Opinie

Er staat geen rekening open met het slavernijverleden

Slavernij Het is slecht als jongeren denken dat ze nog steeds slachtoffer zijn van oude onderdrukking. De discussie over herstelbetalingen voor de slavernij voedt dat idee, schrijft .

Een geïntegreerde school in het Amerika van de jaren zestig. Volgens essayiste Mary Hudson zijn openbare scholen in de ban van ‘een slachtoffercomplex’, dat de eigenwaarde van leerlingen krenkt.
Een geïntegreerde school in het Amerika van de jaren zestig. Volgens essayiste Mary Hudson zijn openbare scholen in de ban van ‘een slachtoffercomplex’, dat de eigenwaarde van leerlingen krenkt. Foto Don Cravens/Getty Images

Er is weer volop discussie over slavernij. Amsterdam bereidt een slavernijmuseum voor en een meerderheid van de raad wil dat de stad excuses aanbiedt voor haar verstrengelingen met de slavenhandel. Een nieuwe studie toont dat, als je ruim rekent, de transatlantische slaveneconomie op haar hoogtepunt in 1770 vijf procent van het Nederlandse bbp uitmaakte.

Ook is er discussie over herstelbetalingen. Historicus Karwan Fatah-Black noemt zulke betalingen „geen overbodige luxe” (Bracht de slavernij u voordeel? Leg rekenschap af, 22/6). Hij zet zijn hoop vooral op Wiedergutmachung tussen individuen: „De meest betekenisvolle excuses en reparations zullen niet van overheidswege komen, maar eerder uit het directe contact tussen nazaten van specifieke slaafgemaakten en de eigenaren van toen.”

Ik ben even gaan rekenen. Elke generatie terug heb je weer twee keer zoveel voorouders; twee keer zoveel families waar je van afstamt. Van ieder 21ste-eeuws persoon liepen er in 1770 honderden, zo niet duizenden voorouders rond. Uitzoeken wat die allemaal hebben uitgespookt, kan lastig worden. En als je een slaveneigenaar hebt ontdekt in je stamboom, hoe weegt die rotte appel dan af tegen alle turfstekers en boeren van wie je evenzeer afstamt? En wat als je zowel slavenhouders als slaven in je stamboom aantreft?

We hebben geen benul van welke achttiende-eeuwers we afstammen. Zie ook hoe de populaire dna-testjes mensen vaak totaal verrassen. Je dna komt van heinde en verre. Een Afro-Surinaamse Nederlander kan ergens een blanke slaveneigenaar in haar stamboom hebben. Ga nog wat eeuwen terug en er zitten ook Afrikaanse slaveneigenaren in de mix.

Knechtjes en knechters

Als je lang genoeg teruggaat, hebben we allemaal slaven én slaveneigenaren in onze stamboom. Iedereen stamt uiteindelijk af van knechtjes én knechters, van zielepoten, en van moordenaars. Een factcheck in NRC concludeerde ooit, enigszins cryptisch trouwens, dat het „half waar” is dat 1 op de 200 mannen op aarde van Dzjengis Khan afstamt.

In de transatlantische slaveneconomie werd natuurlijk van alles geteld en geregistreerd. Een aanknopingspunt dat Fatah-Black noemt zijn de Nederlandse slavenhouders die bij de afschaffing van de slavernij in 1863 compensatiegeld van de staat kregen.

Lees ook: Langzaamaan viert Nederland nu Keti Koti

Het helpt dat je dan al in de negentiende eeuw zit, op nog maar zo’n zes generaties afstand. Je kunt nazaten traceren en desnoods via een verdeelsleutel transacties opzetten. Een grof instrument, omdat het moeilijk te achterhalen is naar wie de besmette doekoes precies gevloeid zijn over de hele tijdsperiode. En veel fortuinen zullen zijn verdampt in de beurskrach en de Tweede Wereldoorlog. Zo kun je waarschijnlijk niet meer inschatten of je als 21ste-eeuws individu indirect voordeel hebt gehad van de erfenissen van slavenhouders.

