De wonderbaarlijke redder van Chrysler

1924-2019 Migrantenzoon Lee Iacocca werd dankzij de Ford Mustang en het redden van Chrysler een symbool van de Amerikaanse Droom.

Lee Iacocca als topman van Chrysler in een Dodge Viper in 1990.
Lee Iacocca als topman van Chrysler in een Dodge Viper in 1990. Foto’s Osamu Honda/AP,

Hij hoort voor Amerikanen in het rijtje visionaire en praktijkgerichte ondernemers als Henry Ford, Walt Disney en Steve Jobs. Dat zijn vader nog hotdogs had verkocht, stuwde zijn status als symbool van de Amerikaanse Droom alleen maar verder op. Dinsdag overleed autofabrikant Lee Iacocca op 94-jarige leeftijd in zijn huis in Bel Air, Californië.

Hij was de man die bij Ford de iconische Mustang introduceerde, de man die autobedrijf Chrysler wist te redden van de ondergang. Hij trad zelf op in reclamespotjes voor nieuwe modellen. „Als u een betere auto kunt vinden, koop die dan”, blufte de topman. Dit soort optredens en de tientallen miljoenen verkochte exemplaren van zijn autobiografie Iacocca brachten hem in de Reagan-jaren een soort roem die tot dusver alleen voor sporthelden en filmsterren was weggelegd. Hij plaveide daarmee de weg voor Donald Trump, die drie jaar later zijn even succesvolle The Art of the Deal zou uitbrengen.

Saillant detail: in een latere druk van Iacocca schreef de auteur dat hij bergen post van lezers had gekregen en dat de meeste brieven gingen over één hoofdstuk: ‘Make America Great Again’. Iacocca’s commentaar: „Misschien dat onze leiders niet gealarmeerd zijn over het feit dat ons land zijn concurrentiekracht verliest, maar mijn postbus leert me dat het Amerikaanse volk dit niet accepteert.” Geen wonder dat in de pers – ook in de Nederlandse – destijds werd gespeculeerd over de mogelijkheid dat Iacocca een gooi naar het presidentschap zou doen. In de biografie Behind the Wheel at Chrysler schreef journalist Doron Levin dat Iacocca na de wonderbaarlijke redding van het autobedrijf werd gezien als Amerika’s „economische Winston Churchill”.

Lee Iacocca op een Plymouth Reliant in 1980 Foto Dale Atkins/AP

Materialist

Lido Iacocca – genoemd naar het strandeilandje van Venetië – werd op 15 oktober 1924 geboren in een migrantenfamilie in Allentown Pennsylvania. Op babyfoto’s, schrijft hij zelf, draagt hij satijnen schoenen en heeft hij een zilveren rammelaar in zijn hand. „Maar rond 1930 begonnen mijn kleren er versleten uit te zien.” Zijn vader die met hotdog-geld onroerend goed had gekocht, verloor in de crisisjaren bijna al zijn vermogen. „De crisis heeft van mij een materialist gemaakt”, schrijft Iacocca. „Tegen de tijd dat ik ging studeren, wilde ik miljonair worden.”

Na een studie industrieel ontwerpen kwam Iacocca in 1946 bij autofabriek Ford te werken, die werd geleid door de kleinzoon van de legendarische oprichter Henry Ford. Hij werkte zich langzaam in het bedrijf omhoog, waarbij hij volgens medewerkers die The New York Times in zijn necrologie aanhaalt ondergeschikten even gemakkelijk kon vernederen als prijzen.

In 1960 werd Iacocca hoofd marketing. Vier jaar later maakt hij zich onsterfelijk als de eerste Ford Mustang van de lopende band rolt – een ontwerp dat hij met moeite door de raad van bestuur heeft gekregen. „Een winnaar onder de renpaarden”, schreef het Algemeen Handelsblad een jaar later in een recensie. De Amerikaanse ontwerpers „hebben deze auto dat ondefinieerbare meegegeven, wat een auto een auto maakt en niet alleen een vervoermiddel”. De auto wordt in de armen gesloten door een jong publiek. Meteen in 1964 scheurt de Mustang door de James Bondfilm Goldfinger. Van de auto’s wordt in de eerste twee jaar voor twee miljard dollar verkocht.

