Gemeente kiest voor AT5, geen rol voor C-Amsterdam

Lokale omroepen Tegen een eerder advies in kiest het Amsterdamse college toch voor AT5. De lokale omroep is niet de enige in de problemen.

AT5 deed maandag verslag van Keti Koti, de herdenking in Amsterdam van de slavernij.
AT5 deed maandag verslag van Keti Koti, de herdenking in Amsterdam van de slavernij. Foto AT5

AT5 blijft toch de stadszender van Amsterdam. Dat heeft het college van burgemeester en wethouders dinsdag besloten. Hiermee komt een einde aan een turbulente tijd waarin de positie van AT5 werd bedreigd door C-Amsterdam; een omroep in oprichting die beloofde de „pluriformiteit en diversiteit in de stad” beter tot zijn recht te laten komen in de tv-programma’s.

Een speciale adviescommissie had eerder haar enthousiaste voorkeur uitgesproken voor C-Amsterdam, waarna wethouder Touria Meliani (GroenLinks, Media) aandrong op samenwerking tussen AT5 en C-Amsterdam. De onderhandelingen hierover leidde volgens het college niet tot een werkbaar plan.

Het college vindt dat de lokale omroep POA (waaronder AT5 valt) bij nader inzien toch genoeg doet aan diversiteit; wellicht niet op AT5, maar wel op de open zenders van Salto, en op muziekzender FunX. Nieuwkomer C-Amsterdam – aanvankelijk nog geroemd om zijn frisse, sprankelende plannen – wordt nu weggezet als te weinig ervaren om „een grote media-organisatie” te leiden. AT5, die inwoont bij regiozender NH, had volgens de adviescommissie een bestuurlijke en financiële constructie die „te ingewikkeld en ondoorzichtig” zou zijn. Maar het college oordeelt nu dat de zender daar inmiddels voldoende aan heeft gesleuteld.

Overigens moet de gemeenteraad nog op 11 juli beslissen over de kwestie, en verleent het Commissariaat voor de Media uiteindelijk de uitzendconsessie, de vergunning voor het tijdvak 2019-2024. De gemeente betaalt jaarlijks 3,7 miljoen euro aan omroep POA, waarvan 2,8 miljoen voor AT5. Daarnaast verdient de zender zelf 2,7 miljoen, vooral aan reclame en sponsoring.

Het gekrakeel rond AT5 staat niet op zich. Overal staan lokale omroepen onder druk. De 230 lokale omroepen in Nederland leven samen van jaarlijks 10 miljoen euro, die het rijk via het Gemeentefonds ter beschikking stelt aan de gemeentes. Volgens de NLPO, koepelorganisatie van de lokale omroepen, is 10 miljoen veel te weinig. Omroepen als Regio8 (de Achterhoek) en ZuidWest (Bergen op Zoom en omstreken) dreigen het einde van het jaar niet te halen.

Reddingsplan

De Tweede Kamer heeft bij minister Slob (Media, Christenunie) aangedrongen op maatregelen. Omdat de lokale omroepen niet onder hem vallen, maar onder minister Ollogren (Binnenlandse Zaken, D66), hebben de ministers om advies gevraagd aan de Raad voor Cultuur en de Raad voor het Openbaar Bestuur. Die komen in september met een gezamenlijk advies.

De NLPO heeft al een reddingsplan klaar: de 230 omroepen samenvoegen tot tachtig streekomroepen; de financiering verhogen van 10 naar 30 miljoen; en deze voortaan rechtstreeks laten betalen door OCW, niet meer via de gemeentes. Omdat dit nogal een operatie is, steunt de Tweede Kamer een plan om eerst een tweejarig oefenproject te beginnen, met vijftien bestaande streekomroepen. Dat kost 11,2 miljoen euro.

Slob heeft hier onlangs geld voor uitgetrokken. Althans, hij schrijft in zijn mediabrief van 14 juni dat hij 15 miljoen euro, verdeeld over drie jaar, vrijmaakt voor niet nader uitgewerkte samenwerking tussen regionale- en lokale omroepen. De pilot met de streekomroepen moet hiervan deel uitmaken.