Foto's Merlijn Doomernik

De kinderen van Karbaat

Vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat blijkt de donorvader van inmiddels 53 kinderen. Die hebben ineens een grote familie erbij. „Kijk, je hebt dezelfde mond, dezelfde ogen.” 

Was het een schok voor je, vraagt Karin de Kroes (39) aan Peter Liefhebber (37) – haar halfbroer, zo weten ze sinds een aantal weken. Ze ontmoeten elkaar in de studio van fotograaf Merlijn Doomernik en hebben elkaar nooit eerder gezien – Peter weet sowieso pas sinds een paar weken dat hij een zoon is van de omstreden vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat.
„Ik was vooral verrast”, zegt Peter. „Maar ik vind het niet vervelend. Jij?” Hij wil van alles weten: hoe oud ben je, heb je kinderen, een man, hoe is je contact met de andere broers en zussen, ga je volgende week naar het familie-etentje, naar de zomer-bbq? Vertel!

„Toen ik in het nieuws hoorde dat het DNA van Karbaat na jarenlange rechtszaken mocht worden onderzocht, vond ik dat ongelooflijk fascinerend”, zegt Doomernik, die het initiatief nam voor de fotoserie. „Het zou de donorkinderen, die al langer het vermoeden hadden dat hij de vader was, dan eindelijk 100 procent zekerheid geven. Door ze allemaal op dezelfde manier te fotograferen, wilde ik onderzoeken in hoeverre ze gelijkenis vertonen.”
Doomernik vond uiteindelijk vijftien donorkinderen bereid te poseren. „Veel van hen komen liever niet in de media. Waarschijnlijk ligt het vaak gevoelig, dan is het misschien nooit aan alle familieleden verteld. Zeker voor de opvoedvaders kan het moeilijk zijn.”

Toen Jan Karbaat in 2017 op 89-jarige leeftijd overleed, werden op last van de rechter zijn tandenborstel, steunkousen en 25 andere voorwerpen opgeslagen in een kluis. Er liepen op dat moment al langer beschuldigingen tegen hem, onder andere dat hij bij de behandelingen van alleenstaande moeders en stellen waarvan de man onvruchtbaar was, zijn eigen sperma zou hebben gebruikt. Karbaat heeft altijd ontkend, vaderschapstesten weigerde hij. In mei wees het DNA-onderzoek uit dat hij de vader van 49 donorkinderen was.
Inmiddels zijn er al vier nieuwe bijgekomen. In de ‘Broers en Zussen’-appgroep van de Karbaat-kinderen loopt een weddenschap; waarop zou de teller staan met Kerst 2020? De schattingen lopen uiteen van 88 tot 256.

Foto Merlijn Doomernik

MARTIJN VAN HALEN

17 mei 1979

„Mijn broertje is ook een donorkind, maar van een andere vader. Terwijl mijn ouders met Karbaat hadden afgesproken dat hun twee kinderen dezelfde donor zouden hebben. Toen mijn ouders 35 jaar geleden in de kliniek waren voor een nieuw kindje, ging ik mee en viel het hen op dat er nog meer blonde kinderen rondliepen die nogal op mij én op de dokter leken. Ze maakten er nog een grapje over: het zou toch niet…

Mijn ouders hadden het willen zeggen toen ik 18 werd, maar mijn moeder overleed net daarvoor. Dat vond mijn vader zielig voor mij; dan heb je geen moeder meer en blijkt je vader je vader niet te zijn. Toen mijn broertje 18 werd, durfde hij het niet. En zo werd het steeds moeilijker. Hij was bang zijn zoons te verliezen. Ik was 34 toen ik het hoorde. Ik had vaak het gevoel dat er iets niet klopte. Mijn vader deed altijd zo ontzettend zijn best, alsof hij iets wilde compenseren, denk ik nu. Omdat ik kinderen heb, vond ik: ik moet weten wie mijn biologische vader is. Omdat ik wilde weten of er erfelijke ziekten zijn, maar ook om te voorkomen dat mijn kinderen ooit een relatie krijgen met familie. Ik had een foto gezien van Karbaat als jongeman en daar leek ik zo ontzettend veel op. Hij moest het wel zijn. Het is niet netjes wat hij heeft gedaan, maar anders was ik er niet geweest. Hij werd 89, was charismatisch en slim. Dat is ook positief.”

