De partijen van Rutte III willen nu graag zichzelf veranderen

Rutte III VVD, CDA, D66 en ChristenUnie denken na over hun eigen opvattingen, ze willen ‘vernieuwing’. En ze denken na over de coalitie, die halverwege is. Moet het nog wel over de grote verschillen gaan in Nederland? Of maak je die dan juist groter?

Illustratie Hajo

Premier Mark Rutte heeft nauwelijks geslapen, hij is er wel: op de laatste maandag vóór het zomerreces van de Tweede Kamer zitten de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie bij elkaar op het ministerie van Financiën. Het is avond, Rutte is net terug van een extra lang weekendoverleg over de topbanen in Brussel. En nu weet hij, zegt een betrokkene, niet wat hij meemaakt. De ene na de andere fractievoorzitter komt met ideeën – over wat het kabinet moet doen na de vakantie. „Wat een energie”, roept hij. En tegen VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff: „Dit is toch gaaf, Klaas. We hebben net het pensioenakkoord achter de rug, en het klimaatakkoord. En nu dit.”

Luister ook naar onze podcast Haagse Zaken: #41 Hoe coalitiepartijen nadenken over Het Grote Verhaal

In 2017 duurde het zeven maanden voordat ze er met z’n vieren uit waren gekomen. Ze vonden elkaar in deze analyse: Nederland was diep verdeeld. Het vertrouwen in politiek was laag. Er waren ‘kloven’ tussen bevolkingsgroepen: sociaal-economisch, etnisch en cultureel. Dit kabinet, schreven de partijen in hun regeerakkoord, trok zich die verdeeldheid aan. Rutte III zou de bezorgde burger serieus nemen. Er stond: „We zijn vóór verschillen, maar tegen tegenstellingen.”

Het kabinet sluit een onrustig politiek jaar toch succesvol af, door de akkoorden over pensioenen en klimaat. En nu? Daar denken alle vier de regeringspartijen over na, al doet de ene partij dat openlijker dan de andere. Staat het verhaal over die ‘kloven’ nog overeind? Of moet het juist anders? Is er niet een nieuw verhaal nodig, voor zichzelf én voor de coalitie?

„Op de helft van een regeerperiode ga je nadenken over de toekomst”, zegt CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma. Hij volgde in mei Sybrand Buma op. „Dat is een natuurwet. ”

Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD, zegt: „Het moet niet meer alleen over kloven gaan. Door die steeds te benoemen, creëer je juist een tweedeling.” Volgens Dijkhoff is er dit jaar een „aparte situatie” in de coalitie ontstaan, doordat twee van de vier partijen afscheid namen van hun leider. Naast Buma stapte ook D66-leider Alexander Pechtold op. Rob Jetten werd fractievoorzitter. Daardoor, zegt Dijkhoff, worden de coalitiepartijen al meer dan gebruikelijk gedwongen om na te denken over een nieuwe koers.

Polarisatie in de politiek

Dijkhoff wil af van gesomber over boze burgers. Hij voelt zich in die overtuiging gesterkt door een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau over de Nederlandse identiteit, dat vorige week verscheen. Daaruit kon je de conclusie trekken dat de ‘bezorgde burger’ op wie Rutte III zich zo richt, misschien wel meer een Haags dan een maatschappelijk verschijnsel is. Politici blijven maar ‘benoemen’ wat er mis is in Nederland, burgers zelf maken zich juist zorgen over polarisatie in de politiek.

Van alle vier de partijen is de discussie over de eigen opvattingen en de koers van Rutte III het meest zichtbaar bij de VVD. Klaas Dijkhoff reist zaaltjes af, hij schreef in april het discussiestuk ‘Liberalisme dat werkt voor mensen’, en wordt in de coalitie gezien als de grootste vernieuwer. In zijn discussiestuk schreef Dijkhoff dat zijn partij niet langer alleen voor bedrijven en mensen met hoge inkomens moet opkomen. Het woord ‘middenklasse’ viel veertien keer. „Liberalen”, zegt Dijkhoff nu, „kwamen altijd op voor het bedrijfsleven. Nu zie je techbedrijven monopolies creëren, dan heb je juist een sterkere overheid nodig. Ik ben niet tegen grote bedrijven, maar de markt heeft een marktmeester nodig. Die kant wil ik nu met de VVD op.”

