Toezichthouder onderzoekt handelen AIVD in zaak-Cornelius Haga Lyceum

De CTIVD wil achterhalen of het optreden van de veiligheidsdienst wel proportioneel en „in het belang van de nationale veiligheid” is geweest.

Het Cornelius Haga Lyceum raakte in opspraak door AIVD-signalen over salafisme. De Onderwijsinspectie weersprak deze later.
Het Cornelius Haga Lyceum raakte in opspraak door AIVD-signalen over salafisme. De Onderwijsinspectie weersprak deze later. Foto Olivier Middendorp

De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) gaat onderzoeken of de AIVD zorgvuldig heeft gehandeld in het dossier-Cornelius Haga Lyceum. De toezichthouder wil achterhalen of het optreden van de veiligheidsdienst wel proportioneel en „in het belang van de nationale veiligheid” is geweest. Dat schrijft de CTIVD woensdag in een brief aan de voorzitters van beide Kamers, minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) en AIVD-baas Dick Schoof.

De toezichthouder wil onderzoeken of de AIVD er juist aan heeft gedaan om geheime inlichtingen over de omstreden islamitische middelbare school naar onder meer de gemeente Amsterdam te sturen. Ook zal de CTIVD gaan kijken of de veiligheidsdienst wel voldoende bewijs had voor de verstrekte informatie.

Dit soort gerichte onderzoeken komt niet vaak voor, zegt Jantine Kervel-de Goei, secretaris van de CTIVD. Er lopen zo’n „vijf, zes” CTIVD-onderzoeken per jaar, maar die gaan veelal over bredere ontwikkelingen, niet over specifieke gevallen. Ook start de toezichthouder specifieke onderzoeken vaak op basis van klachten of op verzoek van de Tweede Kamer.

Reden om dit onderzoek op eigen initiatief in te stellen, schrijft CTIVD-voorzitter Harm Brouwer in de brief, zijn „de vragen die in de samenleving bij voortduring leven over onder meer de grondslag voor het handelen van de AIVD jegens de school en de juistheid van de gegevens die de dienst heeft verstrekt”.

Lees meer over de tactiek van de AIVD in de casus-Haga: AIVD-actie tegen het Cornelius Haga Lyceum wekt weerstand

Ambtsberichten

Centraal in het onderzoek zullen twee ambtsberichten staan. In december en januari stuurde de AIVD deze naar in ieder geval de gemeente Amsterdam, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en de Inspectie van het Onderwijs. De veiligheidsdienst waarschuwde in een van de twee berichten voor salafistische „aanjagers” die de jonge islamitische school in een antidemocratische richting zouden willen sturen. Deze mannen, onder wie schooldirecteur Soner Atasoy, zouden de helft van de schooltijd aan de salafistische leer willen wijden.

Ook waarschuwde de dienst voor banden die Soner Atasoy en diens broer Son Teken Atasoy, beleidsmedewerker op de school, zouden hebben gehad met Tsjetsjeense terroristen. In maart openbaarden de NCTV en de gemeente Amsterdam een deel van deze informatie, waardoor het Haga in opspraak raakte. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) eiste het aftreden van het schoolbestuur - die dat weigerde - en de Onderwijsinspectie kondigde een nieuw, diepgravend onderzoek aan naar het Haga.

NRC had inzage in het ambtsbericht en wist twee weken later meer details naar buiten te brengen. Zo zou volgens de AIVD de omstreden Britse shariageleerde Haitham al-Haddad het Haga hebben bezocht voor „heimelijk bijeenkomsten”.

Later lekte via NRC ook een tweede ambtsbericht uit. Dit betrof bevindingen van de AIVD over de financiën van de school. Eenderde van het budget van de school zou naar directeur Soner Atasoy, zijn broer en diens schoonzus gaan, die als administratief medewerker aan het Haga verbonden is.

Lees meer over het ongepubliceerde rapport van de Onderwijsinspectie: Financieel wanbeheer bij Haga, maar geen salafisme

Tegengeluiden

Atasoy ontkende vanaf het begin af aan alle aantijgingen. De AIVD moest met „tyfusbewijzen” komen, zei hij tegen NRC. De salafistische aanjagers waren volgens hem óf niet aan de school verbonden óf hadden geen negatieve, antidemocratische invloed op de kinderen. De enige link tussen hem en Tsjetsjenië was via zijn vrouw, die daarvandaan komt. En dat hij, zijn broer en diens schoonzus een flinke hap uit het budget namen, kwam volgens Atasoy doordat het Haga een jonge school is met een kleine groep, voornamelijk parttime werkende docenten.

In mei voltooide de Onderwijsinspectie het onderzoek dat het instelde naar aanleiding van de AIVD-signalen en kwam met een uiterst kritisch conceptrapport, dat de school nu aanvecht bij de rechter. Maar, hoewel de Inspectie zeer fel was over de financiële gebreken van de school en sprak van wanbeheer en zelfverrijking, bleek dat het na maanden onderzoek geen bewijs had gevonden dat een „deel van de lessen een salafistisch karakter heeft” of dat het Haga ernaar streeft leerlingen afzijdig te houden van de samenleving.

Ook schreef de Inspectie dat de broers Atasoy en hun secretaresse niet eenderde maar „ruim 28 procent” van het budget opmaakten. Dit zou inderdaad te maken hebben met het „nog kleine personeelsbestand”, aldus het ongepubliceerde rapport.

Ondanks de verschillen tussen de bevindingen van de Inspectie en die van de AIVD, zei de veiligheidsdienst achter zijn waarschuwingen te blijven staan. „De AIVD en de Onderwijsinspectie hebben een verschillende onderzoeksopdracht en hanteren verschillende onderzoeksmiddelen”, aldus de dienst tegen NRC. „De AIVD onderzoekt ook onzichtbare dreigingen, de Inspectie kijkt naar zichtbare zaken. Er kunnen dus verschillende zaken worden geconstateerd die tezamen het volledige beeld vormen.”

De CTIVD verwacht in oktober de conclusies van het „kortdurend rechtmatigheidsonderzoek” naar het handelen van de AIVD te publiceren.