Opinie

Vóór diversiteit, maar dan op stockfoto’s

Lotfi El Hamidi

Dinsdag werd Samira Rafaela (D66) geïnstalleerd in het Europees Parlement. „Daarmee krijgt Nederland voor het eerst een Europarlementariër met Caribische roots”, twitterde Jan Paternotte, integratiewoordvoerder voor D66, trots. Dat is geheel de verdienste van Rafaela, die als nummer 3 op de lijst intensief campagne voerde, van de Haagse Transvaalwijk tot de Caribische eilanden, en dankzij voorkeursstemmen alsnog de tweede zetel van D66 in het Europarlement mag bekleden.

Maar vanzelfsprekend was dat allerminst, zo blijkt uit een interview met Rafaela in NRC. Zo werd ze tegengewerkt door prominente partijgenoten, die haar en de Surinaams-Nederlandse Raoul Boucke (nummer 2) in aanloop naar de Europese verkiezingen liever lager op de lijst hadden gezien, ten faveure van Felix Klos, woordvoerder van fractievoorzitter Rob Jetten. Klos beschikte volgens hen over de ‘kwaliteiten’ die D66 nodig heeft in Europa.

Zoiets verwacht je bij een partij als de VVD, waar volgens Mark Rutte ‘kwaliteit’ de doorslag geeft en daarom toevallig vooral mannen die eruitzien als Rutte op sleutelposities zitten. Maar D66?

Hoewel D66 zich presenteert als de meest kosmopolitische partij van Nederland, blijkt die verrassend wereldvreemd als het gaat om contact met migrantengroepen. De partij die uiteraard vóór diversiteit en inclusiviteit is, maar dan vooral op stockfoto’s.

Voor de Europese verkiezingen schreven Jetten en Paternotte een opiniestuk in de Volkskrant, waarin zij de integratie van Marokkanen in Nederland „een doorslaand succes” noemden. Marokkaanse Nederlanders hebben in een halve eeuw een indrukwekkende sociaal-economische sprong gemaakt, en dat mag eens gezegd worden. Uiteraard werd Kamervoorzitter Khadija Arib als voorbeeld genoemd. En in een recente speech sprak Jetten over de verheffingsfunctie van het onderwijs, waar burgemeesters Ahmed Aboutaleb en Ahmed Marcouch als succesverhalen werden opgevoerd.

Maar wat zegt het dat steeds dezelfde namen genoemd worden? Voor D66 doen Nederlanders met een migratieachtergrond er alleen toe als ze voldoen aan het meritocratische ideaalplaatje van de liberale partij, zo lijkt het. Alsof burgemeester of Kamervoorzitter worden een alledaagse prestatie is. Daarmee ontslaan D66’ers zichzelf van daadwerkelijk inspanningen verrichten om die groepen mensen te bereiken en te begrijpen. Ze komen namelijk niet vanzelf bovendrijven, vooral niet in de politiek.

Een Samira Rafaela is in dat opzicht goud waard, niet alleen voor alle jonge Samira’s die nu in de schoolbanken zitten, maar ook voor D66 zelf. Want ook die partij heeft nog een lange weg te gaan als het gaat om de representatie van minderheden.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.