Wen er maar aan: beestjes die jeuken of ziekten veroorzaken

Opmars insecten Door klimaatverandering en afname van biodiversiteit moet Nederland rekening houden met nog meer vervelende beestjes.

Processierupsen in gemeente Heusden.
Processierupsen in gemeente Heusden. Foto Merlin Daleman

Wen er maar aan. Beestjes die jeuken of ziekten veroorzaken, gaan voorlopig niet weg. Het worden er zelfs nog veel meer. Dat is de boodschap van biologen en klimatologen aan iedereen die zich dezer dagen druk maakt om de opmars van de eikenprocessierups.

„Er is een massale volksverhuizing gaande in de Europese natuur”, zegt Arnold van Vliet, bioloog aan Wageningen Universiteit, en tevens voorzitter van het Kenniscentrum Eikenprocessierups. Een verwante soort, de dennenprocessierups is al opgerukt tot in de Belgische Ardennen. „En die heeft nóg meer haren dan de eikenprocessierups”, zegt Van Vliet. Ook de Aziatische tijgermug wil zich hier graag vestigen. Die kan ziektes als chikungunya, dengue en zika overbrengen.

Reuzenteek

En het wordt straks oppassen voor de reuzenteek, die in Duitsland is aangetroffen; een beestje dat niet zoals de schapenteek wacht op een passerende ‘gastheer’ om bloed te zuigen en eventueel de ziekte van Lyme over te brengen, maar actief zoekt naar liefst een groot dier, soms een mens. Deze hyalommateek, wijd verspreid in Afrika en Azië en ook in het zuiden en oosten van Europa, kan het gevaarlijke krim-congovirus overdragen. Ook de buxusmot heeft de weg naar Nederland inmiddels gevonden; zowat alle buxus in tuinen is weggevreten. „Als ik ergens nog een groene buxus zie, denk ik altijd: daar moet gespoten zijn”, zegt Van Vliet.

Een belangrijke oorzaak voor de opmars van al die beestjes en plantjes, geholpen door de mens die hen meeneemt op reis, in vliegtuigen of op autobanden, is klimaatverandering. „Het wordt gemiddeld steeds warmer, en daardoor zijn de extremen in het weer ook groter”, zegt klimatoloog Rob Sluijter van het KNMI. „Het is in Nederland gemiddeld twee graden warmer dan honderd jaar geleden. We hebben hier nu het klimaat van het midden van Frankrijk vijftig jaar geleden. Er is geen reden te veronderstellen dat deze trend ineens zal stoppen. Ik ben geen bioloog, maar dat heeft ongetwijfeld gevolgen voor de natuur.”

De tweede belangrijke oorzaak is de daling van de biodiversiteit in Nederland. Bioloog Van Vliet spreekt van de „ineenstorting” van de soortenrijkdom, zoals blijkt uit onder meer de enorme insectensterfte. „De ecologische balans is zoek”, zegt hij. Door het beperkt aantal soorten krijgen plaagsoorten de kans in één klap veel schade aan te richten. „We zullen daar meer rekening mee moeten houden. We hebben in Nederland eindeloze eikenlanen aangeplant. Dat leidt tot grote aantallen eikenprocessierupsen. Bij een monocultuur kan een ziekte of plaag snel om zich heen grijpen. Datzelfde hebben we gezien bij de iepziekte. En sinds een paar jaar zien we het bij de essentaksterfte. We zullen gevarieerder moeten planten.”

De opwarming leidt ook tot meer hooikoorts en andere allergische reacties. De lengte van het hooikoortsseizoen, veroorzaakt door de bloei van allergene soorten als els, berk, hazelaar en gras, neemt toe. Er komen ook soorten bij, zoals klein glaskruid, alsemambrosia, cipres en olijfbomen. We zwijgen maar over alle andere effecten van hitte, zon en warmte op de gezondheid, zoals meer gevallen van huidkanker en slechtere luchtkwaliteit. Er is, zo stelden onderzoekers in de onlangs verschenen ‘Kennisagenda klimaat en gezondheid’, veel meer onderzoek nodig naar de effecten. „Urgentie is geboden omdat een aantal verwachte ontwikkelingen nu al optreden (bijvoorbeeld toename allergieën, hittestress) maar nog weinig (bewezen effectieve) maatregelen genomen worden om dit aan te pakken. Daarnaast is er weinig inzicht in mogelijk cumulatieve en cascade-effecten en spelen andere trends, zoals verstedelijking en vergrijzing, ook een rol”, aldus het onderzoek.

Niet naïef zijn

Een eerste begin is deze week in Nederland gemaakt. „Zo snel mogelijk” wordt een landelijk Kennisplatform Eikenprocessierups opgericht, waarin alle betrokken organisaties gaan samenwerken. „We willen dat er eenduidige informatie komt voor gemeenten en burgers”, zegt een woordvoerder van minister Schouten (Natuur, ChristenUnie). Deze week komt er alvast een lijst met do’s en don’ts. De maatregel is het begin van een brede aanpak, stelt bioloog Van Vliet. „We moeten het hele jaar door aan de eikenprocessierups denken. Alleen zo kunnen we de overlast beperken.” En zeker is de natuur mooi, zegt hij, maar het is geen tijd voor naïviteit. „We moeten niet onbevangen ergens in de natuur gaan liggen. We moeten ons bewust zijn van mogelijke risico’s en gewoon even checken of er processierupsen zitten en, na afloop, of je gebeten bent door een teek. Als je de weg over steekt kijk je tenslotte ook naar links en naar rechts.”