Crediteuren en debiteuren

Maar zelfs als we alles konden inventariseren en als alle betrokken ‘crediteuren’ en ‘debiteuren’ graag mee zouden doen, dan nog is het algemene principe van reparatory justice (‘herstellende gerechtigheid’) problematisch. Denken in termen van openstaande rekeningen voedt gevoelens van historisch slachtofferschap en speelt grote groepen in de maatschappij tegen elkaar uit. Het verleden is een doos van Pandora, vol onrecht dat eigenlijk toch nooit meer goed te maken is, maar dat wel rancunes aan kan jagen. Voor de samenleving is het daarom beter als men minder met onrecht in verre verledens bezig is en meer met de gedeelde toekomst.

Nu beweren degenen die deze oude koe uit de sloot halen, dat het slavernijverleden nog gewoon in de wei staat. Het zou namelijk doorleven in bestaande ongelijkheden. Fatah-Black schrijft dat de „nazaten van de slaven van toen nog altijd een economische achterstand hebben en maar moeizaam een plek veroveren in wetenschap, cultuur en politiek”.

Dit idee is wijdverbreid. Zo heeft het Tropenmuseum een tentoonstelling met de naam Heden van het slavernijverleden, die niet slechts verwijst naar de actuele belangstelling voor het onderwerp, maar ook naar een vermeende causale keten van slavernij naar de hedendaagse problemen van Afro-Atlantische groepen.

Lees ook: Tweede Kamer tegen plannen voor wijziging Canon van Nederland

Is die continuïteit er echt? Misschien. Volgens mij is ze noch aangetoond, noch weerlegd. Als socioloog weet ik hoe complex en multi-interpretabel ongelijkheden zijn. De huidige achterstanden kunnen ook andere oorzaken hebben, zoals culturele houdingen tegenover onderwijs of het sinds de jaren zestig rap gestegen scheidingspercentage onder Afro-Amerikanen.

Hartverscheurend essay

Het is vooral onpedagogisch om jongeren te leren dat ze dagelijks ten prooi vallen aan een eeuwenoude onderdrukkingsstructuur. Historische slachtoffercomplexen zijn schadelijk, met name voor degenen die het zich laten aanpraten. Dit toont Mary Hudson haarfijn aan in haar hartverscheurende essay Public Education’s Dirty Secret, waarin ze haar ervaringen als docente op Amerikaanse openbare scholen beschrijft.

Veel zwarte leerlingen lopen over van wantrouwen tegen blanke docenten en zien school bijna als een soort wit complot. Het schoolsysteem en de blanke docenten worden door schuldgevoel overmand. Dit maakt ze kruiperig. Ze durven de zwarte leerlingen niet te disciplineren, praten mee met de achterdocht tegen de ‘witte’ cultuur en houden geen orde. Hudson denkt dat de leerlingen ergens weten dat ze ontzien worden omdat er „vanwege hun huidskleur minder van ze verwacht wordt”, wat hun eigenwaarde krenkt.

Lees ook: ‘Wat helpen excuses mij? De erfenis en de pijn blijven’

Van deze negatieve spiraal worden de leerlingen de dupe, omdat hun leeromgeving verstoord raakt. Je gunt die kinderen meer zelfvertrouwen – en meer vertrouwen in de reële onderwijsmogelijkheden die ze aangeboden krijgen.

Dit slachtoffer/schuldcomplex heeft ook een academische variant die doodleuk onderwezen wordt op universiteiten. De subdisciplines ‘critical race theory’ en ‘whiteness studies’, die ook naar Europa zijn overgewaaid, doen alsof ze studenten uitrusten met kritische denkmiddelen, maar ze zijn eigenlijk een training in paranoia en zwart-witdenken. Studenten die de leer tot zich nemen, gaan overal een onderdrukkende ‘witheid’ in zien. Als blanke ben je een onbewuste drager van deze witte structuur, die het historisch onrecht reproduceert. Witheid is een erfzonde; zwartheid een kruisiging.

Een gezonde omgang met het verleden is anders. Laten we niet denken in termen van vererfde morele schuld en openstaande rekeningen, maar met z’n allen op zoek gaan naar onze gemene delers in het hier en nu. Niet omdat er niets gebeurd is in de geschiedenis waar je je druk over kunt maken – nee, juist omdat er zoveel gebeurd is, dat je je wel druk kunt blijven maken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.