‘Het is fijn te weten dat je niet machteloos bent’

Zelfverdediging Eén op de drie vrouwen krijgt te maken met ongewenst fysiek of seksueel geweld. Terugvechten vermindert de kans op verkrachting. Synthia Stoffer brengt vrouwen bij hoe.

Foto Annabel Oosteweeghel

In een sportschool aan de Kaatstraat in Utrecht klinkt een doffe klap, gevolgd door een uitroep van pijn – „ohhhh”. Als de rechterknie van psychologiestudente Emma Haverdings (21) het kruis van haar belager zo doeltreffend raakt dat zijn greep rond haar middel verslapt en ze zich kan bevrijden, joelen elf vrouwen het uit. Controle over de situatie, dít is wat ze willen zien. Emma rent met een grote glimlach naar de andere kant van de zaal, waar ze een high five krijgt van een medecursist; ze heeft de safe zone bereikt, en dus is ze geslaagd.

Ondertussen grijnst Tim, vijf weken lang aangekondigd als ‘de man in het pak’, in zijn helm zijn tanden bloot. Hij heeft heel duidelijk gevoeld dat Emma zich kan verdedigen. Missie geslaagd.

Nadia volgt, en Maria, en dan nog negen jonge vrouwen, studentes vooral, die geregeld na zonsondergang door Utrecht fietsen en zich dan onveilig voelen. Maar dat zal veranderen. Ze weten voortaan hoe zich te bevrijden uit een polsgreep, als iemand hen bij de haren grijpt, om het middel, of tegen de grond smijt. Ze kunnen ‘palmstrikes’ tegen het hoofd uitdelen – een klap met de handpalm –, trappen in het kruis, knietjes in de milt. Dat voor als de situatie escaleert. Maar misschien nog wel belangrijker, een stap vóór het uit de hand loopt: ze hebben geleerd hun grenzen te bepalen, en nee te zeggen.

Les één

Dat is les één die Synthia Stoffer (40) uit Haarlem haar „meiden” bijbrengt; niemand heeft het recht over je grenzen te gaan. Stoffer is eigenaar van de sportschool aan de Kaatstraat, schreef het boek Vechten als een Vrouw en ontwikkelde de afgelopen tweeënhalf jaar een zelfverdedigingsmethode voor vrouwen: JUNO Self Defense, naar een Romeinse godin. Ze werd zelf groot in krav maga, een verdedigingskunst die vlak na de Tweede Wereldoorlog werd ontwikkeld door de Hongaar Imi Lichtenfield, om het jonge Israëlische leger te leren een tegenstander uit te schakelen. Anders dan bij vechtsporten gelden bij krav maga – Hebreeuws voor ‘contactgevecht’ – geen spelregels. De wet vormt de grens van wat kan en wat niet.

Stoffer trainde na een carrière als IT-consultant bij verschillende krav maga-bonden in verschillende landen. Op haar 38ste werd ze de enige vrouw met de derde ‘dan’, het hoogste niveau in Europa. Vanaf de dag dat ze kennismaakte met de techniek wilde ze er de beste in worden. Maar er was ook dat gevoel van onveiligheid dat haar vaak bekroop tijdens haar studententijd in Apeldoorn, waar ze op tien hoog in een flat woonde en waar ze nu en dan in haar eentje in het holst van de nacht naartoe fietste, na een avondje stappen.

Synthia Stoffer: „Als ik ook maar één vrouw kan behoeden voor dat lot, dan doe ik dat.” Foto Annabel Oosteweeghel

Het idee dat ze niet zou weten hoe ze zou moeten reageren als iemand zich aan haar zou vergrijpen maakte dat ze op een dag een sportschool binnenstapte om een vechtsport te leren. Free fight haalde al een oergevoel bij haar naar boven – „het is lekker om agressie een uitweg te geven” – maar na een proefles krav maga was ze om. De wetenschap dat ze mogelijkheden had om een belager van zich af te slaan gaf haar een onvermurwbaar gevoel van zelfvertrouwen, en niet alleen ’s avonds laat en op de fiets, maar ook in het dagelijks leven.

Stoffer werd in Genève opgeleid tot krav maga-instructeur, door een Fransman die haar twee keer tien dagen drilde. Na de eerste serie van tien dagen sloeg de schrik haar om het hart, en werd ze vastberadener dan ooit. Ze kreeg haar beste vriendin maar niet te pakken. Toen zij na dagen toch opnam, vertelde een gebroken stem aan de andere kant van de lijn dat ze na het uitgaan naar haar auto was gelopen, van achter werd gegrepen, in de bosjes werd getrokken en werd verkracht. Toen Stoffer haar thuis opzocht zag ze een ander mens dan de sterke, onafhankelijke vrouw die ze eerder kende. Lamgeslagen, dichtgeklapt, getraumatiseerd.

