Oad wil minister Bijleveld als getuige

Faillissement De oude eigenaars van Oad moeten van de rechter meer bewijs leveren om aan te tonen dat het faillissement in 2013 onnodig was.

De voormalige eigenaren van reisorganisatie Oad gaan huidig minister van Defensie Ank Bijleveld oproepen als getuige in hun rechtszaak tegen de Rabobank. De Utrechtse rechter droeg hun woensdag in een tussenvonnis op om meer bewijs te leveren over de rol van de Rabobank in het faillissement van het familiebedrijf in 2013. Oad wil behalve Bijleveld (CDA) ook Rabo-topman Jan van Nieuwenhuizen oproepen als getuige.

Tijdens de zitting vorige maand kwam Oad met een opvallende verklaring van Bijleveld. De politicus zou, in haar toenmalige rol als commissaris van de koning en bemiddelaar tussen Oad en Rabobank, een telefoongesprek hebben gehad met de Rabo-topman. In dat telefoongesprek zou Van Nieuwenhuizen duidelijk hebben gemaakt Oad extra tijd te geven om de onderhandelingen rond te krijgen.

Lees ook: Oad-familie daagt Rabobank voor rechter om ‘onnodig’ faillissement

De bank betwist de inhoud van het telefoongesprek. Van Nieuwenhuizen zou enkel hebben toegezegd het daaropvolgende weekend af te wachten. Van afwachten tot de deal rond was, zou volgens de bank geen sprake zijn geweest.

De vroegere eigenaren, de familie Ter Haar, beschouwen het tussenvonnis van de rechter als een kleine overwinning. „Als de rechtbank vond dat de Rabobank per definitie in haar gelijk stond dan had ze deze vervolgvragen niet gesteld. Er is dus blijkbaar gerede twijfel over de handelwijze van de bank”, laat Julius ter Haar via een woordvoerder weten.

Volgens de Oad-familie heeft de Rabobank in 2013 onterecht en te vroeg de financiering van het reisbedrijf stopgezet, en daarmee het faillissement van Oad veroorzaakt. De bank zou over voldoende zekerheden hebben beschikt. Bij het faillissement zes jaar geleden gingen 1.500 banen verloren en het zorgde volgens de familie voor een miljoenenschade.

Faillissement

Het ging al jaren slecht met Oad toen het bedrijf in september 2013 omviel. In het voorafgaande jaar eiste de Rabobank een kapitaalversterking van 10 miljoen euro. Nog één keer zou de bank helpen, daarna moest Oad het zelf doen.

Maar ook in 2013 komt het bedrijf van de familie Ter Haar in financiële problemen. Samen met de afdeling bijzonder beheer van de bank – bestemd voor zorgenkindjes – zoekt het bestuur naar een oplossing. Er wordt gesproken over verkoop van de bus-tak van het bedrijf en er vinden vergaande overnamegesprekken plaats met een groep Twentse investeerders. Ook de bank ziet de verkoop zitten, maar op één voorwaarde: de deal moet in drieënhalve dag worden beklonken en een liquiditeitsverbetering opleveren van 7,5 miljoen euro.

Bekijk welke spullen van OAD destijds werden geveild: Oad verkoopt alles, ook de potplanten

Onmogelijk, meent Oad. En dus vraagt het bedrijf op 24 september 2013 faillissement aan.

Wat volgt, is een lange periode van onzekerheid voor klanten en schuldeisers, maar vooral ook een periode van juridische gevechten. Die periode wordt nu door dit tussenvonnis verder verlengd.

Conflict met curatoren

In 2015 wees de rechtbank een eerdere vordering van de Oad-familie op de Rabobank af. Niet de familie, maar de curator zou schadevergoeding moeten claimen bij de bank, oordeelde de rechter.

Daarna raken ook de curatoren met de Rabobank in conflict, wanneer blijkt dat deze zich onterecht Oad-eigendommen heeft toegeëigend. De bank moet ruim 7 miljoen euro terugstorten in de boedel, maar de curatoren besluiten niet verder te procederen. In 2017 dragen ze hun vordering over aan een stichting in beheer van de familie Ter Haar, die de juridische procedures voortzet.

De Rabobank wilde niet op het vonnis reageren.