DNA onthult gevreesde Filistijnen

Archeologie Het volk dat rond 1200 v.Chr. de streek bij het Israëlische Asjkelon binnenviel, kwam uit het westelijk Middellandse Zeegebied.

Soldaten van farao Ramses III richten een slachting aan onder de Zeevolken die de Egyptische delta zijn binnengevaren. Grafmonument te Medinet Haboe.
Soldaten van farao Ramses III richten een slachting aan onder de Zeevolken die de Egyptische delta zijn binnengevaren. Grafmonument te Medinet Haboe. Foto Getty

Ze kwamen uit de golven en zaaiden dood en verderf. Rond 1200 voor Christus werd het oostelijke Middellandse Zeegebied opgeschrikt door woeste krijgers die vanaf hun schepen aan land gingen en de ene na de andere overwinning behaalden. Deze aanvallers zijn de geschiedenis ingegaan als de Zeevolken, en ze worden medeverantwoordelijk gehouden voor de Bronze Age collapse. Tijdens deze ineenstorting verdwenen tal van eeuwenoude rijken van de kaart.

Historici en archeologen discussiëren al lang over wie deze piraten waren. Het was in ieder geval niet één volk, maar eerder een verzameling stammen die soms samen, dan weer onafhankelijk van elkaar opereerden – en ook wel over land kwamen. Als mogelijke plaatsen van herkomst gelden Italië en de eilanden daaromheen, het gebied rond de Egeïsche Zee en Anatolië. Een gebrek aan geschreven en archeologische bronnen verhindert het verkrijgen van beter inzicht.

Onderzoekers van het Max Planck Instituut in Jena zijn er nu voor het eerst in geslaagd met behulp van DNA stoffelijke resten te identificeren van mensen die behoorden tot één van de Zeevolken, de Filistijnen. Ze publiceerden hun ontdekking woensdag in Science Advances. De Filistijnen, bekend uit de Bijbel, blijken afkomstig uit het zuidwesten van Europa.

Genetische signatuur

De Israëlische havenstad Asjkelon ligt in het gebied dat rond 1200 v.Chr. in handen kwam van de Filistijnen. De Duitse archeologen vonden op een drietal oude begraafplaatsen rondom Asjkelon meer dan honderd skeletten, die ze onderzochten op de aanwezigheid van DNA-materiaal. Ze hadden succes bij slechts tien skeletten, waarvan ze via koolstofdatering de ouderdom vaststelden. De zes vrouwen en vier mannen leefden tussen 1750 en 1050 v.Chr. In deze periode vond de overgang van bronstijd naar ijzertijd plaats.

Het DNA van de oudste skeletten vertoont alleen overeenkomsten met andere bevolkingsgroepen die rond deze tijd verbleven in de Levant. Bij de mensen die leefden aan het eind van de bronstijd, toen de Filistijnen hier de scepter zwaaiden, is echter sprake van duidelijke invloeden van buitenaf. Het genetisch profiel van deze skeletten bevat DNA dat bekend is van vondsten van menselijke resten uit Kreta, Sardinië en het Iberisch Schiereiland. Hier hebben de onderzoekers bewijs in handen dat deze Filistijnen uit het westen van het Middellandse Zeegebied kwamen.

Een archeoloog legt het skelet bloot in een graf in Asjkelon. Foto Melissa Aja, Leon Levy Expedition to Ashkelon

Opvallend genoeg is er geen spoor van vreemde genen meer te bekennen in de overblijfselen van de mensen die twee eeuwen na de komst van de Zeevolken zijn overleden. Het lijkt erop, aldus de onderzoekers, dat de aanvallers zich dermate hebben vermengd met de lokale bevolking dat hun genetische signatuur verdwenen is. Maar de onderzochte groep skeletten is klein. Nieuwe vondsten zouden dit beeld nog kunnen bijstellen.

Iets van de paniek die er heerste in de Levant over de invasietroepen uit het westen is ons overgeleverd via een brief in spijkerschrift van koning Ammoerapi van Oegarit, een staat in het huidige Syrië, noordelijk dus van Asjkelon. De koning van Cyprus, met wie hij goede banden onderhield, had hem om hulp gevraagd bij het afslaan van een invasie. Helaas kon Ammoerapi geen steun bieden, omdat Oegarit zelf ook werd aangevallen. In een brief aan zijn vriend jammerde Ammoerapi: „Mijn vader, zie: de schepen van de vijand kwamen hier en verbrandden mijn steden, ze deden kwade dingen met mijn land.”

De hele Middellandse Zeekust had te maken met de mysterieuze aanvallers, en de landmacht en vloot van Oegarit waren al elders ingezet, schreef Ammoerapi. „Mijn eigen land is dus verlaten. Moge mijn vader het weten: de zeven schepen van de vijand kwamen hier en richtten veel schade aan.” Het kleitablet met spijkerschrift is bewaard gebleven omdat Ammoerapi het nooit verzond. Archeologen vonden de brief in de twintigste eeuw terug tussen de overblijfselen van de stad.

Grafmonument

Asjkelon bevond zich ten zuiden van dit drama, in het invloedsgebied van Egypte. Waar in de rest van Kanaän steden compleet in de as zijn gelegd door de Filistijnen, lijkt hier op een meer vreedzame wijze een andere cultuur ingang te hebben gevonden. Architectuur, aardewerk en ambachten ondergingen allerlei veranderingen, zonder dat daar de vernietiging aan vooraf ging van wat in Asjkelon al bestond. De archeologen die eerdere opgravingen deden, schreven in 2011 dat ze vermoedden dat de Filistijnen uit Myceens (Grieks) gebied kwamen. Het nieuwe onderzoek staaft die conclusie dus niet.

Gevonden stenen met daarop de naam van een farao lijken erop te wijzen dat Asjkelon bevolkt is door de Filistijnen na de dood van de grote Egyptische farao Ramses III. Dat is opvallend, omdat hij juist de man was die in 1177 v.Chr. de opmars van de Zeevolken tot staan bracht. We weten dit omdat hij op de muren van zijn grafmonument in Medinet Haboe een uitgebreid verslag heeft laten beitelen van deze overwinning. De Filistijnen heten hier de Peleset.

Hoewel Egypte na 1177 v.Chr. een periode van verval meemaakte, bleef het in ieder geval bestaan, in tegenstelling tot de Myceense beschaving (Griekenland), het rijk van de Hettieten (Turkije) en dat van de Babyloniërs (Irak). Deze staten gingen met veel geweld ten onder.

Aan het eind van de bronstijd vielen grote rijken uiteen

Eric H. Cline, hoogleraar oude geschiedenis en archeologie aan de universiteit van Washington, publiceerde met 1177 B.C. The Year Civilization Collapsed een goed ontvangen overzichtswerk over de ineenstorting aan het einde van de bronstijd. Cline stelt dat deze chaos niet alleen op het conto van de Zeevolken kan worden geschreven, zoals lange tijd gebeurde. Een ‘perfecte storm’ van klimaatverandering, interne onrust, verstoring van nauw verbonden handelsnetwerken én de komst van groepen migrerende Zeevolken zorgden voor grote maatschappelijke veranderingen in het Nabije Oosten. Zo klinkt het einde van de bronstijd ineens heel modern.