Het UWV let meer op ‘het proces’ dan op fraude

Sociale zekerheid Minister Koolmees liet na een serie incidenten uitzoeken hoe het UWV omgaat met fraudesignalen. Snel beoordelen en uitkeren heeft een hogere prioriteit.

Kantoor van uitkeringsinstantie UWV aan de Willem Dreesweg in Almere.
Kantoor van uitkeringsinstantie UWV aan de Willem Dreesweg in Almere. Foto Peter Hilz

De Belastingdienst mag al jaren een blok aan het been zijn van de minister van Financiën, zijn collega op Sociale Zaken heeft het ook niet makkelijk. Diens permanente zorgenkind is het UWV. Deze landelijke dienst, met 19.000 werknemers, is onder meer verantwoordelijk voor de uitvoering van de werknemersverzekeringen tegen werkloosheid (WW) en arbeidsongeschiktheid (nu WIA, voorheen WAO).

Net als de Belastingdienst kampt het UWV met verouderde en gebrekkig functionerende IT-systemen, een permanente stroom aan wetswijzigingen en politieke wensenlijstjes die lastig in bestaande processen te verwerken zijn. Bezuinigingsopdrachten hebben geleid tot groeiende werkdruk en tal van interne reorganisaties. Die hebben de stemming op de werkvloer niet bevorderd.

Zo bezien gaat er eigenlijk nog verbazingwekkend veel wél goed bij het UWV. Het betaalt de bulk van de uitkeringen op tijd uit en behandelt nieuwe aanvragen netjes binnen gestelde termijnen. Vorig jaar kregen ruim 1,2 miljoen mensen een uitkering van het UWV, en in 98,8 procent van de gevallen hadden ze daar ook recht op.

Incidenten

„Ik heb veel waardering voor de betrokken medewerkers van UWV en alles wat er goed gaat”, schreef minister Koolmees (Sociale Zaken, D66) vorige week aan de Tweede Kamer, „maar er moeten ook echt zaken verbeteren. UWV heeft een slag gemaakt, maar we zijn er nog niet.”

De achterstanden bij het UWV lopen verder op, bleek uit het jaarverslag. Steeds meer medische beoordelingen blijven op de plank liggen.

Te vaak wordt de minister, en dus ook de Kamer, opgeschrikt door incidenten rond het UWV. Zo onthulde tv-programma Nieuwsuur vorig jaar dat Oost-Europese werknemers een WW-uitkering kregen terwijl ze zelf ontslag genomen hadden en er dus geen recht op hadden. Later kwam daar nog het nieuws bij dat een heleboel Oost-Europeanen zo’n uitkering bleven ontvangen nadat ze het land al lang weer verlaten hadden, en dus niet beschikbaar waren voor de Nederlandse arbeidsmarkt. En onlangs bleek, opnieuw uit onderzoek van Nieuwsuur, dat het UWV uitkeringen verstrekte aan gedetineerden, die daar evenmin recht op hadden – de overheid voorzag immers al in hun levensonderhoud.

Al die onthullingen leidden tot irritatie bij de minister. „De uitvoeringsinstantie heeft betere voelsprieten nodig voor signalen uit de eigen organisatie en maatschappelijke gevoeligheden”, zo schreef hij vorige week toen hij een reeks onderzoeken naar de incidenten naar de Kamer stuurde.

Toverwoord: het proces

Uit die onderzoeken blijkt dat bij het UWV veel fraude onopgemerkt blijft omdat de werkwijze daar niet op gericht is. „Wij kijken of procedures goed zijn gevolgd. Of er op basis van de procedure recht is op een uitkering, wat de hoogte moet zijn en de duur. Fraude is op basis van beschikbare gegevens voor ons bijna niet te zien”, zegt een UWV-werknemer in het onderzoek dat handelt over de wijze waarop het UWV kijkt naar signalen van fraude.