ANONIEM, 20 oktober 1985 Foto Merlijn Doomernik

LIDIAN HUEGEN, 7 oktober 1985 Foto Merlijn Doomernik

Foto Merlijn Doomernik

YVETTE HUBBERS

4 maart 1977

„Ik hoorde pas op mijn negentiende, toen mijn ouders gingen scheiden, dat mijn vader niet mijn echte vader was. Het was een enorme schok. Het vertrouwen in mezelf maar ook in anderen kreeg een flinke knauw. Wat een bedrog. Als mijn ouders al zo lang tegen me logen, was het dan wel waar wat andere mensen zeiden? Ik kon mezelf nauwelijks in de spiegel aankijken, wist niet meer wie ik was. Mijn moeder liet mij de rekening van Karbaat zien. 100 gulden! Dat was blijkbaar wat ik waard was. Met mijn rechtenstudie ben ik gestopt. Het was me allemaal teveel.

Ik was wel nieuwsgierig wie mijn biologische vader zou zijn. Toen bleek dat ik een kind van Karbaat was, kon ik dat nauwelijks bevatten. Ik was op zoek naar een speld in een hooiberg en die had ik gevonden. Het gaf rust. Ik heb gelijk van alles over hem opgezocht. Het was niet echt een knapperd. Tot die dag dacht ik altijd dat mijn vader een bijklussende student was. Toch was het geen teleurstelling. Ik ben niet boos. Mijn moeder had een aantal wensen; de donor moest blond zijn, met blauwe ogen, universitair geschoold. Dat heeft hij allemaal waargemaakt. Alleen was ze de wens vergeten dat hij slank moest zijn, dat is wel jammer, haha. Mijn zus wil niet weten wie haar donor is. Zij zegt: ik heb al een vader. Maar voor mij staan die dingen los van elkaar. Het is en-en.”

JOEY HOOFDMAN, 14 februari 1987 Foto Merlijn Doomernik

ANNERIE MEUL-VAN POPPEL, 30 oktober 1973 Foto Merlijn Doomernik

Foto Merlijn Doomernik

PETER LIEFHEBBER

15 januari 1982

„Toen mijn vader in 2003 overleed, vertelde mijn moeder dat ik een donorkind was. Ineens viel alles op zijn plek. Ik voelde me verschrikkelijk in de maling genomen, maar het was vooral een opluchting. Ik had het altijd aangevoeld. Ik was dus niet gek. Fysiek leek ik totaal niet op mijn vader; zijn handen, zijn voeten, zijn gebit – zo anders. Hij was rustig, ik heel druk. Als er foto’s werden gemaakt, stond hij liever niet bij mij in de buurt, dan zouden de verschillen teveel opvallen. Onze karakters botsten, we hebben zoveel aanvaringen gehad. Had ik maar eerder geweten hoe het zat, dan had ik meer respect voor hem gehad. Het was een lieve man, ik was een boos en moeilijk kind en een lastige puber. Drugs, altijd gedoe.

Ik weet pas sinds een paar weken dat ik een kind van Karbaat ben. Mijn moeder voelt zich bedonderd. Dan lig je daar met je benen wijd en dan spuit hij zijn eigen zaad in. Ze voelt zich vies. Toch is ze wel geïnteresseerd in mijn halfbroers en -zussen. Ik heb nog niemand ontmoet maar er is een appgroep, daar worden ook foto’s gedeeld. Kijk, zegt ze dan, je hebt dezelfde mond, dezelfde ogen. Ik heb allerlei kwalen. Een hoge bloeddruk, onrustige benen, een darmziekte. Is dat erfelijk? Mijn broertje heeft zich ook laten testen maar nog niks gehoord. Hij lijkt niet op mij. Nu ik interesse toon in mijn nieuwe familie, belt hij me wat vaker. Misschien omdat hij zijn grote broer niet kwijt wil.”

