Destilleer hier maar eens een curriculum uit

Onderwijsvernieuwing Leraren, schoolleiders, besturen en ouders dachten vier jaar mee over een nieuw curriculum. Het resultaat? Pagina’s vol compromissen: meer én, én dan óf, óf.

Illustratie Pepijn Barnard

Hoe vat je op zestig pagina’s samen wat leerlingen op de basisschool en in de onderbouw van de middelbare school moeten weten? In een zaaltje in Vergadercentrum Domstad, vlakbij het Utrechtse Kanaleneiland, buigen vijf docenten Nederlands zich over deze monsterklus. Er hadden zich negen mensen aangemeld, maar „het is midden in de examenperiode”, merkt een docent op. „Konden jullie niet aan de minister vragen: ‘Arie, kan het wat later?’”

De vijf docenten gaan deze middag in gesprek met het ‘ontwikkelteam Nederlands’ dat het afgelopen jaar de kern van het vak moest formuleren. Het resultaat staat op de A3-vellen die voor ze liggen: „Leerlingen ervaren en verwerven inzicht in hoe taal in elkaar zit en werkt (taalbewustzijn)”, staat er bijvoorbeeld.

„Het is mooi opgeschreven”, reageert een docent Nederlands, „maar het is ook veel informatie. Alles lijkt op elkaar, het wordt een soort deken waar alles onder kan vallen.”

Een ander: „Kan het concreter? Je ziet her en der begrippen terugkomen, maar wat zijn nu de verschillen met het vakkenpakket dat er al was?”

„Het lijkt voor havo- en vwo-leerlingen geschreven”, zegt een docent die lesgeeft aan vmbo-kader. „Met literaire teksten hoef ik niet aan te komen; mijn leerlingen zitten meer op het niveau van groep 8.”

Curriculum.nu is een nationale brainstorm over vernieuwing van de vakinhoud van het primair en voortgezet onderwijs, waaraan 125 leraren en achttien schoolleiders het afgelopen jaar gewerkt hebben. Schoolbesturen en vakbonden coördineren het proces, aangezwengeld door voormalig staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD).

Nieuwe onderwijsdoelen zijn volgens de initiatiefnemers nodig omdat de huidige verouderd zijn, overladen en onsamenhangend. Zo krijgen leerlingen in de eerste klas soms weer dezelfde sommen als in groep 8. Een ‘doorlopende leerlijn’ moet dat voorkomen. Leerlingen moeten ook weten waarom ze iets leren.

Lees ook: De docent herkent zijn vak niet meer

Samenhangender onderwijs

Hoe ontwerp je zoiets? Er zijn negen leergebieden uitgewerkt, van ‘mens en natuur’ tot ‘gezondheid en sport’. Daaronder kunnen meerdere vakken vallen. ‘Ontwikkelteams’ van docenten, in samenwerking met ‘ontwikkelscholen’ en experts stellen per leergebied vast wat leerlingen moeten kennen en kunnen. De leergebieden hebben gemeenschappelijke thema’s zoals duurzaamheid, globalisering en technologie, geïnspireerd op de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties van 2015. Dat moet het onderwijs samenhangender maken.

Het brainstormen heeft tot nu toe vier jaar geduurd. Maatschappelijke organisaties, leraren en ouders konden via de website en ‘feedbackbijeenkomsten’ reageren. Op 11 augustus eindigt de vijfde en laatste inspraakronde, waarna het definitieve advies aan minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) wordt opgesteld. Uit de lijvige stukken moet vervolgens een lesprogramma worden gedestilleerd.

Dat wordt een heel karwei. De teksten zijn vaak compromissen, waar wensen van alle deelnemers in staan, meer én, én dan óf, óf. Veel modieus taalgebruik over ‘communicatie’, dat over tien jaar weer gedateerd kan aandoen. Er staan algemeenheden in, zoals bij Moderne Levende Talen: „De school is een oefenterrein voor het grensoverstijgend leren communiceren: het biedt contexten die de leerlingen uitdagen om hun persoonlijke grenzen te verleggen.”

Uit het conceptstuk Nederlands: leerlingen moeten „keuzes maken als het gaat om woordenschat, grammatica” om te leren „hoe vorm en betekenis samenhangen met het beeld en imago dat ze van zichzelf neerzetten”. De vage formuleringen maken het lastig om feedback te geven, zeggen docenten.

De Onderwijsraad stelde in zijn advies eind vorig jaar al vast dat deze curriculumherziening „te weinig scherpte en richting” heeft om in de les- en examenpraktijk om te zetten. Daar zou een permanente expertcommissie voor moeten worden opgericht.