VVD-kroonprins Klaas Dijkhoff wil het volk verheffen

En die kant moet Rutte III ook op. Dijkhoff had zijn ideeën al aan de coalitiepartners laten zien.

Koopman wint van de dominee

De ChristenUnie is nog lang niet uitgekeken op het verhaal over de grote verschillen in Nederland – sociaal-economisch, in opleidingsniveau, cultureel. Sterker nog, wat politiek leider Gert-Jan Segers betreft doet Rutte III er een schepje bovenop. „Denk aan ons belastingstelsel. Dat maakt de kloof tussen mensen die huren en met een koopwoning zo groot, tussen jong en oud, tussen een- en tweeverdieners. Wij willen dat dat rechtvaardiger en eerlijker wordt.”

De ChristenUnie houdt ‘huiskamergesprekken’ met leden en niet-leden, op verschillende plekken in het land, om over thema’s als ongelijkheid en culturele identiteit te praten – ook bedoeld om de eigen ideeën en overtuigingen te vernieuwen en, in de woorden van Segers, „scherper” te maken. „Het klinkt lelijker dan ik het bedoel”, zegt hij, „maar we moeten meedogenlozer zijn in het opkomen voor onze waarden, onze rechtsstaat. Neem de relatie met Turkije. Het blijft mij steken dat we van regeringszijde niet volmondig de Armeense genocide kunnen erkennen. Dan wint de koopman het van de dominee.”

De coalitie, zegt hij ook, heeft het al vaak gehad over een wetsvoorstel om buitenlandse beïnvloeding „door regeringen in onvrije landen” tegen te gaan. Hij wijst uit het raam. „Maar dat blijft dan ergens hangen tussen de torens van de ministeries.”

Waarom het niet lukt? „Omdat er economische belangen zijn. Omdat er angst is dat we een islam-bashende club zijn en nee, dat wil ik ook niet zijn. Maar je moet onderscheid maken. Moslims die zeggen: dit is ook mijn rechtsstaat, kunnen volop meedoen. Maar waar het fout gaat, moet je de rechtsstaat stevig verdedigen.”

De huiskamerbijeenkomsten die voor het najaar staan gepland heten ‘Grenzen aan gastvrijheid’ en ‘Wij Nederland’.

In een lezing op het Titus Brandsma Instituut, in het voorjaar, zei Segers dat er „een somberheid” is in Nederland „die met geen economisch groeicijfer te verjagen is. „Er is gebrek aan hoop die met geen loonsverhoging valt op te lossen. Er is een wantrouwen jegens bestuurders, politici, dus ook jegens mij, zodat de verleiding om helemaal niet meer te stemmen of om op extreme uiteinden te stemmen steeds groter wordt. Er is een zorg over onze samenleving en een heimwee naar vervlogen tijden die er nooit geweest zijn. Dat vreet aan ons allemaal.”

Het is niet zo dat de ChristenUnie ontevreden is over zichzelf in de coalitie – op de eigen website telt de partij de successen, het zijn er nu 107. Zoals een actieplan tegen antisemitisme, het kinderpardon en het verlengen met drie jaar van subsidies voor zonnepanelen. Er is ook geen onduidelijkheid over het leiderschap bij de volgende verkiezingen, zoals bij CDA, D66 en VVD. Maar Segers vindt: als partij móét je met eigen ideeën blijven komen. „Dan houd je als kiezer een reden om op de ChristenUnie te stemmen.”

Hij beseft wel, zegt hij, dat je ermee moet oppassen. Kiezers kunnen ook denken: als je het zo goed weet, regel het dan nu. En niet pas bij de volgende verkiezingen.

Dat overkwam D66-leider Rob Jetten. In een speech voor studenten begon hij ook over ‘gescheiden werelden’ in Nederland. „De muur tussen mensen met en zonder zekerheid”, zei hij, „ontstaat langs de lijnen van opleiding.” Hij beloofde de studenten dat voor D66 de volgende Tweede Kamerverkiezingen zullen gaan over „meer en beter onderwijs”. En: „Als wij de kans krijgen, zullen we na de verkiezingen weer een recordinvestering doen.”

Van universiteitsbestuurders en hoogleraren kwam er felle kritiek: waarom bij de volgende verkiezingen, waarom niet nu? D66’ers waren daar op hun beurt geïrriteerd over. Jetten had toch gezegd: wéér een investering?