Lees ook: Fiat Chrysler doet Renault aanzoek

In 1978 wordt Iacocca algemeen directeur van Ford. In zijn autobiografie beschrijft hij de onvoorstelbare luxe die deze positie met zich meebrengt. Zijn kantoor heeft de omvang van een hotelsuite, hij wordt bij het eten bediend door personeel met witte jasjes dat hem 24 uur per dag ter beschikking staat. Hij baalt een beetje dat hij 970.000 dollar verdient en niet 1 miljoen. De wat grootvaderlijk ogende man met de bolle neus, een onafscheidelijke sigaar in de mond en zijn brilletje, is dan al een vertrouwd gezicht in de Amerikaanse media. Datzelfde jaar wordt hij ontslagen door Henry Ford II. De reden is nooit helemaal opgehelderd. „Ik mag je niet”, krijgt Ford in de mond gelegd in de meeste stukken over Iacocca.

Zwarte inkt

Iacocca stapte over naar een andere autogigant in Detroit, Chrysler. Ik had het nooit gedaan als ik had geweten hoe slecht dat bedrijf ervoor stond, schrijft hijzelf. Maar juist daardoor zal Iacocca legendarische roem vergaren. Net als alle Amerikaanse automerken wankelde Chrysler in de crisis rond 1980. De concurrentie van de veel goedkopere Japanse merken en de slechte staat van de Amerikaanse economie, ze leidden samen tot ongekende verliezen.

Dat Iacocca het bedrijf in deze tijd weet te redden, heeft minder met inventief ondernemerschap te maken dan met vasthoudend en spijkerhard onderhandelen. Hij vraagt zijn personeel een loonstop van twee jaar te accepteren. De vakbond weigert, maar uiteindelijk zal hij toch meer dan 10 miljard op loonkosten weten te besparen. Hij onderhandelt met de Amerikaanse regering over staatssteun en krijgt garanties ter waarde van 1,5 miljard dollar, waarvan hij 1,2 miljard gebruikt. Dat lost hij in recordtijd af. In 1981 boekt Chrysler alweer een winstje van 11,6 miljoen. Iacocca is zo blij dat hij onder verslaggevers flesjes zwarte inkt uitdeelt. Het jaar erop zet het bedrijf voor bijna 3 miljard om, met een winst van ruim 20 miljoen dollar – een record sinds 1976.

Het is de vraag welke bijdrage Iacocca precies aan het herstel heeft geleverd, behalve hard snoeien en hard marketen. „De kwaliteiten van deze tamelijk luidruchtige man met de glamour van een beer [worden] hoog geprezen”, schreef de sceptische NRC-correspondent Sytze van der Zee in 1982. „Hij is een vlijmscherp rekenaar die met een buitengewoon rigoureuze vermageringskuur het noodlijdende Chrysler-concern weer op de been heeft geholpen.”

Vijandig

Als hij in 1992 met pensioen gaat, wijdt Iacocca zich aan goede doelen als het behoud van het Vrijheidsbeeld en migranteneiland Ellis Island bij New York. Hij steunt onderzoek naar diabetes, de ziekte die zijn eerste vrouw het leven kostte, Maar hij kan het zakendoen niet laten. In 1995 doet hij, samen met durfkapitalist Kirk Kerkorian, een poging tot een vijandige overname van Chrysler. De bedrijfsleiding slaat de aanval af en is in alle staten. Het plan om het hoofdkwartier om te dopen in Lee A. Iacocca Center wordt geschrapt. Drie jaar later neemt Daimler-Benz het bedrijf over. Dat was niet gebeurd als jullie mij m’n gang hadden laten gaan, sneert Iacocca. Sinds 2014 is Chrysler in handen van de Italiaanse autofabrikant Fiat.