Clubje centrale bankiers krijgt baas van buiten

Nieuwe ECB-president Christine Lagarde wordt niet alleen de eerste vrouw aan de top van de Europese Centrale Bank. Ze wordt ook de eerste president zonder ervaring bij een centrale bank. Haar gezag zal de jurist op een andere manier moeten verwerven.

Met Christine Lagarde, hier als IMF-baas op de G20 in Japan, krijgt de ECB een voorzitter die noch centrale bankier, noch econoom noch man is.
Met Christine Lagarde, hier als IMF-baas op de G20 in Japan, krijgt de ECB een voorzitter die noch centrale bankier, noch econoom noch man is. Foto Kim Kyung Hoon / REUTERS

In de bestuurskamer van de Europese Centrale Bank in Frankfurt hangt een clubsfeertje. Wanneer de centrale bankiers vergaderen, spreken ze dezelfde taal, die van „monetaire transmissie”, „potentiële groei” en „Philipscurves”. Technische termen waarmee de ene centrale bankier de andere herkent of kan aftroeven. De ECB-bestuursleden zijn bijna allemaal economen, soms met dissertatie op zak, zoals het Nederlandse bestuurslid Klaas Knot. De allerslimste econoom van het stel is Mario Draghi, de huidige ECB-president, die promoveerde aan het Amerikaanse topinstituut MIT.

Dit clubje, van vooral mannen, krijgt nu voor het eerst in de nog jonge geschiedenis van de ECB een voorzitter die centrale bankier noch econoom noch man is: de Française Christine Lagarde, huidig voorzitter van het Internationaal Monetair Fonds. Lagarde werd dinsdag door de EU-leiders voorgedragen als opvolger van de Italiaan Draghi, wiens termijn op 31 oktober afloopt.

De jurist en politicoloog Lagarde (63) was voordat ze IMF-baas werd minister van Financiën van Frankrijk en daarvoor advocaat en topvrouw bij de Amerikaanse firma Baker McKenzie. Iemand zonder centrale bankierservaring aan het roer van een grote centrale bank – kan dat wel? In Washington zullen ze die vraag met ‘ja’ beantwoorden, want ook de chef van de Federal Reserve, Jerome Powell, is jurist en maakte carrière in de advocatuur en in de politiek. Maar in Frankfurt zal het even wennen zijn.

Lees meer over de politisering van de ECB: De euro, een politiek feestje, dus... Lagarde

Netwerker

De ECB hecht sterk aan haar onafhankelijkheid van de politiek. Dat is een principe dat in het EU-verdrag staat en voortkomt uit de filosofie van de Duitse Bundesbank: politici dienen zich verre te houden van het monetair beleid. Maar straks heeft de ECB een president én een vice-president uit de wereld van de politiek. De nummer twee van de ECB is namelijk Luis de Guindos, oud-minister van Economische Zaken van Spanje.

De benoeming van De Guindos vorig jaar zorgde al voor scheve ogen in de ECB-toren. En ook Lagarde zal haar gezag moeten bevechten in het centrale bankiersclubje. Niet dat ze nooit nadacht over monetair beleid – ze speechte er de voorbije jaren regelmatig over – maar natuurlijk gezag heeft ze op dit vlak niet.

Draghi ontleent veel van zijn autoriteit binnen het 25-koppige ECB-bestuur aan zijn gedetailleerde kennis, niet in de laatste plaats over de werking van financiële markten. Lagarde daarentegen zal het, vooral in het begin, moeten hebben van haar capaciteiten als internationaal topbestuurder en netwerker. Ook communiceert ze doorgaans goed – geen onbelangrijke vaardigheid bij een centrale bank.

Maar voor de economische onderbouwing van monetaire besluiten zal ze, meer dan Draghi, moeten steunen op de recent benoemde hoofdeconoom van de ECB Philip Lane, een Ier die veel aanzien geniet. En op andere sterke monetaire economen die rondlopen bij de ECB, zoals de topambtenaren Frank Smets (België) en Massimo Rostagno (Italië).

Eigen stempel?

