Xavier Niel: „In alle landen heb je topscholen en dat is prima. Maar in een wereld die verandert, moeten we niet allemaal uit hetzelfde hout gesneden zijn.”

Foto Christophe Morin / Bloomberg

Franse ‘Steve Jobs’: ‘Wie programmeert, kan slagen in het leven’

Interview | Telecomondernemer Xavier Niel Techmiljardair Xavier Niel is de grote inspirator achter de dinsdag geopende gratis programmeerschool Codam in Amsterdam. „Met dit soort projecten probeer ik iets terug te doen.”

Hij is een van de meest succesvolle Franse ondernemers van de laatste jaren. Druk, druk, veel onderweg. Maar als hij een kwartiertje te laat op de afspraak verschijnt, houdt hij niet op zich omstandig te verontschuldigen. Hij giechelt tijdens het gesprek, lacht bijkans verlegen wanneer hem om een mening wordt gevraagd. En als de interviewer spreekt over zijn „zakelijke imperium” slaakt hij een verschrikte kreet. Valt allemaal reuze mee natuurlijk.

Maar in tien jaar tijd zette Xavier Niel (51) de Franse telecomwereld op zijn kop. Nadat hij in 1994 met Worldnet al de eerste commerciële internetprovider van het land had opgezet, ontwikkelde hij in 2002 de zogenoemde Freebox: een (toen) revolutionair kastje met internet, televisie en telefoon ineen. In 2007 begon hij de mobiele aanbieder Free. Die dwong met maandabonnementen vanaf 2 euro alle gevestigde bedrijven de prijzen zo te verlagen dat de Franse tarieven nu tot de laagste in Europa horen. Niel had, aldus een Franse oppositiepoliticus destijds, zo meer voor de koopkracht van de Fransen gedaan dan president Sarkozy in vijf jaar.

Met een persoonlijk vermogen dat volgens zakenblad Challenges op zo’n 7 miljard euro ligt, is de ‘Franse Steve Jobs’, zoals hij soms genoemd wordt, nu een van de grootste investeerders in de bloeiende techsector van het land. In een oude hal bij Gare d’Austerlitz in Parijs begon hij twee jaar terug de grootste start-upcampus in de wereld, Station F. En eerder al, in 2013, opende hij de gratis programmeerschool 42, waar jongeren zonder vooropleiding en zonder docenten elkaar computertaal leren schrijven. Die school, of eigenlijk de verbreiding van dat model over de wereld, is de aanleiding voor het gesprek. Want dinsdag werd in Amsterdam de op 42 gebaseerde ‘codeerschool’ Codam officieel geopend, in het bijzijn van Niel. De school is een initiatief van Corinne Vigreux, medeoprichter van TomTom. Na 5.000 vooraanmeldingen sinds april 2018 zijn op het Marineterrein nu 96 studenten actief. De school, die op de website een „100% baangarantie” belooft, werkt met hetzelfde curriculum en volgens dezelfde principes als 42.

Programmeurs tekort

Dat Niel destijds zíjn school in Parijs begon, was louter „altruïsme”, zegt hij. („Xaviers bankpas is ons businessmodel”, zei een medewerker van de school eens.) Maar het was ook noodzaak. „Ik constateerde dat er een groot tekort aan getalenteerde programmeurs was, aan mensen die software maken.” Niet alleen in Frankrijk, maar overal in Europa. „In de Verenigde Staten zijn de meeste succesvolle techbedrijven opgebouwd door mensen die wisten hoe ze software moesten schrijven: Zuckerberg schreef zijn eigen code en voor de oprichters van Snapchat, Google of eBay geldt hetzelfde. Mensen die coderen, creëren nieuwe bedrijven. Hoe meer programmeurs je hebt, hoe meer start-ups je krijgt en hoe meer het digitale ecosysteem zich ontwikkelt. Je hebt nooit genoeg talent.”

Hij spreekt uit ervaring. In een land waarin de meeste grote bedrijven worden geleid door bazen die opgroeiden met een zilveren lepel in de mond of studeerden aan een van de prestigieuze grandes écoles (of allebei), is Niel voor alles een selfmade man. Een buitenbeentje ook. Steevast zonder stropdas, deze maandagochtend ongeschoren en met lak aan de in Franse elitekringen gangbare omgangsvormen. Hij tutoyeert snel en blijkt brutale e-mails van een journalist die hij nooit eerder heeft gesproken gewoon zelf te beantwoorden. Een interview? „Ok :)”, schreef hij. Lachend tijdens het gesprek: „Is het echt zo dat andere grote bazen niet rechtstreeks e-mails antwoorden? Dat leren ze dan waarschijnlijk op die grandes écoles.”

De meeste succesvolle techbedrijven in de VS zijn opgebouwd door mensen die wisten hoe je software schrijft

Zijn biografie leest als een Amerikaanse droom met een paar typisch Franse accenten. Hij groeide op in de Parijse banlieue, was veertien toen hij van zijn vader een Sinclair ZX 81 cadeau kreeg. Op die home computer leerde hij programmeren. Op zijn achttiende stopte hij met school en stortte zich volledig op de Franse voorloper van het internet: Minitel. Meer specifiek: op de erotische diensten van Minitel Rose. Toen hij later mede-eigenaar van het deftige dagblad Le Monde wilde worden, keerde dat zich nog tegen hem: Sarkozy, nochtans geen vriend van de krant, zou hebben geprobeerd een overname door de „peepshowman” te voorkomen. Op zijn 24ste was Niel miljonair.

