Voorspelbare vastheid is op dit WK het wapen van Oranje

WK voetbal Nederland treft woensdag in de halve finale Zweden. Dat gold voor voetbalsters die prof wilden worden, lang als het beloofde land.

De Nederlandse voetbalsters tijdens een van hun afsluitende trainingen voor de halve finale in Lyon van woensdag.
De Nederlandse voetbalsters tijdens een van hun afsluitende trainingen voor de halve finale in Lyon van woensdag. Foto Franck Fife/AFP

Het mag dan een historische wedstrijd zijn, Vivianne Miedema en Jill Roord zullen net als anders exact vijftig minuten voor de aftrap samen lachend het Parc Olympique Lyonnais betreden. Zoals alles vastligt in de warming-up van Oranje. Wat basale techniekoefeningen. De verdedigers en Sherida Spitse passen en trappen, de aanvallers zetten voor en ronden af. Op een nauwkeurig uitgemeten veldje en met altijd dezelfde verdeling van de hesjes doen de basisspeelsters een positiespelletje. Nog een paar felle sprintjes en dan na precies een half uur even terug naar de kleedkamer. Klaar voor de halve finale tegen Zweden, aftrap woensdagavond negen uur.

Kijk ook naar: De weg van Oranje naar de halve finale

Het Nederlands vrouwenteam verrast de wereld bij het WK. Is het niet altijd met fonkelend spel, dan wel met klinkende resultaten op het veld en de parades van de Oranje-supporters in de Franse speelsteden. De lokale autoriteiten in Lyon hebben overigens geen toestemming gegeven voor zo’n voettocht naar het stadion.

Wat geluk en ongekende teamspirit leidden tot nu toe tot vijf zeges op rij. Met plaatsing voor de halve finale verzekerde Nederland zich al van deelname aan de Olympische Spelen van Tokio in 2020.

En nu staat de ploeg op de drempel van een eerste WK-finale, zoals de

mannen die bereikten in 1974, 1978 en 2010. „We voelen de druk wel, maar hebben er vooral veel zin in”, keek verdediger Dominique Bloodworth maandag vooruit op de internationale persconferentie

Lees ook: Dit zijn de speelsters van Oranje

Brede discussie

Wie er al of niet bij Oranje in de basis beginnen, het is dit WK bij de vrouwen voor het eerst net zo’n brede discussie zoals al decennia het geval is bij de mannen. Maar bondscoach Sarina Wiegman maakt het niet echt spannend. Net als de warming-up, liggen opstelling en speelwijze vast tot in detail. Lieke Martens zal ondanks een gekwetste teen spelen, net als in de kwartfinale tegen Italië. De extra klasse van de linksbuiten van Barcelona kan beslissend zijn tegen Zweden, dat als nummer negen van de FIFA-wereldranglijst één plaatsje achter Oranje staat. Het enige vraagteken is rechtsbuiten Shanice van de Sanden, die dit WK nog tobt met haar vorm en mogelijk wordt vervangen door Lineth Beerensteyn.

De Oranjevrouwen weten precies waar ze aan toe zijn bij Wiegman, die sinds het gewonnen EK van 2017 met nagenoeg dezelfde ploeg speelt. Is Stefanie van der Gragt weer fit na een knieblessure? Het boegbeeld achterin kreeg direct haar basisplaats terug in de achtste finale tegen Japan en kopte in de kwartfinale tegen Italië de 2-0 binnen uit een ingestudeerde vrije trap van Spitse. De extra aandacht die in Frankrijk in trainingen achter gesloten deuren aan spelhervattingen wordt besteed, betaalt zich dit WK dubbel en dwars uit. Oranje scoorde al zes keer uit ‘dode spelmomenten’, waaronder alle vier de goals in de knock-outfase.

Tegenstander Zweden hoopt juist te profiteren van de voorspelbare vastheid bij Nederland. Alle beelden zijn bestudeerd, vertelde bondscoach Peter Gerhardsson aan de internationale media. „We hebben een tactisch plan en ik geloof dat de speelsters dit ook aanvoelen.”

Lees ook: Sarina Wiegman: bondscoach met twee gezichten

Zware tegenstander

Na de verrassende 2-1 winst op Duitsland in de kwartfinale, de eerste Zweedse zege op ‘die Mannschaft’ op een groot toernooi in 24 jaar, is het zelfvertrouwen groot. Gerhardsson toonde zich een liefhebber van het Nederlandse voetbal sinds het WK van 1974, en noemt Oranje „een zware tegenstander” op weg naar de finale. „Maar de speelsters en staf geloven echt dat we kunnen winnen en door kunnen gaan.“

Tot voor een paar jaar geleden gold Zweden als het beloofde land voor vrouwen die als prof wilden voetballen. Nederlandse speelsters als Manon Melis, Kirsten van de Ven en de huidige internationals Martens en Daniëlle van de Donk speelden in de Zweedse competitie. Het EK van 2013 groeide uit tot een volksfeest waarin gastland Zweden de halve finale haalde. Drie jaar later pakte de ploeg olympisch zilver in Rio onder de legendarische coach Pia Sundhage, die eerder de VS naar goud leidde in 2008 en 2012. Bij het EK van 2017 werden de Zweedse vrouwen in de kwartfinale verrast door snelle counters van Nederland, dat met 2-0 won. Maar inmiddels is Oranje allang geen onbekende outsider meer.