Een knuppelmoord, 33.000 jaar geleden

Paleologie Een Homo sapiens uit Roemenië stierf 33.000 jaar geleden een gewelddadige dood, blijkt uit prehistorisch detectivewerk.

De Roemeense Cioclovina-schedel, met daarop duidelijk zichtbaar de sporen van een harde klap
De Roemeense Cioclovina-schedel, met daarop duidelijk zichtbaar de sporen van een harde klap Kranoti et al, PLOS ONE, 2019

Het waren twee harde klappen die 33.000 jaar geleden werden uitgedeeld, hoogstwaarschijnlijk met een knuppel. Op de Roemeense Cioclovina-schedel, een van de oudste Homo sapiens-schedels uit Europa, zijn de dodelijke gevolgen van die gewelddaad goed te zien. Een lange breuk loopt over de rechteronderkant van het achterhoofd, en rechtsboven op het hoofd is een botstuk van 3,5 cm naar binnen geslagen, met een reeks van barsten eromheen. Die laatste klap was zeker dodelijk.

Uit het breukpatroon kon een team onderzoekers onder leiding van Katerina Harvati (Eberhard Karls Universität Tübingen) zelfs afleiden dat die verbrijzelende klap ná de klap van de lange breuk kwam. Ze brengen deze week in PLOS ONE verslag uit van hun uitvoerige forensische onderzoek, waarbij ze ook moderne ervaringen met honkbalknuppelwonden betrekken. De slagen zijn waarschijnlijk toegebracht door een linkshandige aanvaller die voor het slachtoffer stond.

De Cioclovina-schedel is al in 1941 gevonden tijdens mijnbouw in de streek, samen met wat stenen werktuigen. De ouderdom is onomstreden door een directe C14-datering van het bot. Het was tot nu toe niet duidelijk of de verwondingen de dood veroorzaakt hadden, of dat de breuken pas na de dood waren ontstaan. CT-scans door Harvati en haar collega’s laten zien dat de breuken de schedelnaden volgen. Dat geldt als bewijs dat de slagen tijdens het leven zijn gegeven. Breuken die na de dood ontstaan, volgen die naden niet, omdat de schedel dan veel droger en brosser is.

Val- en slagproeven

Om vast te stellen dat de breuken met een knuppelslag zijn ontstaan, hebben Harvati en haar team ook val- en slagproeven gedaan met bollen van synthetisch bot, gevuld met speciale, hersenachtige gel. De verbrijzeling rechtsboven op het hoofd voldeed al aan een vuistregel uit de forensische pathologie: als een hoofdwond boven de ‘hoedrandlijn’ zit (waar het hoofd het breedst is) is hij hoogstwaarschijnlijk niet door een val maar door een klap ontstaan.

Dat die laatste klap dodelijk was, blijkt ook uit het feit dat er geen nieuwe botgroei op de breukranden is te zien. Normaliter zijn die sporen van herstel door het (levende) lichaam al een week na de verwonding te zien. Of de lange breuk op het achterhoofd alléén ook dodelijk zou zijn geweest, is niet met zekerheid te zeggen.

Waarom deze vroege Homo sapiens-bewoner van Europa werd neergeknuppeld, is niet duidelijk. Het is wel een van de zeldzame directe bewijzen voor persoonlijk geweld tussen jager-verzamelaars in de prehistorie, voordat de landbouw zijn intrede deed. Dat was circa 12.000 jaar geleden, waarna de techniek zich gedurende duizenden jaren verspreidde over Europa.

Uit die landbouwtijd, toen de mensen permanent op een plek en veel dichter op elkaar gingen leven, zijn veel meer al dan niet dodelijke verwondingen bekend, ook al omdat de bevolking sterk toenam. Er zijn zelfs oorlogachtige slachtingen bekend, zoals de 7.000 jaar oude massagraven van Talheim en Herxheim in Duitsland waarin respectievelijk tientallen en honderden evident vermoorde mensen werden teruggevonden.

Uit de tijd dat mensen op één plek leefden, zijn meer verwondingen bekend

Ook van buiten landbouwsamenlevingen zijn dergelijke praktijken bekend. Nog net uit de IJstijd zijn de graven van Jebel Sahaba, op de rechteroever van de Nijl op de grens van Egypte en Soedan, 14.000 tot 12.000 jaar oud, waarin dertig vermoorde lichamen zijn gevonden. Deze moordpartijen worden meestal gezien als een afrekening tussen rivaliserende groepen. Uit de IJstijd en eerder, toen iedereen als jager-verzamelaar leefde, zijn verder slechts spaarzame gevallen bekend van dodelijk geweld. Op fossiele botten zijn wel regelmatig verwondingen te vinden, maar de oorzaak ervan is vaak onduidelijk.

Dezelfde Katerina Harvati die nu de Cioclovina-schedel onderzocht, publiceerde vorig jaar een inventarisatie in Nature van (al dan niet dodelijke) hoofdwonden bij de schedelbotten die we nog over hebben van in totaal 204 neanderthalers en Homo sapiens uit het late paleolithicum (80.000 tot 15.000 jaar geleden). Bij 21 van hen, ongeveer 10 procent dus, werden hoofdwonden aangetroffen, ongeveer evenveel bij neanderthalers als bij moderne mensen. Hoe deze verwondingen ontstonden, weten we meestal niet.

Slechts enkele fossiele wonden zijn duidelijk door ‘interpersoonlijk geweld’ veroorzaakt, zoals de genezen breuk bovenop het hoofd van de neanderthaler ‘Saint Césaire 1’ (36.000 jaar geleden) en de genezen hoofdwonden bij een aantal moderne sapiens in Dolni Vestonice (26.000 jaar geleden). En uit de Italiaanse San Teodoro-grot is een vrouwelijk heupbeen bekend (circa 30.000 à 12.000 jaar oud) met een pijlpunt erin, een verwonding waamee de vrouw in ieder geval nog een tijdje moet hebben doorgeleefd.

Duizenden uren werk

Wél direct dodelijk was de speer- of mespunt die de circa vijftigjarige man ‘Sunghir 1’ 26.000 jaar geleden in zijn bovenste borstwervel kreeg. De man is vooral beroemd geworden omdat zijn graf in Sunghir, Noord-Rusland, vorstelijk was uitgerust met 3.000 mammoetivoren kralen, die waarschijnlijk op zijn (inmiddels vergane) kleding zaten. Zo’n uitdossing is een unicum voor de kleinschalige maatschappij uit de IJstijd, want aan die kralen moet duizenden uren gewerkt zijn. Pas bij heronderzoek in 2012 van de al in 1965 opgegraven botten en kralen, werd een kleine, dodelijke snede in de bovenste borstwervel ontdekt. Het kán een jachtongeluk zijn geweest, maar even waarschijnlijk een doelbewuste aanval.

Een andere ‘moord in de prehistorie’ – die óók een jachtongeluk kan zijn geweest – wordt afgeleid uit een fatale ribwond van de neanderthaler ‘Shanidar 3’ (circa 50.000 jaar geleden) uit Iran. Daarvan werd tien jaar geleden zelfs (met veel slagen om de arm) vermoed dat hij door een typische Homo sapiens-speer moest zijn veroorzaakt, maar op die veronderstelling kwam veel kritiek. Zodat ook voor deze moord – of dodelijk ongeluk – uit de verre prehistorie omstandigheden en motieven onduidelijk blijven.