Rijk erkent eindelijk het woonprobleem in de stad

Woningmarkt Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) tekent deze vrijdag de vijfde en laatste woondeal met een regio. Maar werken die deals wel?

Het Centraal Station en de Kennedytoren in Eindhoven.
Het Centraal Station en de Kennedytoren in Eindhoven. Foto Bart van Overbeeke / Hollandse Hoogte

Wie station Eindhoven aan de voorkant verlaat, ziet nu een VVV-kantoortje, standplaatsen voor taxi’s en vooral veel open ruimte. „Over vijf jaar herken je deze plek niet meer”, zegt Ronald Rijnen, die zich als programmamanager met het stationsgebied bezighoudt. Er komen drie grote torens, de grootste 158 meter hoog. Met honderden woningen, maar ook een hotel en publieke voorzieningen als een debatcentrum.

Het is allemaal onderdeel van een project met de werktitel Knoop XL, dat Eindhoven een nieuw stadshart moet geven waar mensen wonen, werken en zich kunnen vermaken. „Mensen vroegen zich een jaar of tien geleden nog af of het wel leuk was om in Eindhoven te wonen”, herinnert Rijnen zich. Inmiddels is de vraag naar woningen in Eindhoven aangetrokken, door de komst van buitenlandse kenniswerkers en studenten na hun studie in de stad willen blijven wonen.

Om aan de vraag te voldoen, moeten er de komende vijf jaar 27.000 woningen worden gebouwd – daarover zijn de regio Eindhoven en het Rijk het eens. Afgelopen maart legden minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse zaken, D66) en de regio dat aantal vast in een ‘woondeal’. En met zo’n deal is Eindhoven niet de enige; deze vrijdag zet Ollongren haar handtekening onder de vijfde en voorlopig laatste woondeal, met de regio Amsterdam. Eerder deed ze dat al bij de regio’s Groningen, Utrecht en de zuidelijke Randstad, allemaal regio’s met sterk oververhitte woningmarkten.

Roep om actie

De deals zijn een poging van de minister tegemoet te komen aan de roep om actie bij het aanpakken van het woningtekort.

Een miljoen huizen zouden er tot 2035 bijgebouwd moet worden om de woningmarkt gezonder te maken. Waarom dat aantal?

Ze bevatten afspraken over het aantal te bouwen woningen in de regio’s, vaak tot ver in de toekomst. Er staan beloften in voor financiële ondersteuning, voor bijvoorbeeld onderzoek of pilots. Zo krijgt Groningen een half miljoen euro voor een vergunningenstelsel dat malafide verhuurders van studentenwoningen moet bestraffen. Ook kijkt Ollongren of de wet aangepast kan worden om excessen tegen te gaan. Vooral torenhoge huurprijzen in de vrije sector zijn in de grote steden een probleem.

De grote steden zijn blij met de deals. „De grootste winst is dat het Rijk erkent dat de problematiek op de Utrechtse woningmarkt ertoe doet”, reageert Kees Diepeveen (GroenLinks), wethouder in Utrecht. „Dat betekent dat wij bij de minister kunnen vragen om geld, ondersteuning of wettelijke aanpassingen.” Ook Eindhoven is tevreden dat er „een handtekening onder de aantallen staat”, zegt programmamanager Berend Jan Brijder. In de stad hadden ze eerder last van de wat „behoudende prognoses”, zegt Brijder. Dat kwam door de provincie. Provincies moeten veel gemeentelijke woningbouwplannen goedkeuren, maar waren de afgelopen jaren huiverig uitbreiding buiten steden toe te staan vanwege het behoud van natuur en landschap. Nu hebben ze, op de provincie Groningen na, de woondeals ook ondertekend.

Een goede zaak, zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft. „Provincies stonden tot nu toe vooral op de rem.” Boelhouwer noemt het bijzonder dat „alle neuzen dezelfde kant opstaan” en alle betrokken partijen de problemen onderkennen. „Tot een paar jaar geleden riepen nog hele volksstammen dat nieuwe huizen alleen maar werden gebouwd voor leegstand.”

Toch is er ook kritiek. Wethouders hadden graag concretere afspraken vastgelegd. Toen de onderhandelingen eind vorig jaar begonnen, dachten ze in Eindhoven dat een ‘deal’ betekende dat er harde afspraken kwamen met het Rijk over waar en op welke termijn nieuwe woningen gebouwd zouden worden. En dat Ollongren met meer geld voor de bouw van woningen over de brug zou komen, ook voor de woningcorporaties, die het kabinet al langer vragen om een lagere verhuurderheffing. Ook in Utrecht had men op dat vlak meer willen vastleggen, zegt wethouder Diepeveen. „We hadden graag afgesproken dat toekomstige extra investeringen van corporaties in duurzaamheid en nieuwbouw vrijgesteld zouden worden van de verhuurdersheffing.”

Te weinig geld

Daar ligt het andere pijnpunt van de woondeals – er is te weinig geld voor uitgetrokken. „Er is nu een fonds van 38 miljoen euro voor binnenstedelijke woningbouw”, zegt hoogleraar Boelhouwer, „dat had misschien wel 1 miljard moeten zijn.” De Utrechtse gedeputeerde Rob van Muilekom (PvdA) vindt dat ook, maar hij ziet perspectief. „Ik denk dat deze woondeals ook een tactisch instrument zijn voor de minister om bij het kabinet meer geld los te krijgen. Ze kan heel concreet aangeven hoe groot de problematiek is, dat geeft haar een betere onderhandelingspositie.”

In de Tweede Kamer worden de woondeals met gemengde gevoelens ontvangen. PvdA’er Henk Nijboer zegt in de deals het probleem te zien dat hij al langer met Ollongren heeft: ze overlegt vooral. „Het is beter dan niks, maar het is niet veel.” Nijboer noemt als voorbeeld het Groningse vergunningenstelsel tegen huisjesmelkers. „ Ze had ook kunnen zeggen: we nemen het over en voeren het landelijk in.” Ook CDA’er Erik Ronnes vindt de deals „iets te vrijblijvend”, maar noemt de druk op de provincies en het bouwen van tijdelijke woningen als noodoplossing positief.

Het woonbeleid van het Rijk heeft meer problemen veroorzaakt dan opgelost, zei emeritus-hoogleraar Johan Conijn eerder

Niet alleen de grote steden hebben de woondeals ondertekend; veelal is de hele regio betrokken. De stad Eindhoven ondertekende namens negen gemeenten, in Utrecht waren zestien gemeenten betrokken, in de zuidelijke Randstad zelfs 25.

Voor kleinere gemeenten zijn de voordelen van indirecte aard, zegt Marja Roza-de Pijper (VVD), wethouder van Westvoorne, met ruim 14.000 inwoners de kleinste gemeente die in de zuidelijke Randstad meetekende. „We hebben hier geen last van grootstedelijke problematiek, daar is de deal toch vooral voor. Maar corporaties zouden meer geld kunnen krijgen en die zijn ook in onze gemeente actief.”

Mogelijk komt er nog een zesde woningdeal, met de regio Amersfoort. De stad wil dat dolgraag, maar niet alle omliggende gemeenten zijn enthousiast. Zo vraagt Harry Bokkers, CDA-raadslid in Nijkerk, zich af wat zo’n deal voor zijn kleine gemeente betekent. „Wij liggen in een mooi buitengebied en willen niet overspoeld worden door mensen van elders.”

De meeste betrokkenen zien de woondeals als een opstap naar verdere samenwerking en afspraken. „Nu moet er een vervolg komen”, zegt gedeputeerde Van Muilekom. „Maar het begint allemaal met de erkenning en die is er nu.”