Weergaloze solist zonder strapatsen

Arjen Robben Arjen Robben (35) stopt met voetballen. Hij was, als lid van de ‘Grote Vier’, een van de beste spelers die Nederland gekend heeft.

Arjen Robben viert zijn, naar later bleek winnende, treffer voor Bayern München in de Champions League-finale van 2013, tegen Borussia Dortmund.
Arjen Robben viert zijn, naar later bleek winnende, treffer voor Bayern München in de Champions League-finale van 2013, tegen Borussia Dortmund. Foto Maurizio Borsari/Reuters

Laat ze het in Mexico niet horen na zijn tuimeling op het wereldkampioenschap van 2014, maar bovenal zullen we de voetballer Arjen Robben herinneren als een modelprof die zijn loopbaan lang bleef pingelen met de drift van een kind.

Hakken tegen de zijlijn, de hielen wit van het krijt, bal aan de voet. En dan op jacht. Solerend langs de rechterflank totdat het doel in zicht kwam en hij kon toeslaan. En het lukte vrijwel altijd. Tot zijn allerlaatste wedstrijden bij Bayern München trapten verdedigers in de truc die eigenlijk al geen truc meer was, omdat ze eigenlijk al wisten via welke kant Robben hen voorbij zou gaan.

Buitenom? Nee, natuurlijk niet. Binnendoor. Van rechts naar binnen kruipen en dan met zijn verfijnde linkerbeen de verre hoek vinden. Verdediger uitgeschakeld. Keeper kansloos. Dat waren de acties waarmee hij furore maakte in de hoogtijdagen van een profcarrière die donderdag officieel ten einde kwam.

Dus: geen terugkeer naar jeugdliefde FC Groningen, noch een rentree bij PSV. Oliedollars in de woestijn hebben de aanvaller uit Bedum ook al nooit weten te verleiden, een kosmopolitisch leven in pakweg Los Angeles evenmin. Na 698 officiële duels en 246 goals is Robben gestopt. „Definitief.”

„Zonder twijfel is het de moeilijkste beslissing die ik in mijn loopbaan heb moeten nemen”, schreef Robben donderdag in een open brief. „Een beslissing waarbij ‘hart’ en ‘verstand’ met elkaar in botsing kwamen. De liefde voor het spelletje en de overtuiging dat je nog steeds de hele wereld aankan, tegenover de realiteit dat niet alles loopt zoals je zou willen en je niet meer dat jochie van zestien bent, dat nog geen idee had wat een blessure inhield. Op dit moment ben ik fit en gezond en als liefhebber van vele andere sporten wil ik dit voor de toekomst graag zo houden.”

„Tja, die blessures. Laten we alsjeblieft niet vergeten dat er periodes waren dat hij topfit was”, zegt generatiegenoot Rafael van der Vaart (36). Van der Vaart kwam donderdag nietsvermoedend het strand in Spanje aflopen toen hij vernam dat ook het laatste lid van de Grote Vier ermee is gestopt. „Ik had dit niet zien aankomen. Hij leek niet op te zijn. Sterker nog, hij is niet op.”

De grote vier

De grote vier – dan had je het over Wesley Sneijder, Rafael van der Vaart, Robin van Persie en Arjen Robben. Hollandse wereldklasse, verenigd in een kwartet voetballers. Alleen Sneijder voetbalt nog, de afgelopen tijd in Qatar. Samen vormden ze de ruggengraat van het Nederlands elftal dat in 2010 de finale van het WK haalde, het hoogtepunt van de 96 duels die Robben voor Oranje speelde.

Hij had daar, op 11 juli 2010 in Johannesburg, de winnende treffer op zijn voet, maar ja, die teen van de Spaanse keeper Iker Casillas, hè. Die voorkwam dat Robben zijn grootste triomf ooit zou vieren.

In de Champions League-finale van 2012 van zijn club Bayern München tegen Chelsea miste Robben een penalty en werd hij uitgefloten door zijn eigen fans. Het jaar erna nam hij revanche. Toen was zijn eigen teen doorslaggevend; een droog puntertje in de finale tegen Borussia Dortmund. Een moment dat hem haast onsterfelijk maakte bij de Zuid-Duitse club waarmee hij acht keer de Bundesliga won, in navolging van zijn twee landstitels in Engeland, een in Spanje en een in Nederland.

Met Oranje werd hij derde op het WK van 2014, het kampioenschap van zijn memorabele tuimeling in de achtste finale tegen Mexico. Of het nou wel of geen schwalbe was, feit is dat de Mexicanen hem deze actie nooit hebben vergeven. Een van hen bleef nog jarenlang élke dag twitteren: ‘Het was geen penalty’.

Minder fraai waren het EK 2016 en WK 2018; daar deed Nederland niet aan mee. Ondanks de slechte prestaties stond Robben altijd met opgeheven hoofd de pers te woord. Hoort toch bij zijn vak? Ja. Maar waar sommige andere internationals bliksemsvlug de bus in kropen, ving Robben de klappen op. „Ik kan het ook niet alleen, je voelt je heel machteloos”, zei hij dan.

Lees ook ons profiel van Arjen Robben: In Beieren mochten ze hem aanvankelijk niet

Zonder strapatsen

Hij was een speler zonder strapatsen, die hooguit iets te hard mekkerde als hij werd neergehaald. Hij trouwde zijn jeugdliefde Bernadien, doet niet aan tattoos en zit niet op sociale media, tenzij je zijn eerste en enige bericht op Instagram meetelt, waar hij niettemin één miljoen volgers heeft. Zelfde verhaal op Twitter. Wie niet beter wist, zou denken dat Robben een prof uit de jaren tachtig was, de tijd dat voetballers nog geen eigen bedrijfjes waren.

Misschien was dat ook wel zijn kracht, denkt Van der Vaart, dat Robben vooral met zichzelf bezig is geweest. „Hij ging 200 procent voor zijn sport. Toen we in de jeugd van Oranje speelden, stond ik vaak achter hem. Gaf ik hem de bal, dan kreeg ik hem nooit meer terug. Egoïstisch is een te negatief woord, maar Arjen was wel met zichzelf bezig. Dat heeft hem ver gebracht.”

Robben zegt het zelf in zijn persverklaring: „Topsporters staan bekend om hun egoïstische instelling en ik ben daar zeker geen uitzondering op geweest.”

Van der Vaart betreurt het dat Robben stopt. Hij had Robben nog graag zien afbouwen bij Groningen of PSV. „Ik ben niet van de school dat je moet stoppen op je hoogtepunt. Voetbal is daarvoor veel te leuk. Ik had het prachtig gevonden om als analist bij Studio Voetbal de prestaties van Arjen door te nemen. Spelers als hij worden maar één keer in de zoveel tijd geboren. Ik ben heel dankbaar dat ik met hem onderdeel was van de grote vier.”