„Als zij in die situatie had geweten wat ik wist, was dit dan ook gebeurd? Als ik ook maar één vrouw kan behoeden voor dat lot, dan doe ik dat.”

Duidelijk maar respectvol

In café Vooges, pal naast het treinstation van Haarlem, schetst Stoffer waar haar JUNO-trainingen mee beginnen. We zitten in het café tegenover elkaar. „Zo voelt het gesprek voor ons allebei prettig”, zegt ze terwijl ze met haar handen de lege ruimte aanduidt. „Ik leer vrouwen om aan te geven wat ze prettig vinden en wat niet. Ook in de kroeg bijvoorbeeld. Daar staan mensen dicht op elkaar, kunnen grenzen vervagen door alcohol of drugs, en kan het zijn dat een hand toch op je bovenbeen belandt. Je moet weten hoe je dán op een duidelijke maar respectvolle manier communiceert. Daarvoor moet je je bewust worden van je eigen grenzen. Wat wil je als je een avond gaat stappen? En wat straal je uit? Dat moet met elkaar in overeenstemming zijn. Dan haken de meeste mannen wel af.”

Ik ben niet meteen een mannenhater, maar als het moet, lust ik je rauw

Maria

Op de JUNO-examenavond in Utrecht worden alle drills die de vrouwen de afgelopen vijf weken hebben geleerd nog één keer doorgelopen. De eerste lijkt zo simpel, maar is misschien wel de belangrijkste. De vrouw in kwestie gaat in haar alerte houding staan, met twee armen gestrekt voor zich uit, de handpalmen richting belager gericht, en dan zegt ze met luide stem: „Stop, daar blijven”. Doet ze dat met een glimlach, dan loopt de man in het zwarte beschermingspak met gezwinde pas door, net zo lang tot ook haar non-verbale communicatie tot hier en niet verder aanduidt. Daar mag geen twijfel over bestaan. Een polsbevrijding volgt, de vrouwen worden bij de haren gegrepen, naar beneden gesleurd en zelfs op hun rug geworpen. Vlak voor een drill begint, komt Stoffer even voor ze staan. Jij bepaalt, zegt ze. „Jij bepaalt”.

Bij de examendrill mogen de vrouwen kiezen of ze gericht worden aangevallen, of ‘random’. Ze kiezen zonder uitzondering voor de laatste, onvoorspelbare optie. Stoffer is trots. „Stoer he?”

Drie dagen hoofdpijn

Bad guys Tim Knaapen en Istvan Nagy komen in een intimiderend tempo op de vrouwen afgestapt, en dan is het aan de vrouwen zich te verdedigen. Het lukt ze allemaal. Er is nog nooit iemand gezakt.

Nagy is ruim 100 kilo zwaar, heeft handen als kolenschoppen, en een kaal hoofd. Zo’n JUNO-examenavond doet hij zes keer per jaar. Hij vindt het belangrijk dat vrouwen weerbaarder worden, en hij kan niet tegen onrecht. „Het mooiste vind ik het als de klappen die ik krijg er ook echt goed op zitten”, zegt hij vlak voor hij het warme beschermingspak aantrekt. „Na de laatste keer had ik drie dagen hoofdpijn, en een bloedneus. Het is voor de goede zaak”.

Foto’s Annabel Oosteweeghel

Na het examen vertelt Nadia Janssen (32) dat ze zich aanmeldde voor de basiscursus JUNO omdat ze meer dan eens onzedelijk is betast tijdens het uitgaan. „En het nare gevoel dat je daarvan krijgt, blijft nog wel even hangen. Ik ken eigenlijk geen vrouw bij wie dat nog nooit is gebeurd.”

Volgens Stoffer krijgt 1 op de 3 vrouwen in haar leven te maken met ongewenst fysiek of seksueel geweld. Vrouwen die terugvechten verminderen de kans verkracht te worden met 30 tot 50 procent, weet ze ook.

Lees ook: Als man draag je altijd het uiterlijk van de dader

Emma Haverdings komt naast haar staan. „Het is heel fijn om te weten dat je niet machteloos bent als er wat zou gebeuren, dat je niet afhankelijk bent van anderen.”

Maria was tijdens de slotoefening een van de fanatiekste vrouwen. Ze moedigde haar medecursisten luidkeels aan. Ze vond het heftig toen haar belager haar ineens bij haar middel greep. „Ik kreeg mijn knie er niet lekker tussen”, zegt ze na afloop. Evengoed trapte ze Istvan binnen een paar tellen van zich af. Stoffer zegt dat het niet perfect hoeft. Als het maar effectief is. Maria knikt. „Ik wil de tools hebben om mezelf te verdedigen. Daarmee ben ik niet meteen een mannenhater, maar als het moet, lust ik je rauw. ”