Opinie

Vergis je niet, Gökmen T. staat niet alleen

Tramschutter Gökmen T. haalde in zijn eentje de trekker over, maar met zijn theatrale optreden in de rechtbank plaatst hij zich in een brede antidemocratische traditie, schrijven

Illustratie Hajo

Gebruik de rechtszaal als tribune, en je proces als megafoon. Dat advies gaf Anders Breivik zijn volgelingen mee in het manifest dat hij op de dag van de aanslagen in Oslo en Utøya per mail verspreidde. Nederlandse terrorismezaken verliepen de afgelopen jaren meestal een stuk minder spectaculair. De terrorismeverdachten ontkenden immers bijna allemaal bij hoog en laag echt een terrorist te zijn geweest. Ze bedoelden het niet zo. Ze gingen op vakantie. Ze werkten in het Kalifaat bij de vuilnisophaaldienst.

Maar maandag was er in Utrecht een rechtszaak die precies de toneelrichtlijnen van Breivik volgde. En niet alleen die van Breivik. Ook eerdere terroristische organisaties zoals de RAF wisten heel goed hoe je van rechtszaken een unieke gelegenheid kunt maken om je boodschap te laten horen. De daad is gepleegd, de dader is van publieke aandacht verzekerd. Voor het oog van verzamelde pers hoeft de aangeklaagde slechts zijn ‘moment’ te pakken, de rechtszaal als theater te gebruiken en zijn boodschap van haat, wraak en woede de wereld in te slingeren.

Om zo het leed van de slachtoffers en de ontzetting in de samenleving nog verder aan te wakkeren. En wellicht nieuwe rekruten te werven. Want dat is wat veel terroristen beogen, hun verzet tegen vermeend onrecht voortzetten in de rechtszaal om daarmee nieuwe aandacht en steun voor hun verhaal te genereren.

Maandag werd het aan het Vrouwe Justitiaplein in Utrecht een show. De vraag is daarbij vooral wát voor show: een theater waarbij de aangeklaagde de regie heeft, en zijn versie van het onrecht voor het voetlicht weet te brengen? Of kan de rechtszaak ook als demonstratie van recht en gerechtigheid worden gezien?

Het AD noemde Gökmen T.’s optreden een ‘klap in het gezicht van de slachtoffers’. In het artikel werden Gökmens uitlatingen afgedaan als ‘een onsamenhangend betoog over democratie en sharia’. Het proces en de tentoongespreide haat door de aangeklaagde is voor de nabestaanden en slachtoffers ontegenzeggenlijk extra pijnlijk en traumatiserend. Maar juist daarom zou het een vergissing zijn de uitlatingen van Gökmen af te doen als het raaskallen van een verwarde.

Hij deed wat terreurgroepen voor hem al deden

Wat Gökmen T. deed, was ‘tekstboek-terrorisme in de rechtszaal’. Hij deed wat terreurgroep RaRa en de krakers deden, wat IS en Al Qaida-verdachten elders ook hebben gedaan. Hij ontkende de legitimiteit van het rechtssysteem in Nederland. Hij beschreef de moorden als ultieme daad van wraak en vergelding, die een reactie waren op het feit dat moslims wereldwijd door het Westen onrecht is aangedaan. En hij gebruikte zijn spreekrecht in de rechtszaal om dat onrecht aan te kaarten (en de slachtoffers verder te vernederen). „Moslims worden door Nederlandse militairen [..] overal doodgemaakt. Denken jullie nou echt dat wij niets terug zullen doen?”.

Helderder kun je het niet krijgen. ‘Revenge, renown, reaction’ – zoals politicoloog Louise Richardson in haar klassieke werk Wat willen terroristen al schreef. En daar zou je dus nog een vierde r, van ‘radical redemption’ (verlossing) aan kunnen toevoegen. De dader zelf is de engel der wrake, die met goddelijke opdracht (dat lijkt de aangeklaagde te suggereren, maar hij zegt het niet expliciet), gekomen is om het oordeel te voltrekken.

Gökmen T. wordt nog verder onderzocht in het Pieter Baan Centrum, en er zijn indicaties dat er sprake van stoornissen zou kunnen zijn. Dat neemt niet weg dat de aangeklaagde ook eerder al, en maandag weer, precies het toneelstuk opvoerde dat hij zelf had voorbereid: hij gebruikte de eenheid van tijd, plaats en handeling in de zaal waar alles samenkomt – daders, slachtoffers, omstanders, rechters, aanklagers, media – om zijn boodschap van onrecht en wraak de media in te slingeren. Hij verafschuwt de democratie en haat democraten omdat ze „moslims laten verdrinken”.

Lees ook: Gökmen T. Een tijdje moslim, dan weer een tijdje junk

We moeten dit script niet afdoen als verward gezwatel, maar de explosieve kracht van antidemocratische ideologieën bloedserieus nemen (hoeveel aandoeningen iemand daarnaast ook nog kan hebben). Neem de terroristen, hun manifesten en hun ‘geraaskal’ dus serieus. Neem minachting voor de democratie en het recht serieus, om nieuwe ontsporingen tijdig te voorkomen.

Hoe dan? Door figuren als Gökmen T. die eerder al luidruchtig hun antidemocratische gal spuwden in de gaten te houden, te luisteren, er tegen in te gaan en ze ‘te verstoren’. En ook de discussie te openen of dergelijk antidemocratisch venijn, net als in Duitsland, al strafbaar gesteld kan worden voordat er openlijk geweld in het spel is. Hoeder van de democratie – dat is niet alleen een rol die de AIVD of Justitie moet pakken. Maar ook wij, het grotere publiek, de gemeenschap of bekenden van iemand als Gökmen T.

Het reservoir vol onrechtfrustratie loopt soms over

Er zijn genoeg radicale onrechtpredikers en antidemocraten die de daad niet bij het woord zullen voegen. Die niet zullen gaan schieten. Wanneer het reservoir van onrechtfrustraties maar vol genoeg wordt, zit er altijd eentje bij voor wie schieten een uitkomst biedt. Of het nu een jihadist betreft zoals Gökmen T. of een rechtsextremist zoals Stephan E., die CDU-politicus Lübcke dood schoot. Om zichzelf en anderen van de democratie te verlossen.

Als OM, rechters, en media het antidemocratische gedachtengoed serieus nemen, dat als dreiging aanmerken en veroordelen, kan de rechtszaal alsnog een theater van rechtsherstel zijn: voor slachtoffers en nabestaanden, vanzelfsprekend. Maar het kan ook nieuwe radicaliserende jongeren afschrikken en ons als publiek doordringen van het gevaar van antidemocratische gedragingen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.