Oranje ziet ook kansen tegen de VS

WK voetbal Voor het eerst in de historie staan de Oranjevrouwen in de finale van het WK. Het elftal drijft op teamspirit, vechtlust en fitheid.

Jackie Groenen ontwijkt Julia Zigiotti in de halve finale tussen Nederland en Zweden. Geen speelster staat meer symbool voor dit Oranje dan middenvelder Groenen.
Jackie Groenen ontwijkt Julia Zigiotti in de halve finale tussen Nederland en Zweden. Geen speelster staat meer symbool voor dit Oranje dan middenvelder Groenen. Foto Rico Brouwer/Getty Images

De mond wijd open, twee armen juichend de lucht in naar de volgepakte tribunes. Extase op haar gezicht. „Ik moet meer gaan scoren”, Jackie Groenen had het al zo vaak gezegd. Nu, uitgerekend in de verlenging van de halve finale van het WK, doet ze het. De nummer 14 van Oranje, naar haar idool Johan Cruijff, schiet de bal van net buiten het strafschopgebied bekeken laag in de linkerhoek. Nederland-Zweden: 1-0. Toch nog.

Voor het eerst in de historie staat de Nederlandse vrouwenploeg in de finale van het WK, zondagmiddag om vijf uur tegen vrouwenvoetbalgrootmacht de VS. Opnieuw speelt Oranje dan in het imposante Parc Olympique Lyonnais, waar woensdagavond 48.452 toeschouwers de niet hoogstaande maar wel meeslepende wedstrijd tegen Zweden beleefden. Bij het WK-debuut vier jaar geleden volgde nog uitschakeling in de achtste finale. Nu kan de ploeg van bondscoach Sarina Wiegman de hoofdprijs pakken.

De Nederlandse mannenploeg speelde legendarische finales in 1974, 1978 en 2010 maar won nooit. Worden de vrouwen wel wereldkampioen? De cijfers van de Amerikaanse ploeg zijn indrukwekkend: drie olympische titels, drie wereldtitels en regerend kampioen. De atletische kwaliteiten van de speelsters staan buiten kijf. De VS beschikken over sterren als Alex Morgan en Megan Rapinoe, die de met 2-1 gewonnen halve finale tegen Engeland miste door een hamstringblessure maar klaar zegt te zijn voor de finale. En toch: tegen Spanje, Frankrijk en Engeland gaf de VS ook veel kansen weg.

Wat valt er te verliezen?

„Het is natuurlijk een sterk team”, analyseerde Groenen, die de halve finale van de VS tegen Engeland met haar ploeggenoten bekeek op tv. „Maar het is één wedstrijd, er kan alles gebeuren. Ik heb genoeg mogelijkheden gezien.” Maar al te wijs wil ze de tegenstander van zondag ook niet maken. Welke mogelijkheden ze zag voor Oranje? „Oh, van alles.”

In de euforie na de gewonnen halve finale, de zesde zege alweer op dit WK, lijkt Oranje in staat tot een nieuwe topprestatie. Wat valt er te verliezen? Twee jaar na de Europese titel is dit WK sowieso al een volgende doorbraak voor het vrouwenvoetbal. Duizenden fans in het Oranje, ook in Lyon weer. Kijkcijferrecords en louter positivisme. De ploeg sprankelt lang niet altijd maar wint wel. Teamspirit, vechtlust en fitheid zijn de kernwaarden.

Geen speelster staat meer symbool voor dit Oranje dan middenvelder Groenen. Ze rent van strafschopgebied naar strafschopgebied, verdedigt met inzicht, bikkelt in duels en heeft bij momenten een dodelijke steekpass in de benen. Maar scoren? Vlak voor doel ging het toch weer te wild, ver naast in de kwartfinale tegen Italië. Maar tegen Zweden was het wel raak. „De meiden zijn al weken bezig dat ik vaker moet schieten”, keek ze lachend terug. „Hij lag lekker. Ik denk: ik doe het.”

Zo eenvoudig is dat, wilde ze maar zeggen. Matchwinner in de halve finale, maar het eigen geluk bleef ondergeschikt aan het team. „Natuurlijk ben ik blij dat ik nu heb kunnen scoren”, jubelde Groenen, die komend seizoen van Frankfurt naar Manchester United vertrekt. „Dit is echt een droom van mij, dat snapt iedereen. Maar ik moet eerlijk zeggen dat het oprecht niet zo heel erg belangrijk voor me is om degene te zijn die scoort.”

De halve finale in de heteluchtoven van Lyon, was een aanslag op de fysieke vermogens van de Oranjevrouwen. Coach Wiegman koos voor het eerst dit toernooi Lineth Beerensteyn in de basis boven de tot nu toe tegenvallende Shanice van de Sanden. Oranje gebruikte tot dusver pas 16 van de 23 selectiespelers, minder dan de andere halve finalisten Zweden (20), de VS (21) en Engeland (22). Hoewel de vaste basis veel speelminuten maakt, bleek de ploeg fit genoeg om in de eerste vijf duels vijf keer te scoren in het laatste kwartier. Tegen Nieuw-Zeeland en Japan viel de beslissing zelfs pas in de slotminuten.

Tegen Zweden leek Nederland aanvankelijk bevangen door spanning. Tegenstanders kennen de vaste speelwijze van Oranje door en door, sinds het gewonnen EK van twee jaar geleden. Nederland verraste toen Zweden, nummer twee op de Olympische Spelen van 2016, in de kwartfinale met snelle counters en won met 2-0. Dit keer speelde de Zweedse coach Peter Gerhardsson juist in op de kwetsbare plekken van Oranje. Rechtsbuiten Sofia Jakobsson was in de eerste helft een plaag voor linksback Merel van Dongen. Keepster Sari van Veenendaal redde haar ploeg tot tweemaal toe.

Met Jill Roord voor de aan haar teen geblesseerde Lieke Martens en later Van de Sanden toch weer voor Beerensteyn troefde Oranje in de tweede helft de Zweden steeds vaker af op fitheid. Er was een gelukkige ontsnapping, toen Nina Fischer de paal raakte. Pech toen Vivianne Miedema op de lat kopte. Centrale verdediger Stefanie van der Gragt straalde onverzettelijkheid uit. In de verlenging ontstond meer en meer ruimte. Aan de altijd bezige Groenen was die het beste besteed. In de honderdste minuut besliste ze de wedstrijd.

„Gigantisch dat we in de finale staan”, sprak de matchwinner na afloop. Om nog één keer een ode te brengen aan haar team. „Het is heel erg fijn om in een team te spelen waar je je zo zelfverzekerd kunt voelen. We laten iedereen in z’n waarde, dat doen we als team heel erg goed.”