Opinie

Hongkong moet China geen alibi voor geweld geven

Protesten Zelfs in een democratie is het al moeilijk om via demonstraties iets te veranderen, laat staan in een dictatuur, schrijft . Toch is er in Hongkong een kleine kans.
De vlag van Hongkong in de Brits-koloniale tijd, door demonstranten opgehangen in de vergaderzaal van het regeringsgebouw bij hun bestorming op 1 juli
De vlag van Hongkong in de Brits-koloniale tijd, door demonstranten opgehangen in de vergaderzaal van het regeringsgebouw bij hun bestorming op 1 juli Foto Tyrone Siu/Reuters

Hongkong is geen Beijing, en 1 juli 2019 is geen 4 juni 1989. Ten eerste kwam het geweld in 1989 geheel van de kant van het Chinese regime; de demonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede, aanvankelijk georganiseerd door studenten aan de Peking Universiteit, waren wonderbaarlijk geweldloos gebleven. Dit gold ook voor de protesten in Hongkong, tot een aantal oververhitte demonstranten besloot met hamers en ijzeren staven het parlementsgebouw binnen te dringen.

Het doel van de demonstraties in Hongkong was in de eerste plaats om de regering te dwingen een wetsvoorstel om uitlevering van verdachten aan buitenlandse rechtbanken – dus ook die van China – niet alleen op te schorten, maar geheel terug te trekken. Maar het gaat om veel meer. In feite is het een wanhoopskreet tegen de dreigende wurggreep van de Chinese Volksrepubliek op de vrijere samenleving van Hongkong.

De ‘Tiananmen-protesten’ in 1989 waren begonnen met een petitie aan de regering om iets te doen aan officiële corruptie en meer ruimte te laten voor burgerrechten, rechten die de bewoners van het koloniale Hongkong toen allang hadden, zoals vrijheid van meningsuiting en onafhankelijke rechtspraak. Bij de overdracht van de Britse kroonkolonie aan China, in 1997, kregen Hongkongers de belofte dat zij die rechten konden behouden. Dit lijkt nu twijfelachtig.

Er zijn ook opmerkelijke overeenkomsten tussen 1989 en 2019. De protesten in Hongkong hebben net als die in Beijing destijds geen formele leiders. Dat is opzettelijk. Een protestbeweging is geen politieke partij met een duidelijke hiërarchie; daar zijn de protesteerders juist tegen. Een gevolg is dat meningsverschillen over de te volgen tactiek gemakkelijk uit de hand kunnen lopen.

Lees ook: De weerstand wordt grimmiger bij de protesten in Hongkong

Bittere einde

Toen het in de zomer van 1989 duidelijk werd dat het regime niet van plan was in te gaan op de eisen van de demonstranten en zelfs dreigde met geweld een einde te maken aan de protesten, vonden sommige mensen het verstandiger om maar naar huis te gaan en de strijd later te hervatten. Anderen wilden doorzetten tot het bittere einde. Als dat zou leiden tot een bloedige onderdrukking, dan zou de moorddadige grondslag van het communistische systeem tenminste voor iedereen duidelijk worden.

De doorzetters wonnen, ondanks de waarschuwingen van oudere activisten die al meer protesten hadden meegemaakt en wisten hoe hard het regime kon terugslaan. Zij maakten zich zorgen dat een te radicale koers de onderdrukking in China alleen maar erger zou maken. Helaas kregen zij gelijk.

Het is al moeilijk genoeg in een democratie om met straatprotesten iets te bereiken. In de jaren zestig waren er in de Verenigde Staten massale protesten tegen de oorlog in Vietnam. Maar aan dat zinloze, bloedige conflict kwam pas jaren later een einde. De Occupy Wall Street-demonstraties in 2011, waar jong en oud demonstreerden tegen economische ongelijkheid, waren hartverwarmend. Maar de kloof tussen arm en rijk is alleen maar wijder geworden.

Toch betekent de publieke opinie nog wel iets in een liberale democratie. Het duurt misschien even, maar uiteindelijk moet een regering luisteren, al is het alleen maar om te worden herkozen.

Gandhi geloofde dat vreedzaam protest tegen Hitler het beste was. Misschien niet zijn beste advies.

Gandhi was er zo van overtuigd dat vreedzame protesten de beste manier waren om officiële repressie tegen te gaan dat hij dit ook de aangewezen methode vond om Hitler te bestrijden; misschien niet zijn meest praktische advies. Wat kan werken in een democratie komt in een dictatuur meestal niet eens van de grond. India was een kolonie en geen democratie. Maar de ultieme macht over het Britse imperium was in handen van een democratisch gekozen regering in Londen, die aandacht moest besteden aan de opinie van haar eigen burgers, en dat had weer invloed op het koloniale beleid.

Hongkong is nooit een democratie geweest, maar de inwoners genoten bepaalde democratische rechten, zoals een relatief vrije pers. In wezen is de status van Hongkong nauwelijks veranderd sinds de overname door China op 1 juli 1997, een dag die officieel werd gevierd terwijl demonstranten het parlement bezetten. Hongkong is nog steeds een semi-autonome kolonie. Alleen is de koloniale macht nu een dictatuur die weinig op heeft met vrije media en onafhankelijke rechters, laat staan met demonstraties.

Lees ook: Zijn de activisten in Hongkong te ver gegaan?

Ergste belediging

In de zaal van het parlement werd door demonstranten de oude koloniale vlag van Hongkong gehesen. Een ergere belediging voor de regering in Bejing is haast niet denkbaar: liever de koloniale overheersing van blanke duivels dan onderwerping aan een regering die haar legitimiteit stoelt op nationalisme en volkse saamhorigheid.

De grote vraag is of methodes die kunnen werken in een democratie ook hier iets teweeg kunnen brengen. De regering van Hongkong heeft weinig speelruimte om tegemoet te komen aan de publieke opinie, ook al gaan bijna twee miljoen mensen – een kwart van de bevolking – de straat op. Hongkong wordt bestuurd door leiders die al door de Chinese regering zijn voorgeselecteerd. En de wensen van de huidige koloniale macht kunnen net zo min worden genegeerd als onder de Britten het geval was.

Toch is er een kleine kans dat protesten in Hongkong enig effect kunnen hebben. De Volksrepubliek wil wel enig respect genieten in de wereld. Als het Chinese Volksbevrijdingsleger met geweld de demonstraties in Hongkong de kop in zou drukken, krijgt het imago van China een flinke deuk. Wat niet wil zeggen dat dit niet kan gebeuren. En zakenbelangen zorgen meestal voor een rap geheugenverlies.

Maar om enig effect te hebben, moeten de protesten in Hongkong wel vreedzaam blijven. De meeste mensen in China, ook diegenen die weinig ophebben met het regime van Xi Jinping, hebben een afschuw van wanorde en geweld; daarvan hebben Chinezen in de laatste honderd jaar al te veel gezien. Als de protesten ontaarden in een chaos, dan verliezen de demonstranten alle sympathie in China en wordt het veel gemakkelijker voor de Chinese regering om er met zeer harde hand een eind aan te maken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.