Foto Merlijn Doomernik

ERIC LEVER

20 september 1977

„Er was veel ruzie thuis. Mijn vader was naar mij toe streng en onredelijk, en agressief naar mijn moeder. Toen ze uit elkaar gingen, ik was 12, vond ik dat prima. Op mijn 26ste vertelde mijn moeder dat ik een donorkind was. Wat een mazzel, was mijn eerste gedachte, dat ik niet van mijn vader ben. En het verklaarde misschien ook wel dat ik was gaan studeren, terwijl een groot deel van mijn familie laagopgeleid was.

Om de nare ervaringen uit mijn jeugd te verwerken, ben ik verschillende keren in therapie geweest. Ik had angstklachten en slaapproblemen. Dit had niks te maken met dat ik een donorkind ben. Toen Joey Hoofdman, een van de kinderen die als eerste in de media kwamen, een keer op tv was, zei een collega tegen mij: wat lijkt die op jou zeg, misschien moet je je eens laten testen. Ik durfde niet. Ik had een ideaalbeeld van mijn donorvader; we zouden een fijne ontmoeting hebben, hij was vast jarenlang op zoek geweest naar mij, alles zou goed komen. Maar stel nou dat het echt die dokter Karbaat was. Er werd gezegd dat hij veel donorkinderen had, wat hij zelf ontkende. Blijkbaar zat hij niet op contact te wachten. Toen ik gematcht was, voelde ik toch blijdschap. Al die leuke en lieve mensen kwamen zomaar mijn leven binnen. Maar het beangstigt me soms. Ik ben enig kind. Hoe moet dat, een broer zijn? Wat wordt er van me verwacht?”

MARSHA VAN DER SCHANS, 18 december 1981 Foto Merlijn Doomernik

ANONIEM, 12 februari 1974 Foto Merlijn Doomernik

Foto Merlijn Doomernik

KARIN DE KROES

11 januari 1980

„Toen mijn ouders geen kinderen konden krijgen, zei mijn oma tegen haar zoon: ‘Jongen, je weet toch wel wat ze met de koeien doen.’ Karbaat stond bekend als een succesvolle arts. Mijn moeder was vrij pragmatisch: je kunt geen kinderen krijgen, dan los je dat op. Voor mijn vader was het een ander verhaal. Wat doet het met je mannelijkheid als je onvruchtbaar bent? Hoe kijk je dan naar dat wezen dat daar in die wieg ligt? Mijn ouders gingen scheiden toen ik 12 was. Toen ik 19 was, vertelden ze mij en mijn broer en zus, een tweeling, dat hij niet de echte vader was.

Ik was boos over de leugen. Ik was boos op de tijdgeest; dat je met elkaar maar doet alsof het voor het kind het beste is om niks te zeggen. Ik was boos op mijn moeder – zij had zich verzet terwijl mijn vader vond dat ze het wel moesten vertellen. Maar dat is allemaal weg. Wel vind ik het nog steeds ronduit schandalig wat Karbaat heeft gedaan.
Mijn zus blijkt een volle zus. Toen dat bekend werd, moest ze huilen. Nu zijn we echt zussen, zei ze. Maar ik vond: dat waren we al. Je gaat op zoek; wat is genetisch, wat is opvoeding? Nature, nurture. Ik dacht altijd: je bent een gezin omdat je samen opgroeit, niet omdat je genen met elkaar deelt. Maar ik word verrast door mijn eigen gevoel. Als ik mijn halfbroers en -zussen zie, dan voel ik een band. Ik ben op mijn gemak. Er is liefde.”

MARTIJN VAN HALEN, 17 mei 1979 Foto Merlijn Doomernik

DIANA GERRITSE, 9 augustus 1976 Foto Merlijn Doomernik

INGE DE KROES, 17 december 1982 Foto Merlijn Doomernik