Een andere werknemer hekelt de nadruk op ‘het proces’: „Dat is tegenwoordig het toverwoord bij UWV.” Wie onregelmatigheden ziet, zoals vreemde correspondentieadressen, mag daar niet meer mee aan de gang. „Je moet het proces volgen, dat is leidend. Dat heeft politieke en budgettaire redenen. Zelf zou ik liever alles uitpluizen, maar daar heb je de gelegenheid niet voor.”

Veel stappen in het proces zijn uit kostenoverwegingen geautomatiseerd. Dat maakt fraude lastig te ontdekken. Als op één adres – bijvoorbeeld een plek waar uitzendbureaus veel Oost-Europese werknemers tijdelijk huisvesten – een heleboel uitkeringen worden aangevraagd, gaat er niet vanzelf een alarmbel af. Een WW-uitkering is immers individueel; met hoeveel mensen je op een adres woont, is voor de beoordeling van de aanvraag niet relevant. „Er mag niet grondig naar het gehele dossier worden gekeken”, schrijven de onderzoekers. „Deze gefragmenteerde aanpak beperkt het vermogen van geroutineerde medewerkers om vreemde dwarsverbanden uit een dossier te detecteren.”

Verdachte adressen

Na de uitzendingen van Nieuwsuur heeft het UWV overigens wel onderzoek gedaan naar verdachte adressen. Bijna 600 WW-aanvragen op 64 adressen zijn nagetrokken, en in 32 procent van de gevallen waren uitkeringen ten onrechte verstrekt, vooral omdat de betrokkenen in het buitenland bleken te verblijven. Dit leverde zo’n 1,3 miljoen euro aan boetes en terugvorderingen op. Sindsdien slaat het UWV automatisch alarm als op één adres drie of meer uitkeringen worden verstrekt.

Ook de ongeoorloofde uitkeringen aan gedetineerden werden onderzocht. Dit was in 2011 ook al eens gebeurd. Toen al was duidelijk dat niet iedereen die in de gevangenis belandt dit zelf aan het UWV laat weten. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) meldt nieuwe gedetineerden sindsdien dagelijks bij het UWV aan. Maar met veel van die meldingen gebeurde niets; uitkeringen werden gewoon uitbetaald.

Nader onderzoek naar 2.239 gedetineerden die in 2017 een uitkering ontvingen, wees uit dat bij een kwart van hen nooit is onderzocht of ze er wel recht op hadden. Het probleem kwam deels doordat de koppeling tussen DJI-meldingen en UWV-bestanden sinds een grote onderhoudsbeurt van de IT-systemen in 2014 ‘uit’ stond, wat nooit is opgemerkt. Ook hier heeft het UWV ingegrepen; het zou nu in 95 procent van de gevallen goed gaan.

Koolmees gunt UWV tijd

Wat gaat Koolmees met deze bevindingen doen? Om te beginnen toont hij vooral begrip. „UWV is een grote organisatie die stabiel haar werk moet verrichten in een constant veranderende buitenwereld.” De balans is doorgeslagen naar snel en efficiënt verstrekken van uitkeringen, ten koste van fraudecontrole. UWV moet de komende tijd „efficiency behouden en gelijktijdig handhaving voldoende aandacht geven”.

Een concrete nieuwe stap is dat het UWV tijdelijk een vierde bestuurder krijgt, die risico’s moet bewaken en verbeteringen moet doorvoeren in de organisatie. Ook moet de nieuwe man of vrouw daarover communiceren met het ministerie, want daar schortte het nogal eens aan.

Verder geeft Koolmees het UWV vooral tijd. Volgens hem is duidelijk dat „veel in gang is gezet en resultaten zichtbaar worden”, maar hij vindt het „van belang dat UWV echt ruimte en tijd krijgt voor deze benodigde verbetering. De ontstane problemen zijn in de loop van de jaren – mede vanwege bezuinigingen – ontstaan, en verbeteringen zullen ook tijd vragen.”