„Om te kunnen programmeren is het niet per se nodig heel veel andere dingen te kunnen”, zegt hij in een riante vergaderzaal van Iliad, het moederbedrijf van het inmiddels in zo’n twintig landen actieve Free. Rechts heeft hij vanuit het raam uitzicht op de Sacré-Coeur en het dak van de Opéra. Links de glazen torens van het moderne Frankrijk in La Défense. „Als je weinig opleiding hebt en je kunt programmeren, dan kun je toch slagen in het leven.”

Xavier Niel (midden, met bril) dinsdag bij de opening van de programmeerschool Codam in Amsterdam.Foto David van Dam

Informaticataal is ook een taal

Dat was het uitgangspunt van de school 42: met „peer-to-peer learning” leren studenten niet alleen elkaar opdrachten uit te voeren, maar beoordelen ze ook elkaar. „Je leert je moedertaal door te spreken met je ouders, je familie. Dat is de meest natuurlijke manier van leren. Een informaticataal is een taal als alle andere, daarvoor moet je dus dezelfde methoden gebruiken.”

Vooropleiding is niet nodig: „We testen leerlingen om te zien of ze gemotiveerd zijn en of ze geleerd hebben logisch na te denken. Dat betekent niet dat je goed in wiskunde moet zijn. Maar als je een huis bouwt, moet je bedenken dat je het dak pas aan het eind doet en begint met de fundering.”

Waarom doet u dit eigenlijk? Is onderwijs geen taak van de overheid?

„De staat heeft een hoop andere dingen te doen, toch? De samenleving moet niet permanent denken dat het aan de overheid is om alles te organiseren. Soms moet je zelf initiatieven nemen. Als de overheid hiervoor verantwoordelijk was geweest, dan was deze school niet in 2013 tot stand gekomen. De staat doet veel dingen goed, maar de société civile heeft op dit terrein misschien net iets meer verbeeldingskracht.”

Dan, lachend: „Het is sociaal ook best lastig voor de staat, met een miljoen docenten op de loonlijst, om een school zonder docenten te promoten.”

Maar waarom u?

„Er zijn weinig landen in de wereld waarin je geboren kunt worden in een volkswijk en uiteindelijk sociaal succes kunt hebben en ongelooflijk veel geld kunt verdienen. In Frankrijk kan dat wel, ik ben het bewijs. Onze sociale lift is niet perfect, maar functioneert nog wel. Ik hou enorm van dit land, in Frankrijk is heel veel mogelijk. Dit land heeft me een kans gegeven. Met projecten als 42 of Station F probeer ik iets terug te doen, te helpen.”

Welke kans dan? U deed juist niet de geijkte Franse topopleidingen.

„Nee, daar had ik niet de juiste kwalificaties voor. Mijn idee is natuurlijk ook om te laten zien dat er andere paden bestaan die je kunt bewandelen. Je kunt op school een totale mislukking zijn geweest, vanaf je twaalfde thuis zitten, maar als je kunt programmeren, dan leert 42 je een vak en twee, drie jaar later heb je gegarandeerd een baan. In alle landen heb je topscholen en dat is prima. Maar in een wereld die verandert, moeten we niet allemaal uit hetzelfde hout gesneden zijn. Je hebt ook mensen nodig die naar het bedrijfsleven of naar ondernemerschap gaan zonder al te veel achtergrond. Dat brengt ons land vooruit.”

Mensen noemen u soms een on-Franse ondernemer.

„Het woord entrepreneur is Frans. Dus ergens in ons dna moeten we die ondernemersgeest hebben. Waar precies, dat weet ik niet. Maar laten we wel wezen: ik ben Frans, ik ken het buitenland niet goed en mensen lachen me altijd uit als ik Engels spreek. Dus ja, ik heb een typisch Frans pad gevolgd. Ik weet dat het niet strookt met het beeld dat sommige mensen van dit land hebben, maar neem van mij aan: in Frankrijk is het heel goed zaken doen.”

U bent ooit begonnen op het zeer Franse proto-internet Minitel. Heeft Frankrijk die voorsprong verloren?

„Het gaat met ups and downs: dan lopen we weer voor, dan lopen we weer achter. Dat past bij ons. Met Minitel zag je destijds in Frankrijk wat vijftien jaar later met internet gebeurde: met weinig middelen had je de mogelijkheid een bedrijfje te beginnen. Dat was voor tientallen jonge Fransen, onder wie ik dus, een kans. Door Minitel hebben we mogelijk enige vertraging opgelopen met het internet. Maar nu gaat het in Frankrijk vergeleken met de rest van Europa erg goed met het ondernemerschap. We waren een paar jaar terug nog nergens, nu zitten we met investeringen op het niveau van Berlijn en Londen en in de komende maanden gaan we ze voorbij.”

Hoe komt dat?

„Al onder [president] François Hollande zijn er veel initiatieven geweest om de start-upsector te ontwikkelen. En nu hebben we een president die erg uitstraalt dat hij voor ondernemerschap is. Dat is goed.”

Frankrijk kent een paar unicorns (eenhoorns), zegt hij, bedrijven die een marktwaarde van 1 miljard of meer hebben. Autodeeldienst Blablacar, medische afsprakendienst Doctoblib of bijvoorbeeld muziekdienst Deezer zijn de bekendste. „Maar die zijn nog relatief klein”, vindt Niel. „De eerste decacorn, met een waarde van 10 miljard, moet nog komen. En die komt er, daar ben ik van overtuigd.”

Macron zei ooit dat jonge Fransen miljardair moeten willen worden. Dat werd een groot schandaal.

„Ja, maar hij is toch als president gekozen. Je ziet: het is allemaal niet zo zwart-wit in Frankrijk.”

Lees meer over École 42: Zonder leraren en roosters leren programmeren