Grapperhaus wil vaker en sneller DNA afnemen

De minister wil het verplicht kunnen stellen om mee te werken aan DNA-onderzoek. In uiterste gevallen ook voor mensen die nergens van verdacht worden.

DNA-onderzoek in een Haags laboratorium.
DNA-onderzoek in een Haags laboratorium. Foto Niels Wenstedt/ANP

Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) wil de regels voor het afnemen van DNA als opsporingsmiddel verruimen. Eén van de voorstellen die hij woensdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, is dat het mogelijk moet worden om in uiterste gevallen erfelijk materiaal af te nemen van mensen die niet verdacht worden van een misdrijf.

Dat zou mogelijk moeten worden als mensen weigeren mee te werken aan (grootschalig) DNA-onderzoek, zoals recent nog ingezet bij de zaak-Nicky Verstappen. Bij een „dringende noodzaak”, bijvoorbeeld als iemand als getuige in de buurt van een plaats delict is geweest, kan het afstaan van DNA verplicht worden. Er moet in zo’n geval wel sprake zijn van een zeer ernstig misdrijf.

Meer mogelijkheden om DNA van verdachten af te nemen – dat botst met de wet, de privacy en de capaciteit van het NFI (Nederlands Forensisch Instituut). Maar stapsgewijs gebeurt het al.

Het komt naar de zin van Grapperhaus nog te vaak voor dat bij verdachten geen DNA afgenomen kan worden. Bijvoorbeeld omdat ze geen vaste woon- of verblijfplaats hebben, of zich na een veroordeling niet meteen melden. De wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA-V) is, zoals de naam verraadt, nu alleen nog van toepassing op mensen die al voor een misdrijf veroordeeld zijn.

Privacy

De minister erkent in zijn Kamerbrief dat zo’n zware maatregel een inbreuk op privacy kan zijn. Daarom zou de politie DNA in dergelijke gevallen alleen mogen vergelijken met celmateriaal van een plaats delict. Wanneer dat geen match oplevert, moet het erfelijk materiaal van de persoon in kwestie vernietigd worden. Grapperhaus erkent in zijn brief dat 26.000 DNA-profielen die vernietigd hadden moeten worden, dat nog niet zijn.

Grapperhaus wil in elk geval vaker en sneller DNA-materiaal afnemen bij verdachten. Dat verhoogt volgens de minister de „pakkans”. In zijn voorstel krijgen opsporingsdiensten de bevoegdheid om celmateriaal af te nemen bij iedere verdachte die wordt aangehouden voor een misdrijf waar een celstraf van vier jaar of langer voor staat. Een tweede optie, is dat bij iédere verdachte celmateriaal wordt afgenomen - ongeacht waarvoor hij of zij is aangehouden. Een haalbaarheidsstudie moet uitwijzen welke van de twee aanpassingen van de wet het meest geschikt is.