Op de laatste werkdag van de Tweede Kamer voor het reces, hij is net terug van de vegetarische barbecue, zegt Jetten: „Nu we een pensioenakkoord en een klimaatakkoord hebben, is er ruimte voor de rest van onze agenda.” En al lijkt de VVD uitgekeken te zijn op de kloven, net als de ChristenUnie is ook D66 er nog lang niet over uitgepraat. Jetten zal na de zomer ook langs zaaltjes trekken, ook in het hele land, en wat hem betreft zal het dan ook gaan over de verschillen tussen hoog- en laagopgeleiden, tussen mensen met een hoog en een laag inkomen, tussen mensen met een andere culturele achtergrond. Hij zal het gebruiken voor een manifest, als basis voor het verkiezingsprogramma.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: #41 Hoe coalitiepartijen nadenken over Het Grote Verhaal
U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Onvrede bij het CDA

In het CDA is het denken over een nieuw verhaal al begonnen onder Buma. In de achterban was er onvrede over de sociaal-conservatieve koers van de CDA-leider. Het moest niet vooral gaan over angsten van bezorgde burgers, maar meer over klassieke christen-democratische thema’s als naastenliefde, barmhartigheid, rentmeesterschap. Pieter Jan Dijkman, directeur van het Wetenschappelijk Instituut, zette een commissie aan het werk. Daarin denken jonge partijleden met kritische oudgedienden als Ab Klink en Lans Bovenberg na over een nieuw verhaal.

Heerma, die geen ambities zegt te hebben om zelf lijsttrekker te worden, doet er actief aan mee. Hij praat onder meer mee met de commissie. „Ik wilde deze baan graag doen om de coalitie tot een succes te maken, maar ook om te bouwen aan ons profiel voor de komende jaren.”

Buma’s CDA voor bezorgde burgers, wie wil dat nog?

Al vanaf het begin van Rutte III zijn de coalitiepartijen er druk mee: ze proberen ‘zichtbaar’ te blijven met eigen ideeën. Ze zouden onderling ook niet al te lichtgeraakt doen over uitspraken of bijzondere voorstellen in interviews of lezingen, zolang die het regeerakkoord niet onderuit haalden. Maar blijft dat overeind als de partijen allemaal zo nadrukkelijk gaan nadenken over vernieuwing, met als doel: de volgende verkiezingen winnen?

De VVD komt met de aandacht voor de middenklasse in het vaarwater van het CDA, maar ook bij D66 is het idee dat Dijkhoff met sociaal-liberale ideeën wil vissen in hún electorale vijver. Als de ChristenUnie zich sociaal-conservatiever opstelt, schuift die partij misschien op naar het CDA. En bij CDA’ers groeit de neiging naar een meer christelijk-barmhartige koers, zoals de ChristenUnie heeft.

Een coalitie in beweging, is dat ook een risico? Nee hoor, zegt Pieter Heerma laconiek. Hij noemt Rutte III „gezamenlijk wendbaar”. En dat is volgens hem altijd beter dan het kabinet Balkenende IV (2007-2010), van CDA, PvdA en ChristenUnie, waar elkaar niks gegund werd en altijd ruzie was. „Toen mijn vader [oud-CDA-fractievoorzitter Enneüs Heerma, red.] in de jaren negentig over gezinsbeleid begon, werd hij uitgelachen door de Paarse coalitie. Nu lacht niemand er meer over, iedereen vindt het een belangrijk onderwerp. Nu de VVD de middenklasse belangrijk vindt, denk ik: dat is ons thema, dus daar kunnen we zaken over doen.”

In de eerste helft van Rutte III was bij de coalitiepartijen het idee dat ze een strijd tegen uitersten aan het verliezen waren. Heerma: „Veel mensen dachten: redt deze coalitie het wel, krijgen ze dingen voor elkaar? Trekt niet alles naar de flanken toe?”

De uitslag van de Europese verkiezingen in mei, waarbij vooral de PvdA het goed deed, duidt er volgens Heerma op dat „de wal het schip aan het keren is”. „In een paar maanden is het beeld veranderd: de centrumzoekende krachten boekten resultaten. Het pensioenakkoord werd overdonderend gesteund door de FNV, wie had dat gedacht?”

In het debat over het klimaatakkoord, eerder deze week, riep Heerma daarom uit: „We kunnen het nog!”