‘Ik weet dat ik doelwit ben, ik heb niets te verliezen’

Afrika-correspondent Koert Lindijer ontmoette de Soedanese leraar Abdelmonim. Sinds april hebben zij dagelijks contact over de burgerprotesten in Khartoum. Zondag zijn die weer hervat. Een dagboek van een demonstrant.

Zondag gingen tientallen duizenden Soedanezen in verschillende steden de straat, ook hier in hoofdstad Khartoum. Op 3 juni vielen gewapende militairen burgers aan, die maandenlang bijeenkwamen voor het militaire complex. Tot zondag durfden veel mensen niet meer te protesteren.
Zondag gingen tientallen duizenden Soedanezen in verschillende steden de straat, ook hier in hoofdstad Khartoum. Op 3 juni vielen gewapende militairen burgers aan, die maandenlang bijeenkwamen voor het militaire complex. Tot zondag durfden veel mensen niet meer te protesteren. Foto Umit Bektas/Reuters

‘Mijn naam is Abdelmonim Ali Yagoub. Ik werd op 1 april 1990 geboren in Oost-Soedan. Ik heb vijf broers en vier zussen. Mijn oudste broer werkt in Saoedi-Arabië en zorgt financieel voor ons gezin. Ik ben afgestudeerd leraar Engels en help sinds eind vorig jaar mee aan de organisatie van het verzet. Samen met veel Soedanese onderwijzers ga ik al maandenlang de straat op. Eerst was ons verzet tegen president Bashir. Nu hij is afgezet, verzetten we ons tegen de militaire raad die de macht maar niet aan de burgers wil overdragen. Deze week heb ik iedere dag gebeld met correspondent Koert Lindijer in Kenia. Toen hij in mei op bezoek was in Khartoum, heb ik hem ontmoet. Iedere dag vertel ik hem over de nieuwe gebeurtenissen in de hoofdstad.”

Zondag 30 juni

„Gisteravond bereidden we ons voor op de grote betoging van vandaag. In een theetent op de El-Arabi markt kwamen we bijeen voor overleg. Mijn collega’s zagen er vastberaden uit, maar ook angstig. Bang voor martelingen, bang voor de dood. Vorige week arresteerde de geheime dienst drie van mijn vrienden. Hussein is 24, Ahmed is 25 jaar en Adam 26. Zij waren al die tijd mijn mede-activisten. Ik heb nu al dagenlang niets van ze gehoord.

„Vandaag is onze eerste actie sinds de aanvallen van de militairen tegen ons, op 3 juni. Daarbij hebben ze meer dan honderd van ons gedood. We trokken vanochtend eerst naar het huis van een in maart doodgeschoten martelaar, een zekere Mahajoub. Zijn moeder kwam naar buiten om ons moed in te spreken. Op de weg langs de luchthaven schoten de politie en militairen traangas op ons af. Ze weerhielden ons ervan naar het presidentiële paleis op te trekken.

Wat ben ik opgelucht als ik alle betogers zie. Zóveel Soedanezen die de dreigementen van de militaire raad, onze machthebbers, hebben genegeerd en zijn komen demonstreren.

Tegen de avond meldden de staatsmedia dat er zes doden vielen, toen betogers de brug over de Nijl wilden oversteken. Meer dan honderd betogers raakten gewond. Ik was dan in Khartoum, maar later bleek dat er overal in het land is gedemonstreerd tegen de militairen. Vandaag voelt als een keerpunt. Ik weet zeker dat ze onze revolutie niet meer van ons kunnen stelen.”

Maandag 1 juli

„Ik word vroeg wakker, nog opgewonden over het succes van gisteren. Onze revolutie is nieuw leven ingeblazen. Maar ik ben ook bang, de militairen gaan nog steeds door met arresteren. Ik vraag me af hoe het met mijn gearresteerde vrienden gaat.

„Het is nu meer dan een maand sinds de repressie in mijn land is toegenomen. Het internet werkt al een tijd niet. Activisten sturen elkaar daarom sms’jes. De militairen hadden dit door en begonnen zelf ook sms-berichten te versturen naar Soedanezen. Dan claimden ze dat een actie ergens was afgelast. Ze houden ons op alle manieren in de gaten.”

De afwezigheid van het internet maakt me razend

Dinsdag 2 juli

„Vandaag bezocht ik enkele woonwijken in Khartoum om inwoners te vertellen over het succes van zondag. Als je er niet bij was, kun je als Soedanees nergens zien hoe succesvol de demonstratie was. In de avond ging ik weer naar een geheime bijeenkomst. Ik zit daar dan niet zonder angsten, maar ik voel dat ik moet doorgaan met actievoeren. Er valt nog veel werk te doen. De leiding van het Verbond voor Vrijheid en Verandering, dat is de groep waar alle oppositieclubs bij zijn aangesloten, stelt voor dat we op 14 juli staken.”

Woensdag 3 juli

„Goed nieuws. Ik hoor dat mijn vriend Ahmed is vrijgelaten. Zijn vader heeft een hoge positie bij de politie, dus die zit er achter. Van de andere twee weet ik nu dat ze in de gevangenis in Shandi worden vastgehouden.

„De afwezigheid van het internet maakt me razend. Het is zo lastig om het nieuws te volgen. Ik hoor verhalen over militairen die sommige oppositieleiders omkopen, om ze stil te krijgen. Een gerucht is dat oppositieleider Sadik el-Mahdi geld heeft aangenomen van de Saoediërs en de Verenigde Arabische Emiraten. Die twee landen steunen de militairen. Ik heb nog meer goed nieuws. Ik hoor dat de onderhandelingen tussen de militairen en onze burgerbeweging zijn hervat. Een maand lang hebben ze elkaar niet gesproken. Ze kunnen niet om ons heen, dat moet wel door de demonstratie van zondag komen.”

Donderdag 4 juli

„Onderweg naar een plaats met illegaal internet, zodat ik jou kan mailen Koert, passeer ik de sit-in bij het militaire hoofdkwartier. Hier stierven vele van mijn vrienden op 3 juni, de dag waarop ons vreedzame protest werd ontruimd. Alle muren zijn wit gewassen en ontdaan van de graffiti, alle beeldhouwwerken van kunstenaars vernietigd. Ik word overmand door droefenis.

„Mijn broer in Saoedi-Arabië belde me vandaag. Hij moedigde mij aan om door te gaan met mijn acties, maar mijn moeder waarschuwde me dat mijn leven gevaar loopt. Ik weet toch al dat ik het doelwit ben van de militairen, ik heb niets meer te verliezen.”

Vrijdag 5 juli

„Ik hoor dat er vanochtend een akkoord is gesloten tussen de militairen en de oppositie. Door de afwezigheid van internet moet ik dat van Koert horen. Dit akkoord is een overwinning voor ons. Maar ik blijf wantrouwend. Want kunnen we de goede bedoelingen van de militairen wel geloven?”

Update: Dit stuk is geactualiseerd op vrijdag 5 juli, met informatie over het akkoord.