Dat zijn allemaal wel vertrouwelingen van Draghi. De vraag is hoe snel Lagarde een eigen stempel op de bank zal drukken, die de voorbije jaren sterk werd gedomineerd door Draghi en zijn „whatever it takes”. Met die woorden kondigde de Italiaan in 2012 aan alles te zullen doen om de euro te redden. Vanaf 2015 volgde een even massaal als omstreden programma om de inflatie op te krikken, door de opkoop van staats- en bedrijfsleningen. De ECB kocht leningen voor ruim 2.500 miljard euro. Het geld dat de ECB daarvoor betaalde, stroomde de financiële markten in, zonder dat het ECB-inflatiedoel van krap 2 procent is bereikt.

De opkoopstrategie, die van onder meer de Fed was afgekeken, zorgde voor grote, openlijke verdeeldheid binnen het ECB-bestuur. Knot en zijn Duitse collega Jens Weidmann keerden zich tegen Draghi’s beleid. Bij De Nederlandsche Bank en bij de Bundesbank klonk nogal eens de klacht dat Draghi zich niets van afwijkende meningen aantrok en binnen het bestuur meerderheidsbesluiten forceerde. Draghi’s voorgangers Wim Duisenberg en Jean-Claude Trichet hadden juist verbinding en consensus nagestreefd.

Een grote test voor Lagarde zou een volgende crisis in de eurozone zijn. Vooral een schuldencrisis in Italië is goed denkbaar

Zal er onder Lagarde iets van die consensussfeer kunnen terugkeren? Haar diplomatieke ervaring als chef van een organisatie van 189 lidstaten, het IMF, zal haar goed van pas komen. Maar inhoudelijk zal het lastig zijn de eenheid in Frankfurt te bewaren. De ECB staat de komende jaren voor grote vragen. Moet er een nieuw opkoopprogramma komen nu de inflatie zo laag blijft, zoals Draghi in zijn nadagen lijkt te willen? Moet de ECB aandelen gaan kopen, zoals de Bank van Japan? Of moet de hele strategie van de ECB eens tegen het licht worden gehouden, zoals sommigen, onder wie het Finse ECB-bestuurslid Olli Rehn, bepleiten?

Beleggers gaan er vooralsnog vanuit dat Lagarde Draghi’s lijn zal voortzetten. Obligatierentes daalden woensdag – een teken dat beleggers verwachten dat de ECB verder de geldkraan open zal zetten. Daar zijn ook wel aanwijzingen voor. Lagarde heeft Draghi’s beleid enkele malen publiekelijk gesteund, zoals in een speech in 2016, toen ze zijn opkoopprogramma prees.

Volgende eurocrisis

Een grote test voor Lagarde zou een volgende crisis in de eurozone zijn. Tijdens haar achtjarige ambtstermijn bij de ECB is vooral een staatsschuldencrisis in Italië goed denkbaar. In dat geval zal de ECB, net als bij de Griekse crisis, samen met de regeringen van de eurolanden en met Brussel moeten optrekken om een crisis te bezweren – al dan niet samen met Lagardes voormalige werkgever, het IMF. Dan kunnen Lagardes contacten en ervaring goed van pas komen. Tegelijk zal dan vooral in Duitsland en Nederland scherp worden opgelet of Lagarde haar vroegere politieke pet niet te veel ophoudt – en of de ECB dan nog iets van haar autonomie als centrale bank zal behouden.

Redenen te over voor noordelijke eurolanden om een sterke vinger in de pap te willen houden bij de ECB. Zuidelijke landen blijven de topposities bij de ECB bezetten. Na de Fransman Trichet kwam de Italiaan Draghi – en nu de Française Lagarde, gesecondeerd door de Spanjaard De Guindos. De chef bankentoezicht bij de ECB is een Italiaan, Andrea Enria.

Lees ook: Alweer een Italiaan bij de ECB, nu voor de banken

Eind dit jaar komt nog een functie vrij in de directie: die van de Fransman Benoit Coeuré. Zou dat een kans zijn voor Klaas Knot? Nederland is, anders dan Duitsland, niet optimaal beloond in de Brusselse banencarrousel. Maar Knot heeft net een andere topfunctie gekregen: die van vicevoorzitter van de Raad voor Financiële Stabiliteit (FSB), in Bazel. In 2021 wordt Knot automatisch voorzitter van dit orgaan. Onwaarschijnlijk is dat hij die functie zomaar opgeeft.