Fit Oranje koestert Amerikaanse cultuur

WK voetbal Geen sterkere ploeg in het vrouwenvoetbal dan de Verenigde Staten. Maar Oranje voelt zich niet kansloos. „Nu willen we die finale winnen ook.”

Merel van Dongen viert de finaleplaats van Nederland na de 1-0 zege op Zweden.
Merel van Dongen viert de finaleplaats van Nederland na de 1-0 zege op Zweden. Foto Srdjan Suki/EPA

Een Amerikaanse wervelstorm zondagmiddag in de WK-finale, Merel van Dongen kan er niet wakker van liggen. Natuurlijk kent de linksback van Oranje en het Spaanse Betis Sevilla de feiten. Alex Morgan scoort na twaalf minuten de openingstreffer tegen Thailand, Carli Lloyd na elf minuten tegen Chili, Lindsey Horan na drie minuten tegen Zweden. Tegen Spanje opent Megan Rapinoe na zeven minuten de score, tegen Frankrijk al na vijf. Christen Press zet haar ploeg binnen tien minuten de 1-0 tegen Engeland. Maar Nederland bang voor de VS? „De eerste dertien minuten geen tegengoal krijgen, dan zijn we alvast goed op weg.”

David tegen Goliath, een finale Nederland tegen de VS. Op de Amerikaanse colleges heerst al decennia een vrouwenvoetbalcultuur, in Nederland is nog altijd geen goede eredivisie. Tegenover de ene Europese titel van Oranje in 2017 zet de VS vier olympische en drie wereldtitels. Ook in onderlinge vriendschappelijke duels was de regerend wereldkampioen de laatste zes keer steeds de baas. De benauwde en soms gelukkige zeges van Nederland op dit WK steken flets af bij spektakelstukken van de VS tegen andere toplanden als Frankrijk en Engeland. Op het oog passen ze harder, bewegen ze makkelijker, zijn ze sterker in de duels. Is het voetbal in twee verschillende klassen?

Nederland bereikte de finale dankzij een goal van Jackie Groenen in de verlenging tegen Zweden.

Onvermoeibare vechtploeg

De Oranjevrouwen bewijzen zich in Frankrijk vooral als een onvermoeibare vechtploeg, die vaak pas in de slotfase van de wedstrijd toeslaat. „Dat waren we op het EK en daarvoor ook”, stelt bondscoach Sarina Wiegman. „We schuwen de arbeid niet.” Topsport zoals ze zelf in de VS beleefde toen ze in 1989 een jaar uitkwam voor de topploeg van de University of North Carolina. „Je weet wel dat de cultuur in Amerika zo is. Als je daar als kind opgroeit, is het altijd heel hard werken. Bij ons is dat anders.” De les? „Als je van dat soort landen wil winnen, zul je keihard moeten knokken met elkaar om een tegendoelpunt te voorkomen. En we weten dat wij bijna altijd wel een goal maken.”

Dit WK kent Oranje opvallend genoeg andere uitblinkers dan bij het EK van twee jaar geleden in eigen land. Toen ging de meeste aandacht naar de aanval. De snelle Shanice van de Sanden, die nu tegenvalt en tegen Zweden haar basisplaats kwijtraakte aan Lineth Beerensteyn. Lieke Martens die zich in 2017 tot beste speelster van de wereld pingelde, maar nu in de halve finale in de rust werd vervangen met een gekwetste teen. Binnen het hechte collectief in Frankrijk groeien de onvermoeibare Jackie Groenen en de verdedigende rots in de branding Stefanie van der Gragt uit tot de opvallendste Oranjespeelsters.

Foto Francisco Seco/AP

Andere krachten

Fitheid geeft de ploeg vertrouwen om ook overeind te blijven als het spel niet sprankelt. Daniëlle van de Donk vertelde al voor het WK over een scan bij haar club Arsenal. „Daaruit bleek dat ik aan het einde van het seizoen meer spiermassa had gekregen. Ik voel me sterk en fit.” Van Dongen kwam tijdens het toernooi in de ploeg voor Kika van Es en groeide tegen Zweden na een moeizaam begin in de wedstrijd. „Als je veel speelminuten maakt lijkt het juist wel of je steeds fitter wordt”, zegt de linksback.

Van de Gragt groeit met haar onverzettelijkheid uit tot beste centrale verdediger van het WK „Als het voetballend niet gaat, zie je dat wij andere krachten hebben.” De wonderaanval van de VS? „Het maakt me niet uit wie tegenover me staat. Er kan echt niks meer verkeerd gaan. Nu willen we die finale ook winnen.”