Opinie

Geen satire, maar pulp sans gêne

Joyce Roodnat Ze had er veel meer voor over, maar voor slechts éénvijftig vindt Joyce Roodnat Budd Schulbergs The Disenchanted. Pulp fiction is het, met een prachtig kaftje.

Joyce Roodnat

‘Hoeveel moet die kosten?” Ik vraag het zogenaamd ongeïnteresseerd. „Éénvijftig” zegt de tweedehandsboekenkoopman. „Doe maar”, zegt mijn pokerface (hij moest eens weten hoeveel ik ervoor over gehad zou hebben). En dan is de Bantam-pocket van mij. Uit 1952, The Disenchanted. Ik zal ’m lezen (het blijkt een fascinerende roman over het doorgezopen Hollywood in de jaren 20), maar daar ging het me niet om. Ik moest en zou dit boekje hebben vanwege de kaft met die tomeloze illustratie vol dronkenschap, jazz en dames. In het midden van het gewoel hangt een vrouw in een stoel. Haar roze cocktailjurk zakt af. In haar rechterhand bungelt een glas, haar linkerschoen schopte ze uit. Dit is prachtige pulp fiction uit een van de Amerikaanse hard-boiled uitgeefhuizen.

Zo maken ze ze niet meer.

Dacht ik.

Stephen Kings ‘The Colorado Kid’, met omslag van Paul Mann.

En dan loop ik aan tegen Stephen Kings The Colorado Kid. Een nieuwe uitgave van een intiem moordmysterie met een onrustige ontknoping dat al jaren niet meer in druk was. Maar ik tippel op het omslag. Dat knipoogt naar de lezer met de afbeelding van een sexy tiener die zich kapot schrikt omdat ze bij het joggen een lijk vindt, van wie alleen een grote dode hand te zien is. Het licht is koud en blauw. De zee beukt tegen de kliffen.

Dit is geen persiflage, geen satire, geen camp. Dit is pulp sans gêne en klassiek fascinerend. Voor dat omslag tekende Paul Mann – niemand kent zijn naam, iedereen kent de filmposters die hij al 40 jaar tekent, van Star Wars tot The Big Lebowski met als brandpunt de grijns van Jeff Bridges. Dat menigeen denkt dat de witte bikini van Ursula Andress in de James-Bondfilm Dr. No roze is, komt door de legendarische affiche van Paul Mann, hij gaf die bikini een blosje.

The Colorado Kid kwam vorige maand uit in de Hard Case Crime-reeks, en ze voegden er zelfs illustraties aan toe, een stuk of 15 potloodtekeningen van verschillende kunstenaars die je laten kijken zoals je deed toen je nog niet zelf kon lezen.

De Hard Case Crime-serie kende ik niet, en dat verheugt me, want nu heb ik al die boeken nog te gaan, met vergeten misdaadverhalen van gerenommeerde schrijvers, dood of levend. Natuurlijk zit James M. Cain erbij, maar ook de thrillers die Michael ‘Jurassic Park’ Crichton onder pseudoniem schreef. En deze maand komen ze met een novelle van Joyce Carol Oates. Hij heet The Triumph of the Spider Monkey, en ik watertand al bij het omslag, met een vrouw met slanke lange benen en een man met een slank lang mes.

Och, die kaftjes. Ze zijn heimelijke kunst van illustratoren met de durf van de kunstenaar en de ambachtelijkheid van de vakman. Ik wil ze hebben. Niet voor aan de muur, maar om te beduimelen.