en daar is ze aan overleden. Gelukkig kreeg ze de genade van Jezus. Op haar sterfbed zong ze: Wie heeft lust den HEER te vrezen, ’t Allerhoogst en eeuwig goed. Psalm 25 vers 6. Daar hebben we ontzettend veel steun aan gehad.”

Stier en hengst

„In hetzelfde jaar leerde ik Jantje kennen. Ik was inwonende boerenknecht, zij inwonende boerenmeid, ik had haar wel eens zien fietsen. Ze zwaaide. Op een avond paste ze met haar vriendin op de boerderij waar ze werkte en toen zijn mijn beste vriend en ik naar hen toe gegaan. Het was liefde op het eerste gezicht. Je moet bedenken dat wij geen seksuele voorlichting kregen, maar door de stier en de hengst wisten we wel hoe het zat. Wat je deed was voor het zingen de kerk uit. Na drie jaar verkering zijn we getrouwd. Jantje verwachtte onze oudste zoon al. Uiteindelijk hebben we acht kinderen gekregen.”

Khalid Amakran

Dienstwoning met wc

„In 1953 zag ik een advertentie: arbeiders gevraagd voor de Noordoostpolder. Ze zijn bij ons thuis komen kijken of we flink en netjes waren, en toen ben ik bij een boer in Rutten gaan werken. In Drenthe hadden we nog niet eens een wc, en nu kregen we een moderne dienstwoning met een aparte keuken en een douche. Ik kon al omgaan met een rupstractor en ik specialiseerde me in aardappelen en de fruitteelt.”

Staalpillen

„Mijn oudste zoon is overleden in 1996. Kanker. Hij rookte niet en hij leefde gezond. Jantje overleed in 2010, ook kanker. Vorig jaar is er een andere zoon overleden en dit jaar weer een zoon. Allebei kanker. Ik rook wel, maar mij mankeert niets. Of nou ja, ik heb wel kwaaltjes, onder andere bloedarmoede. Daar krijg ik staalpillen voor. Geloof is onze enige hoop en ik leef uit genade. Ik ben helemaal niet bang voor de dood.”