Lees ook: Kritiek van Onderwijsraad op vernieuwingsproject onderwijs

De belangrijkste partijen, namelijk de vakverenigingen van leraren, hebben onlangs hun laatste inspraakmoment gebruikt. Hun reacties zijn gemengd. Sommige vakverenigingen willen dat er zo snel mogelijk een einde komt aan de curriculum.nu, andere zien er wel muziek in. Een aantal vakverenigingen was al met een curriculumherziening bezig of was daar net mee klaar. Curriculum.nu houdt dan alleen maar op.

Niet van voldoende niveau

Ebrina Smallegange, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Wiskundeleraren, denkt dat er na het verschijnen van het eindrapport nog heel wat aanpassingen nodig zijn. Ton van der Schans, voorzitter van de Vereniging van Docenten Geschiedenis en Staatsinrichting vindt de voorstellen van het team Mens en Maatschappij „niet van voldoende niveau om de volgende stap te zetten”.

Huib van Drooge van de Nederlandse Vereniging voor Onderwijs in de Natuurwetenschappen en Yvonne Lebbink van de Vereniging voor Onderwijs in Kunst en Cultuur zijn enthousiast over de manier waarop hun vakverenigingen bij de ontwikkeling werden betrokken.

Ondanks alle inspanningen weten de meeste leraren niet wat er gaande is. Ze hebben het druk: er is een groot lerarentekort. En het doorploegen van soms wollige teksten kost tijd. In verscheidene plaatsen in het land organiseerden leraren onder de naam #boerenverstand daarom bijeenkomsten om samen de vraagformulieren van curriculum.nu kritisch in te vullen.

Lees ook het blog: Weinig inbreng van leraren in een nieuw schoolcurriculum

Charlotte Goulmy, lerares Frans die een bijeenkomst in Deventer organiseerde: „Inhoudelijk reageren is lastig met dergelijke sturende vragen.” Er wordt bijvoorbeeld gevraagd: ‘Vindt u dat de bouwstenen over creatieve vormen van taal nog passender zouden kunnen worden uitgewerkt? Zo ja, hoe?’

Curriculum.nu heeft altijd geworsteld met het werven van steun onder leraren. De in 2016 op gepresenteerde van de eerdere versie, Platform 2032, kregen veel kritiek in de Tweede Kamer: leraren waren er te weinig bij betrokken en zagen het niet zitten. De herziening was meer op vaardigheden en onderzoekend leren dan op kennis gericht en was niet wetenschappelijk onderbouwd.

Er werden moties aangenomen tegen onder meer vakoverstijgend leren. Het opgenomen onderdeel persoonsvorming moest worden geschrapt. De vernieuwers moesten niet gaan voorschrijven hoe ze les moesten geven door bijvoorbeeld als coach op te treden en de leerling zelf te laten onderzoeken. Toch staan volgens critici nog steeds passages de voorstellen die een lesmethode aanbevelen.

Extra inspraakronde

De indeling van een aantal leergebieden bleef vakoverstijgend. Bij Mens en Maatschappij zitten aardrijkskunde, economie, geschiedenis en maatschappijleer bij elkaar en het team zocht naar gemeenschappelijke noemers. Slob heeft deze week aangekondigd het voor leraren makkelijker te maken een bevoegdheid in meerdere vakken te krijgen.

Tijdens een bijeenkomst met de bonden en schoolbesturen vorig jaar 9 oktober zei minister Slob dat hij het als zijn rol zag „om politiek te staan voor de opbrengsten’’. Toen dacht men al afgelopen april klaar te zijn, maar inmiddels is er een extra inspraakronde ingelast waarna het voorstel in de herfst pas wordt gepresenteerd.

Als de Kamer zijn inbreng heeft gehad, moeten er grenzen worden gesteld aan de overladen waslijst van ambities in curriculum.nu. De onderwijshervorming geldt voor het verplichte onderdeel van slechts 70 procent van de lestijd, de andere 30 procent is vrij.

En dan moet wegens de overbelasting van leraren misschien het hoge wekelijkse aantal lesuren worden verminderd. „Ergens moet er ook wat van af en je weet nooit hoe dat afloopt”, concludeert leraar aardrijkskunde Bart Vermeulen, secretaris van het Platform Vakverenigingen Voortgezet Onderwijs.

Ook de docenten die in Utrecht brainstormen over Nederlands vragen zich af wat er van hun advies over zal blijven. Het wordt vooral spannend hoe uitgevers van schoolboeken en docenten met de teksten aan de slag gaan. „Sommige docenten durf je niet zonder methodeboek de klas in te laten gaan of maken zich er met een abc-toetsje ‘meertaligheid’ vanaf. Anderen maken er altijd al wat van”, zegt een van de docenten. „Als er niet in docenten en methodes geïnvesteerd wordt, verandert er niets.”

Correctie (4 juli 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Ton van der Schans voorzitter is van de Vereniging van Docenten Geschiedenis en Maatschappijleer. Dat is onjuist: hij is voorzitter van de Vereniging van Docenten Geschiedenis en Staatsinrichting. Hierboven is dat aangepast.