Een rare ribbel over De Nachtwacht

Kronkel

Simon Carmiggelt vroeg zich zorgelijk af welke risico’s er allemaal wel niet worden gelopen bij een restauratie. In zijn eerste Kronkel in 1946 liet hij zijn fantasie de vrije loop.

‘Hebt u wel eens met de vlakke hand op De Nachtwacht gekletst?’ Met deze intrigerende openingsvraag begon Simon Carmiggelt op vrijdag 11 oktober 1946 in Het Parool een reeks columns die tot in 1983 zou voortduren – en die hem tot de aartsvader van de Nederlandse columnisten zou maken. Hij schreef deze eersteling nadat hij als verslaggever een perspresentatie in het Rijksmuseum in Amsterdam had bijgewoond over de restauratie van De Nachtwacht. Het stukje was niet ondertekend; pas enkele weken later begon Carmiggelt het pseudoniem Kronkel te gebruiken.

De noodzaak van deze opknapbeurt – nadat het schilderij gedurende drie bezettingsjaren opgerold had gelegen in een schuilplaats in de Sint-Pietersberg in Maastricht – bleef in het stukje onvermeld. Hij volstond met de mededeling dat hij het Rijksmuseum had bezocht „om te zien hoe men met behulp van kwalijk riekende chemicaliën Rembrandts bedoelingen in den mist der eeuwen heeft weten staande te houden”. En daartoe had het museum „verscheidene deskundige mannen uitgenoodigd op het werk te slaan, ten einde iets te onderzoeken, dat ik niet helemaal begrepen heb”.

Waarop de auteur zijn fantasie de vrije loop liet en zich zorgelijk afvroeg welke risico’s hier werden gelopen. Hij verbeeldde zich hoe een conservator van een ander museum tegen een collega zou moeten zeggen: „A propos – ik heb vanmorgen de Venus van Milo uit mijn handen laten vallen. Er is nu nóg een stuk af.”

Ook stelde hij zich voor welke rampen zich zouden kunnen voordoen tijdens het verdoeken van De Nachtwacht: een poes die over het omgekeerde schilderij zou heenlopen, of een zoontje met zijn step: „Goed, de poes geef je na zoo’n ongelukje aan het asyl en Pietje moet zonder snoepje naar bed, maar de wereld zit intusschen met een rare ribbel over haar Nachtwacht.”

En nu wordt het schilderij opnieuw gerestaureerd. Maar de werkzaamheden voltrekken zich ditmaal in alle openheid. Vanaf komende maandag biedt een grote vitrine in de Nachtwachtzaal volop uitzicht op de restauratie. Poezen of Pietjes met een step zal echter geen toegang worden verleend.

Henk van Gelder