‘Wij kunnen met 4.500 man justitie bijstaan, maar wel vanuit vertrouwen’

Integriteitsbewakers ABN Amro Banken willen justitie en politie graag helpen met criminaliteitsbestrijding. Daarvoor zijn 4.500 man beschikbaar en grote budgetten. Maar dan moet de samenwerking met de overheid wel beter worden.

Robin de Jongh (r) en Adriaan van Dorp van ABN Amro: „Met onze bankmedewerkers heeft de overheid er een goede partner in de bestrijding van criminaliteit bij.”
Robin de Jongh (r) en Adriaan van Dorp van ABN Amro: „Met onze bankmedewerkers heeft de overheid er een goede partner in de bestrijding van criminaliteit bij.” Foto Roger Cremers

ABN Amro wil veel directer betrokken worden bij de bestrijding van criminaliteit dan nu het geval is. De bankiers zien het als een deel van hun maatschappelijke taak om mensenhandel, terreur en andere criminaliteit op te sporen.

Dat zeggen directeuren Adriaan van Dorp en Robin de Jongh van ABN Amro. Hun wens gaat een stuk verder dan de wettelijke plicht van banken, die voorschrijft dat ze witwassen en terrorismefinanciering helpen te voorkomen. Financiële instellingen dienen na te gaan wie hun klanten precies zijn en moeten ongebruikelijke transacties bij de overheid melden.

Minister Hoekstra (Financiën, CDA) steunt de wens van de bankiers voor een actievere rol bij de opsporing. Deze week stuurde hij een brief naar de Tweede Kamer waarin hij een groot aantal maatregelen aankondigt om informatie-uitwisseling tussen banken onderling en met overheidsinstanties te verruimen ter bestrijding van terreur en witwassen.

Pinnen in groepsverband

ABN deed recent al ervaring op bij onderzoek naar uitbuiting en mensenhandel. Eén van de zaken: tien mensen die op eenzelfde adres van honderd vierkante meter wonen.

Arbeidsmigranten verblijven wel vaker met velen in een kleine woning. Maar analisten van ABN Amro zagen iets opmerkelijks toen ze dieper in de transacties van de huisgenoten doken: de bewoners haalden telkens vlak na elkaar geld uit de betaalautomaat, alsof ze in groepsverband pinden. Toen de bank de camerabeelden opvroeg, bleek slechts één persoon met tien pasjes de bankrekeningen stuk voor stuk af te werken. Het leek erop dat mensen hier niet over hun eigen geld konden beschikken.

De bank stuitte hier niet zomaar op. Maandenlang werkte ze met het Openbaar Ministerie (OM), politie en arbeidsinpectie samen om uitbuiting op te sporen. Het project leverde zeven zaken van mogelijke mensenhandel op. Het is nog een uitzondering op de regel, want de overheid werkt bij de opsporing van criminaliteit nog nauwelijks samen met banken. Het is ieder voor zich.

Samen effectief

Bij de grote Nederlandse banken samen houden zo’n 4.500 mensen zich bezig met opsporing van financiële criminaliteit. „Drie keer zoveel medewerkers en budget als bij opsporingsdienst FIOD. En vier keer zoveel als bij de Landelijke Recherche”, zegt Van Dorp. „Daar heeft de overheid een goede partner in bij de bestrijding van criminaliteit. Als wij kunnen samenwerken op basis van een gemeenschappelijke agenda en door de overheid bepaalde prioriteiten, dan kan je samen echt heel effectief zijn.”

Van Dorp is directeur van de afdeling die de veiligheid en integriteit bij ABN Amro bewaakt en werkte bij de politie. Collega De Jongh leidt bij de bank een team van duizend medewerkers dat met software continu opvallende transacties in de gaten houdt. Tienduizenden alerts per jaar leiden tot een paar duizend meldingen van ongebruikelijke transacties bij de overheidsinstantie die daarvoor opgericht is, de FIU (Financial Intelligence Unit). Van die meldingen leidt zo’n 2 procent tot strafrechtelijk onderzoek.

Maar het moet allemaal anders, zeggen de bankiers. Van Dorp: „Als 4.500 mensen dagelijks een database vullen die zo weinig oplevert, dan is dat een wel heel dure, inefficiënte database.”

Regelmatig spreekt hij namens de bank met burgemeesters in Noord-Brabant of in Amsterdam over bijvoorbeeld ondermijning. De burgemeesters vertellen dan „in lichte paniek” hoe via vastgoed crimineel geld wordt witgewassen. „Als de vraag dan komt hoe wij hen kunnen helpen, is mijn antwoord nu alleen: wij doen meldingen.”

Het huidige systeem is gebaseerd op wantrouwen, zeggen de bankiers. Nu gooien de banken en de overheid als het ware informatie over elkaars schutting: zij de meldingen, de politie de informatie-verzoeken. Dat leidt tot een traag en bureaucratisch proces. En als banken nu opvallende patronen of gedrag zien, mogen ze die niet eens in een duidelijker vorm melden, zeggen de twee.

Van Dorp: „We willen graag een maatschappelijke rol op ons nemen. En daarvoor is het nodig om meer te werken vanuit vertrouwen. Als de overheid vooraf met ons deelt wat haar prioriteiten zijn, dan kunnen we gerichter zoeken en kunnen we met zijn allen bedenken wat voor informatie we in die enorme database willen hebben. Ik noem maar wat: meer drugs en ondermijning en even wat minder nagelstudio en schroothandel.”

