Oppositie vreest kosten voor burger door klimaatakkoord

Klimaatakkoord Bij het debat over het klimaatakkoord ging het kabinet door met burgers geruststellen. De oppositie maakt zich grote zorgen.

Ministers Eric Wiebes (VVD) en Kajsa Ollongren (D66) voorafgaand aan het debat over het klimaatakkoord.
Ministers Eric Wiebes (VVD) en Kajsa Ollongren (D66) voorafgaand aan het debat over het klimaatakkoord. Foto Remko de Waal/ANP

Het kabinet mag trots zeggen dat het de scherpe kanten van het klimaatbeleid heeft verzacht. De belasting op de energierekening gaat volgend jaar bijvoorbeeld weer wat omlaag, de autobelastingen gaan niet omhoog. Het kabinet wil burgers geruststellen, bleek vrijdag bij de presentatie van het klimaatakkoord én woensdagavond opnieuw tijdens het debat over het akkoord in de Tweede Kamer.

Maar de oppositiepartijen in de Tweede Kamer maken zich nog steeds grote zorgen. SP, PvdA, 50Plus, Denk en GroenLinks wezen woensdagavond op de nog steeds hoge lasten van het beleid. Die komen te veel bij de mensen met lage inkomens terecht, vindt Kamerlid Sandra Beckerman van de SP. „Dit akkoord is iets beter, maar minder onrechtvaardig is nog niet rechtvaardig”, zei Beckerman.

Lees ook: Klimaatakkoord is wederom succes voor de Hollandse polder

Oneerlijke lastenverdeling

PvdA-fractievoorzitter Lodewijk Asscher vroeg aandacht voor huurders met een huisbaas die hun woning niet isoleert. Zij kunnen daar weinig aan doen, maar hun energierekening gaat wel omhoog. GroenLinks-leider Jesse Klaver vindt de verdeling van de lasten tussen burgers en de industrie nog steeds niet eerlijk. De subsidies die industriebedrijven krijgen om hun productieprocessen te vergroenen, worden volgens Klaver niet alleen door de industrie zelf opgebracht, maar ook door ziekenhuizen, scholen en andere bedrijven die meer energiebelasting gaan betalen.

De klimaatsceptische partijen PVV en Forum voor Democratie hekelden ook de kosten van het klimaatakkoord, maar anders dan de andere oppositiepartijen vinden ze klimaatbeleid helemaal niet nodig.

Het klimaatakkoord dat het kabinet vrijdag presenteerde, heeft ambitieuze doelen. Een halvering van de uitstoot van broeikasgas CO2 in 2030 bijvoorbeeld. Een immense klus binnen elf jaar. In het debat ging het er nauwelijks over of die ambities haalbaar zijn, terwijl diverse oppositiepartijen bijtende kritiek hadden op het besluit van het kabinet om het klimaatvonnis in de Urgenda-zaak naast zich neer te leggen. Dat vonnis eist van het kabinet volgend jaar al de uitstoot van CO2 fors te verlagen. Dat gaat niet lukken, gaf het kabinet vrijdag toe; het neemt niet genoeg maatregelen om dat doel te halen. D66-leider Rob Jetten, die altijd heeft gezegd dat het kabinet dat vonnis moet uitvoeren, verdedigde die keuze door te wijzen op de grote stappen die het kabinet zet om de uitstoot van broeikasgas te verminderen in 2030. Minister Eric Wiebes (Klimaat, VVD) zei dat het streven nog steeds is om aan het vonnis te voldoen, maar „dat met rennen naar het 2020-doel niet het draagvlak voor het 2030-doel moet verdwijnen.”

Wensdenken

Jesse Klaver en Lodewijk Asscher hadden afgesproken samen op te trekken in het debat. Het kabinet heeft een van de twee partijen nodig om maatregelen uit het klimaatakkoord door de Eerste Kamer te krijgen. Samen maken ze meer kans wat voor elkaar te krijgen.

Klaver en Asscher wezen allebei op de vrijblijvendheid van het akkoord. Meer dan een jaar is er onderhandeld, door maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en de milieubeweging, maar handtekeningen zijn door die partijen nog niet gezet. Klaver: „Dit is geen akkoord, dit is een kabinetsreactie. Dit kan nog niet op breed draagvlak rekenen, hier in de Kamer, of bij maatschappelijke organisaties.” Asscher waarschuwde er niet op te rekenen dat de PvdA voor het akkoord zou stemmen. „De 250 pagina’s stralen wensdenken uit. Sommige voorstellen zijn boterzacht.”

Lees ook: Kabinet wil burger met klimaatplan vooral geruststellen

VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff was de enige fractievoorzitter van de coalitiepartijen die niet het woord voerde bij het debat. Zijn partijgenoot Dilan Yesilgöz-Zegerius mocht uitleggen waarom Dijkhoff zaterdag, een dag na de presentatie van het akkoord, al in het AD zei dat niet zeker is dat de VVD rekeningrijden steunt bij een volgende kabinetsformatie. Terwijl het kabinet vrijdag had aangekondigd de invoering van rekeningrijden in 2026 te onderzoeken én voor te bereiden.

Met die uitspraak van Dijkhoff komt het hele klimaatakkoord op losse schroeven te staan, vond Klaver: „De VVD doet alsof het akkoord dat er ligt vrijblijvend is. Dit staat symbool voor het klimaatbeleid van de afgelopen 30 jaar dat niet heeft gewerkt.”

Wiebes probeerde de oppositiepartijen weer bij het klimaatakkoord te betrekken door omstandig uit te leggen dat hun vingerafdrukken op het akkoord staan. Zonder de inbreng van GroenLinks was er geen CO2-belasting voor de industrie gekomen, zei Wiebes. Zonder de PvdA was er niet zoveel oog geweest voor banenverlies door het klimaatbeleid. En dankzij àlle oppositiepartijen gaat de belasting op de energierekening minder omhoog.

Namens het kabinet waren vijf bewindspersonen aanwezig: premier Mark Rutte (VVD), Wiebes, Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66), Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) en Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie). De Kamer had geen vragen aan Schouten, en ook Rutte kwam niet aan het woord.

Het meest benieuwd is de Kamer naar de plannen van Ollongren voor het verduurzamen en isoleren van huizen. In het najaar stuurt ze haar plan voor het warmtefonds naar de Kamer, beloofde Ollongren. Dat fonds leent geld aan huiseigenaren om hun huis te verduurzamen. Aan Asscher zegde Ollongren toe de huurwet aan te passen. Huurders die in slecht geïsoleerde huizen wonen, zouden recht moeten krijgen op een lagere huur. „Mensen moeten er niet van schrikken,” zei Ollongren over haar plannen.