Opinie

Nee, we moeten niet stoppen met het gebruik van palmolie

Duurzame palmolie Palmolie heeft een slechte naam als het gaat om duurzaamheid. Moeten we dan maar stoppen met het gebruik? Dat is geen goed idee, stelt Peter Oosterveer, hoogleraar Milieubeleid aan de Wageningen Universiteit.

Palmolieplantages op Noordoost-Borneo
Palmolieplantages op Noordoost-Borneo Foto iStock

“Duurzame palmolie? Dat bestaat toch niet”, reageerde een vriendin toen ik vertelde dat ik onderzoek doe naar de verduurzaming van de palmolie in Maleisië. “Voor palmolie moet tropisch regenwoud worden gekapt en de orang-oetans en de Sumatraanse tijgers verdwijnen, terwijl de lokale bevolking moet verhuizen om plaats te maken voor uitgestrekte oliepalmplantages. Nee, palmolie kan volgens mij nooit duurzaam zijn”, concludeerde ze.
“Dus we moeten volgens jou stoppen met het gebruik van palmolie?”, vroeg ik haar. “Hoe moeten we dan onze koekjes, shampoo, wasmiddelen en biobrandstof produceren? En wat moeten de boeren die nu leven van hun oliepalmplantages? We moeten niet stoppen met palmolie maar we moeten stoppen met niet-duurzame palmolie.”

Palmolie lijkt steeds controversiëler te worden. Meer dan een eeuw lang wordt het al gebruikt in verschillende voedingsproducten maar de laatste jaren lijkt het gelijk te staan aan milieuvernietiging. Milieuorganisaties en zelfs het Franse parlement roepen op tot een boycot van palmolie. Maar zou een eind aan het gebruik ervan ook automatisch een eind maken aan alle problemen?

Lees ook: Hoe pindakaas best zonder palmolie kan

Als wetenschapper probeer je hier kritisch naar te kijken. Om te beginnen is het goed een aantal feiten op een rij te zetten. Oliepalmen staan op plantages in landen rond de evenaar met een hoge luchtvochtigheid en tropische temperaturen. Oorspronkelijk vooral in West-Afrika maar nu vooral in Indonesië en Maleisië, waar het een belangrijke basis voor de economische ontwikkeling is geworden. Wanneer een oliepalm wordt geplant begint hij na enkele jaren te produceren en dat gaat door tot hij rond 25 jaar te lang is geworden om nog te kunnen oogsten.

Koekjes en shampoo

Oliepalmen produceren het hele jaar door, waardoor zij per hectare relatief veel olie opleveren. Palmolie wordt gebruikt in producten variërend van margarine, koekjes en chocolade, via wasmiddelen en shampoo tot (bio)diesel. Ongeveer de helft van alle producten in de supermarkt bevat palmolie. Als we ervan af zouden willen zien, zullen we dus andere plantaardige oliën moeten gebruiken (sojaolie, raapzaadolie of zonnebloemolie) want er zal voorlopig geen einde komen aan de toenemende vraag naar plantaardige oliën.
Die alternatieven hebben echter verschillende nadelen, zo is hun productiviteit per hectare veel lager en heb je een vijf tot tienmaal groter areaal nodig voor dezelfde hoeveelheid olie. Bij het produceren van sojaolie wordt op uitgebreide schaal gebruik gemaakt van genetisch gemanipuleerde soja. Verder vraagt het produceren van soja- en raapzaadolie meer kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Bovendien vormt de teelt van oliepalm de bestaansbasis van enkele miljoenen kleine boeren in Indonesië en Maleisië. Tot slot wordt palmolie niet alleen geëxporteerd naar Nederland of Europa maar vooral naar India en ook China.

Lees ook: Hoe in Indonesië alles moet wijken voor palmolie

In India is palmolie de bakolie voor de allerarmste bevolkingsgroepen. Stoppen met palmolie in Europa zou zeker geen eind maken aan de productie ervan en het echte probleem niet oplossen. Gewoon doorgaan met palmolieproductie op de huidige manier is evenmin verstandig want de vele problemen worden steeds urgenter. Zo is uitbreiding van oliepalmplantages nog steeds de belangrijkste factor in de ontbossing in Indonesië, al wordt meer dan driekwart ervan veroorzaakt door andere factoren zoals de uitbreiding van grasland, houtplantages en andere vormen van landbouw. Het is daarom verstandiger om na te denken over structurele oplossingen. en te zoeken naar mogelijkheden om palmolie duurzamer te maken.

Sociaal verantwoord

Palmolie kan niet duurzamer worden zonder de mensen erbij te betrekken die het produceren, dus kleine en grote producenten in Indonesië en Maleisië. Dialoog en samenwerking met hen is essentieel om structurele oplossingen te zoeken die ecologisch houdbaar zijn maar ook sociaal verantwoord en economisch haalbaar. Het is daarbij belangrijk te laten zien dat er mogelijkheden zijn voor verduurzaming. Duurzaam palmolie produceren kan door geen bossen meer te kappen voor het aanleggen van nieuwe plantages.

Bestaande plantages kunnen na 25 jaar vernieuwd worden en wanneer dat gebeurt met plantmateriaal van hoge kwaliteit en het beheer optimaal is, kan de productiviteit flink hoger worden. Plantages op veengrond leveren een grote bijdrage aan de opwarming van het klimaat en moeten dus vermeden worden. Daarnaast kunnen andere teelttechnieken ook een bijdrage leveren, zoals meer gemengde landbouwactiviteiten die een einde maken aan de grootschalige monoculturen, die de biodiversiteit versterken en de eenzijdige afhankelijkheid van de boeren verminderen.
Om consumenten te laten zien dat deze oplossingen worden gebruikt voor duurzame palmolie zijn standaarden en labels ontwikkeld. Zo is er de Roundtable for Sustainable Palm Oil (RSPO) en er bestaan ook biologisch gecertificeerde palmolie en geïntegreerde ketens die duurzame palmolie leveren.
Deze initiatieven zijn nog niet allemaal even betrouwbaar, transparant en effectief en moeten verbeterd worden. Maar het is zinvoller te zoeken naar effectieve mogelijkheden om duurzame palmolie te onderscheiden van niet-duurzame palmolie dan een boycot te propageren. Een boycot van alle palmolie heeft onbedoelde negatieve sociale en milieugevolgen. En het zal geen einde maken aan de vernietiging van het tropisch regenwoud.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.