Tuincentra en benzinestations

De banken hebben nu minder zicht op criminaliteit dan de samenleving zou denken, zeggen de bankiers.

Ze hebben bijvoorbeeld geen toegang tot de burgerservicenummers van de klanten, hun meest recente adresgegevens, of de uitkomsten van gemeentelijk onderzoek naar mensen met twijfelachtig gedrag.

En een lijstje met belangrijke, dubieuze vastgoedhandelaren? Die heeft de bank ook niet. Hetzelfde geldt voor notarissen en boekhouders die criminelen helpen. Het is heel moeilijk om die in je systeem te vinden als je niet weet wie het zijn.

Van Dorp: „Alleen als notarissen heel rare dingen doen, vallen ze op. Meestal zijn het slimme mensen die weten wat ze doen. Het is moeilijk de goeden van de slechten te onderscheiden. Pas als wij van justitie meer informatie krijgen over criminele netwerken, om die dan met onze informatie te combineren, kunnen we tot interessante inzichten komen.”

En hoe zit het dan met terrorismefinanciering? Van Dorp: „Het detecteren van terrorismefinanciering door banken is uit te sluiten. We zijn het wettelijk verplicht, maar het is heel lastig.”

De Jongh: „Terrorisme kun je al met een paar honderd euro financieren. Maar dat zie je op bijna elke rekening. En dus kijk je naar andere indicatoren. Bijvoorbeeld: waar koopt iemand welke producten. Denk hierbij aan benzinestations en tuincentra. En dat gecombineerd met een aantal persoonskenmerken.”

Zoals?

„Waar iemand leeft: in de stad, of daarbuiten, of in een bepaalde wijk. Leeftijd, achtergrond, geboorteland. Zo kom je snel in de buurt van etnisch profileren, waardoor het weer ingewikkeld wordt om zo’n model toe te passen. En iedere bank moet dit soort profielen zelf bedenken.”

Lees ook: Dubieuze geldstromen uit Rusland komen uit bij Nederlandse bedrijven en banken

Deze week heeft minister Hoekstra de Tweede Kamer beloofd te onderzoeken hoe hij banken meer ruimte kan geven om samen te werken met elkaar, en met de overheid. De Jongh: „We zijn blij met dit nationaal plan. Als we dit doen en we houden het vertrouwen vast tussen de partijen, dan kunnen we grote stappen maken.”

In het plan noemt de minister ook de enkele voorzichtige stappen die gemaakt zijn. Bijvoorbeeld op het gebied van mensenhandel, cybercrime en terrorismefinanciering.

Van Dorp: „Wij zitten met onder meer het OM, de FIOD en de politie in een taskforce terrorismefinanciering. Juristen keken mee hoe onze profielen er het best uit konden zien en we hebben persoonsgeoriënteerde informatie van de overheid door onze systemen gehaald.”

Wat houdt dat in?

„Als juristen meekijken en de minister of de korpschef ervoor tekent, staat de Politiewet toe om net iets verder te gaan in het delen van informatie. De overheid liet ons weten: deze stichting met deze belanghebbenden vinden we verdacht en dit zijn nog wat mensen die erbij betrokken zijn. Het was een eerste aanzet. Wij haalden de namen door onze systemen. Dat leverde 160 gerichte meldingen van ongebruikelijke transacties op. Die waren voor de overheid weer reden voor nader onderzoek en informatieverzoeken aan ons. Zo ontstond een goed beeld.”

Vertrouwen opbouwen tussen opsporingsdiensten en banken om gevoelige informatie te delen, wordt bemoeilijkt door recente financiële schandalen. ING werd vorig jaar voor 775 miljoen euro beboet wegens een falend witwasbeleid. Danske Bank faciliteerde jarenlang op grote schaal witwaspraktijken van voornamelijk Russen, via een kantoor in Estland.

Had een affaire als bij ING ook bij jullie kunnen gebeuren?

De Jongh: „Ik vind het heel moeilijk om daar commentaar op te geven. In het onderzoeksverslag over ING zie ik dingen die wij absoluut anders deden, en ik zie dingen die wij in bepaalde mate evengoed deden als ING. Ook wij bekijken miljarden transacties die kunnen leiden tot alerts, en ik denk dat alle banken sindsdien enorme stappen hebben gezet om de kwaliteit ervan te verhogen. Het aantal alerts stijgt. Iedereen zit nu strakker in de wedstrijd.”

Behoren de grote witwasschandalen nu tot het verleden?

Van Dorp: „Lastig. Het gaat bij witwassen om veel en indirecte informatie, die pas achteraf goed te zien is. Maar als we pro-actief naar iedere klant willen kijken, heeft het team van Robin nog 5.000 man extra nodig.”

Als morgen grote stromen Russisch fout geld door ABN Amro stromen, herkennen jullie die dan?

De Jongh: „Het zou zomaar opnieuw kunnen gebeuren. Het is een kat-en-muisspel, een verhulling. Zodra we een beeld hebben van ‘zo ziet het eruit’, krijgt het een andere gedaante.

„Dat is het frustrerende van ons werk: je jaagt op criminaliteit, maar het blijft bestaan. Net als de politie, die kan de criminaliteit ook niet oplossen. Daarom is het belangrijk samen met andere banken en de overheid een sterk netwerk te bouwen. Zodat het voor criminelen onaantrekkelijk wordt om hier te komen.”