Opinie

    • Maarten Schinkel

IMF moet nu op zoek naar nieuwe baas

Maarten Schinkel

Nu Christine Lagarde de nieuwe Mario Draghi wordt, ligt de volgende vraag alweer klaar: wie wordt de nieuwe Christine Lagarde? De Franse directeur van het Internationaal Monetair Fonds, die Washington verruilt voor de Europese Centrale Bank in Frankfurt, laat een gat achter in de Amerikaanse hoofdstad. David Lipton, de oude rot en tweede man van het IMF, neemt de zaken daar voorlopig waar. Maar een nieuwe directeur zal er snel moeten komen. Handelsoorlogen, schuldenbergen, een wankele conjunctuur en een vrijwel uitgeput monetair beleid: het internationaal economisch en financieel overlegcircuit kan, zeker in de huidige fragmenterende omstandigheden, moeilijk zonder een voluit functionerend IMF.

Met Lagardes opvolging komt meteen de inmiddels al oude kwestie weer boven: informeel claimen de Verenigde Staten sinds jaar en dag de president van de Wereldbank en de Europeanen de directeur van het IMF. Daar is vanuit de rest van de wereld een groeiend bezwaar tegen, maar in de praktijk trekken Amerika en Europa zich daar bij elke nieuwe benoeming niets van aan. President Obama benoemde in 2012 weliswaar de geboren Koreaan Jim Yong Kim tot president van de Wereldbank, maar Kim was al lang Amerikaan. Toen die dit jaar vertrok, werd het opnieuw een Amerikaanse man, David Malpass.

Voor Europa en het IMF is het niet anders. Opvallend is hier trouwens dat het niet alleen een Europeaan is die het IMF leidt, maar dat de keuze zelfs nauwer uitvalt. Het lukte Frankrijk zeer vaak er een landgenoot benoemd te krijgen. Tel maar mee. Pierre-Paul Schweitzer van 1963 tot 1973. Jacques de Larosière van 1978 tot 1987, opgevolgd door Michel Camdessus van 1987 tot 2000. Dominique Strauss-Kahn van 2007 tot hij struikelde over een kamermeisje in 2011. En daarna twee termijnen Christine Lagarde vanaf 2011, waarvan zij nu de laatste dus niet vol maakt.

Wie alles optelt, komt tot een opmerkelijke conclusie: sinds de oprichting van het IMF had die organisatie 60 procent van de tijd een Franse directeur. Sinds 1963 is dat zelfs 79 procent van de tijd. Uitzonderlijk? Neem het presidentschap van de ECB, die andere prestigieuze monetaire topfunctie. De Fransman Jean-Claude Trichet maakte, als opvolger van Wim Duisenberg en voorloper van Mario Draghi, zijn termijn van acht jaar vol. Mocht Lagarde ook haar termijn uitdienen, dan is ook de ECB, in 2027, voor bijna 60 procent van zijn bestaan geleid door een Franse president.

De kans dat Frankrijk na Lagarde zijn dominantie bij het IMF voortzet, lijkt nu klein: het is onzeker of de rest van Europa dat opnieuw laat gebeuren. En of ditmaal de directeursfunctie wél aan een niet-Europaan wordt gegund? Machtsrealisme wint aan belang in de huidige wereldorde. Of dit een klimaat is waarin deze belangrijke IMF-post aan een opkomend land wordt gegund is dan ook zeer de vraag.

Een Europeaan dus wederom. Maar wie? Nu het noorden van de EU opnieuw naast de ECB grijpt, mag worden verwacht dat het IMF een belangrijke prijs wordt. De enige Duitse IMF-directeur, Horst Kohler (2000-2004), was geen succes – en hij vertrok ook nog voortijdig om president van Duitsland te kunnen worden.

Aan de andere kant: nu wederom geen Duitser ECB-president wordt, zou Berlijn er toch op kunnen aandringen. Er zijn twee Finnen die in de race waren voor de ECB. Maar de ene, Olli Rehn, is geen groot communicator. En de andere, Erkki Liikanen, is alweer 68. Dat opent perspectieven. Na Johannes Witteveen (1973-1978) zou de nieuwe IMF-baas zomaar een Nederlander kunnen worden.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.