Recensie

Recensie Muziek

Comeback-album van The Black Keys is ronkend, maar weinig sensationeel

Comeback
Na vijf jaar afwezigheid brengt het duo The Black Keys opnieuw een album uit: ‘Let’s Rock’.

The Black Keys in 2013, voor hun vijfjarige afwezigheid.
The Black Keys in 2013, voor hun vijfjarige afwezigheid. Foto EPA/MARIO RUIZ

Dat de twee leden van de The Black Keys de afgelopen tijd onenigheid hebben gehad, wordt niet verhuld. Het werd zelfs het uitgangspunt voor de komische video bij het nummer ‘Go’. Therapeuten, goeroes en advocaten proberen hier – vergeefs – om het stuurse duo te herenigen. In werkelijkheid duurde hun verwijdering vijf jaar. Zanger/gitarist Dan Auerbach werkte in die jaren als producer voor Jake Bugg en rapper A$ap Rocky, en als voorman van de band The Arcs; ook drummer Pat Carney schreef en produceerde voor anderen.

The Black Keys hadden een wonderlijke loopbaan. Na een lange aanloop – het debuut verscheen in 2002 – kreeg het duo succes dankzij Brothers (2010), met daarop barse rockliedjes met gospeldetails. Dat ze een ‘duo’ zijn, was inmiddels belangrijker als imago dan dat het de muziek bepaalde. Zowel in de studio als op het podium, spelen extra muzikanten. Het voorlaatste album, Turn Blue (2014) was zelfs een psychedelische draaikolk, gekleurd door orgels, percussie en theremins, en het typerende ‘droge’ basgeluid van producer Danger Mouse. Soberheid was ver te zoeken. Het album viel niet goed bij de aanhang, en bleek de voorbode van de lange hiaat.

Nu musiceren The Black Keys weer zoals vroeger: direct en ronkend. Toch is de comeback niet helemaal geslaagd. Een nummer als ‘Walk Across The Water’ is te tam voor het duo, single ‘Lo/Hi’ hint naar de boogie van ZZ Top, en ‘Tell Me Lies’ draait rond de reeds bekende vondst van ‘la-la-laa lies’. Opener ‘Shine A Light’ kreeg een mooi loom couplet, maar een afgezaagd refrein. Vaker ontbreekt een bijzondere uitspatting of vondst waardoor geijkte rock plotseling sensationeel kan worden.

Als geheel klinkt ‘Let’s Rock’ mooi uitgewerkt. De nummers zijn toegankelijk, toewijding spreekt uit de aangename sound – messcherpe handclaps, weerbarstig gitaargeluid – waar de liedjes in gedrenkt zijn. Voor iedere andere groep was het een prestatie, maar voor The Black Keys is het niet genoeg.