Waarom Yarden klanten kort op hun uitvaart

Verzekeraar Klanten van uitvaartverzekeraar Yarden moeten gaan bijbetalen voor hun uitvaart. Het is een raadsel waarom het bedrijf nu pas in actie komt.

Zo’n 380.000 polishouders van Yarden moeten nu alsnog bijbetalen om hun uitvaart geheel vergoed te krijgen.
Zo’n 380.000 polishouders van Yarden moeten nu alsnog bijbetalen om hun uitvaart geheel vergoed te krijgen. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Een polis die de uitvaart geheel dekt. Zo’n 380.000 klanten van uitvaartverzekeraar Yarden dachten dat ze juist dat geregeld hadden toen ze, vaak jaren geleden, hun uitvaartpolis afsloten. De hele uitvaart, van kist tot cake, zou in geval van overlijden betaald worden door de verzekeraar.

Tot dinsdag. Toen viel er een brief bij hen op de deurmat: komende kostenstijgingen van de uitvaart vanaf 2020 zijn niet meer voor rekening van Yarden, maar voor die van de polishouders of hun nabestaanden.

De brief is het resultaat van overleg tussen toezichthouder De Nederlandsche Bank en Yarden. Het bedrijf was de afgelopen maanden in grote problemen gekomen, waardoor de solvabiliteit tot verder onder het geëiste minimum van 100 procent gezakt was. De solvabiliteitsratio is een maatstaf die aangeeft in hoeverre een verzekeraar in de toekomst in staat is aan zijn verplichtingen te voldoen. Bij Yarden was die in 2018 gedaald van 120 procent naar een schamele 26 procent. Reden voor DNB om een herstelplan te eisen van de verzekeraar.

Voor klanten betekent de aanpassing dat ze zelf opnieuw moeten rekenen: versober ik mijn uitvaart, stort ik bij, zeg ik mijn polis op of spaar ik zelf voor extra kosten?

Vreemd genoeg zijn de problemen niet van recente datum. Het betreft polissen die veelal begin deze eeuw zijn afgesloten bij rechtsvoorgangers van Yarden (met name bij de Arbeiders Vereeniging Voor Lijkverbranding), en die in 2007 al onderwerp van discussie waren binnen Yarden. Deze polissen, de zogenoemde pakketpolissen, dekten alle kosten van de uitvaart. Yarden ging er tot dit jaar van uit dat ze de pakketpolissen hadden omgezet in zogenoemde sommenpolissen, die bij overlijden een vast bedrag uitkeren, ongeacht de totale kosten van de uitvaart. De omzetting zou nodig zijn vanwege grote onzekerheid voor de verzekeraar over de exacte kosten op het moment van overlijden, en het steeds duurder worden van uitvaarten (die kosten nu gemiddeld 7.500 euro, berekende de Consumentenbond). Ook stond in de voorwaarden dat verzekerden na hun 65ste geen premie meer hoefden te betalen. Het lukte Yarden niet de kostenstijging met beleggingen te compenseren.

In een update over de solvabiliteit meldde Yarden vorige maand dat het bedrijf er medio augustus 2018 achter is gekomen, dat die omzetting in 2007 niet conform de regels heeft plaatsgevonden. Dat betekende dat de verzekeraar nog steeds grote onvoorziene kosten zou moeten betalen in geval van overlijden van de pakketpolishouders.

Yarden heeft daarom „haar inzicht in de waardering van de desbetreffende polissen moeten wijzigen”, aldus het bedrijf. Concreet betekende dit dat er nog eens 90 miljoen euro aan voorzieningen opgenomen moest worden, bovenop de al eerder gereserveerde 50 miljoen euro. Dat veroorzaakte de klap in de solvabiliteitsratio.

Coulance

Het blijft vooralsnog een raadsel waarom Yarden nu pas in actie komt. Al jaren geleden blokkeerde het financiële klachteninstituut Kifid de in 2007 gewenste omzetting van de pakketpolissen. Sindsdien voerde Yarden op advies van het Kifid een zogenoemde coulanceregeling, maar daar wilde het bedrijf na tien jaar vanaf. Een nieuwe poging om de polissen om te zetten in sommenpolissen laat Yarden nu achterwege. In plaats daarvan wijzigt het bedrijf de voorwaarden van de pakketpolis. Alle kostenstijgingen na 1 januari 2020 , komen voor rekening van de polishouders.

Door deze oplossing stijgt de solvabiliteitsratio van de verzekeraar weer fors, naar 120 tot 130 procent volgens Yarden zelf. Ter vergelijking: die van uitvaartverzekeraars als Monuta of Dela zijn respectievelijk 160 en 373 procent.

Voor klanten van Yarden betekent de aanpassing dat ze zelf opnieuw moeten gaan rekenen: versober ik mijn uitvaart, stort ik bij, zeg ik mijn polis op en krijg ik nu een bedrag uitgekeerd of spaar ik zelf voor extra kosten. Daarbij geldt dat hoe langer iemand nog leeft, des te hoger de eigen kosten van de uitvaart zullen zijn. Immers: inflatie en stijgende kosten lopen vanaf 2020 elk jaar verder op. Te betalen door de nog maar deels verzekerde welteverstaan. Het lijkt erop dat Yarden daarmee het zo beruchte ‘langlevenrisico’, waar veel verzekeraars mee worstelen, voor een deel heeft afgewenteld op de verzekerden.

Juridisch lijkt Yarden deze keer, anders dan in 2007, sterk te staan. Het wijzigen van de polisvoorwaarden is in voorkomende gevallen toegestaan, het volledig omzetten van de ene polis naar een andere was dat niet.

Overname

Met het ‘oplossen’ van het solvabiliteitsprobleem lijkt Yarden klaar voor een overname door een branchegenoot of door een private-equitybedrijf. Het Financieele Dagblad schreef in april al over interesse van verzekeraar ASR en concurrent Dela, en noemde toen ook private-equitybedrijf TPG als kandidaat. Destijds haakten die nog af vanwege het pakketpolissendossier.

Juist deze week zei DNB-directeur Olaf Sleijpen in diezelfde krant dat wat de toezichthouder betreft private equity welkom is op de markt voor verzekeraars. Hij had het vooral over levensverzekeraars, maar de verzekeraars van de dood zijn zeker ook in beeld.