Opinie

    • Michel Krielaars

Hilversum moet zich diep schamen

Het opheffen van VPRO Boeken is een regelrechte ramp en arrogantie van de omroepbestuurders ten top.

Michel Krielaars

In 2021 is het honderd jaar geleden dat W.F. Hermans werd geboren. Reden voor een groot feest, want hij is tenslotte een van de beste schrijvers uit ons taalgebied. Zo wordt in dat jubeljaar onder meer het 24ste en laatste deel van zijn Volledige Werken gepresenteerd. En hopelijk schenken kranten, weekbladen en televisie ruimschoots aandacht aan de schrijver en zijn oeuvre.

Nu kun je je afvragen in hoeverre Hermans nog gelezen wordt. Weinig, vrees ik, zoals dat voor alle dode Nederlandse schrijvers geldt. Terwijl zijn nihilistische proza in het huidige ‘sadistische universum’ node wordt gemist.

Ik zie nu al uit naar de televisieprogramma’s over Hermans, het liefst met veel historisch beeld, zoals het beruchte interview van Adriaan van Dis met de schrijver, of de documentaire Een overgevoelige natuur van Max Pam en Jan Bosdriesz.

Onlangs verscheen er al een voorproefje op de feestelijkheden in de vorm van Weg met de revolutie! Al zijn artikelen uit Elsevier Weekblad. Het zijn heerlijke stukken uit de jaren zeventig, tachtig en negentig, onder meer over zijn liefde voor Multatuli en diens vrouw Tine, over Van Gogh, Baudelaire en Poe, over fotografie, over spellinghervormers, over Maarten ’t Hart, die het waagde om De Hut van Oom Tom met de Max Havelaar te vergelijken en onzin beweerde over L.F. Céline, Hermans’ grote voorbeeld.

Als hij het over Céline heeft, vraag ik me vaak af waar Hermans’ politieke sympathie zou hebben gelegen als hij nog had geleefd. Hij haatte tenslotte geëngageerde linkse intellectuelen zoals Sartre, die Stalins misdaden vergoelijkte.

Ik kan nog wel even doorgaan met mijn lofzang op Hermans’ Elsevier-artikelen, ware het niet dat mijn humeur grondig is vergald door het nieuws dat VPRO Boeken, dat al sinds 2005 op zondagochtend op televisie is te zien, wordt opgeheven ten gunste van een algemeen cultureel programma op de zaterdagavond. Het is een regelrechte ramp voor zowel de boekhandel, de uitgevers als de schrijvers in ons land.

In een tijd waarin met name serieuze literatuur, op een paar uitzonderingen na, slecht verkoopt, is iedere minuut aandacht voor een schrijver van groot belang. Een uitgebreid interview van twintig minuten in VPRO Boeken scheelt dan ook al gauw een paar duizend verkochte exemplaren.

Je zou boekhandelaren, schrijvers en uitgevers daarom willen oproepen om massaal naar Hilversum te trekken om aan NPO-directeur Frans Klein opheldering te vragen over dit nivellerende besluit, dat ongetwijfeld is ingegeven door ‘te lage’ kijkcijfers. Zoiets is de arrogantie van de omroepbestuurders ten top. Want wat betekenen lage kijkcijfers in een boekenlandschap met hoogstens 70.000 serieuze lezers?

In Hilversum krijgen die protesterende boekhandelaren, schrijvers en uitgevers ongetwijfeld te horen dat in het nieuwe cultuurprogramma behalve aan film, toneel en beeldende kunst ook aandacht aan boeken zal worden geschonken. Maar het verleden leert dat in zulke programma’s, hoe leuk ook, een schrijver onderdeel is van een groter geheel en dat daardoor van een serieus interview zelden sprake kan zijn. In dit opzicht deel ik Hermans’ gebrek aan vooruitgangsoptimisme, zoals hij dat verwoordt in zijn Elsevier-artikel ‘Weg met de revolutie!’. De ‘revolutie’ die in Hilversum wordt doorgevoerd tekent de minachting van de omroepbazen voor het Nederlandse boek. De NPO moet zich er diep voor schamen.