Toch weer een VVD’er als voorzitter in de Eerste Kamer

Eerste Kamer VVD-senator Jan Anthonie Bruijn is de nieuwe Eerste Kamervoorzitter. D66 en GroenLinks hielden elkaar van de overwinning af.

Jan Anthonie Bruijn (VVD) is zojuist verkozen tot voorzitter van de Eerste Kamer.
Jan Anthonie Bruijn (VVD) is zojuist verkozen tot voorzitter van de Eerste Kamer. Foto Bart Maat/ANP

De favoriet won, maar geruisloos ging het niet. VVD’er Jan Anthonie Bruijn, de nieuwe voorzitter van de Eerste Kamer, versloeg dinsdag in drie stemrondes zijn tegenstrevers Joris Backer (D66), Toine Beukering (Forum voor Democratie) en Ruard Ganzevoort (GroenLinks).

De vorige senaatsvoorzitter Ankie Broekers-Knol werd vorige maand benoemd tot staatssecretaris van Asiel en Migratie. De campagne voor haar opvolging was door FVD vooraf opgepompt tot een uitdaging aan het adres van de andere partijen. Bij de Provinciale Statenverkiezingen was Forum de grootste geworden, goed voor twaalf zetels in de Eerste Kamer. Daarom „kwam het voorzitterschap in principe toe” aan hun partij, zo herhaalden FVD’ers keer op keer. Dat zou „gebruikelijk” zijn.

Maar als het verloop van de stemming iets bewees, is het dat het partijlandschap voor zulke gewoontes en onderlinge akkoordjes veel te versplinterd is geraakt. FVD-kandidaat Toine Beukering speelde nauwelijks een rol. De generaal buiten dienst zette zichzelf al bij voorbaat buiten spel door in juni in een interview met De Telegraaf te beweren dat de Joden zich „als makke lammetjes” naar de gaskamer lieten voeren en te speculeren dat „een Oekraïense gek” weleens achter de aanslag op de MH17 had kunnen zitten.

Behalve zijn eigen fractie (12 senatoren) kreeg Beukering alleen de vijf senatoren van de PVV achter zich, zo bleek na de eerste stemronde. Zelfs de SGP, die een maand eerder nog een restzetel in de Eerste Kamer binnensleepte met dank aan een provinciale FVD-stem, gunde hem geen stem.

GroenLinks aan kop

GroenLinkser Ganzevoort ging na die eerste ronde aan de leiding, op één stem gevolgd door VVD’er Bruijn. Op dat moment deed D66 in de coulissen een opmerkelijk voorstel: niet Ganzevoort, maar de eigen kandidaat Joris Backer zou het meest kansrijk zijn in een tweestrijd tegen Bruijn. Ganzevoort trok zijn stemmen haast uitsluitend op links, redeneerde D66, maar Backer kon bij zo’n strijd ook bij CDA en zelfs FVD op stemmen rekenen. En dus probeerde D66 stemmen van Ganzevoort te winnen.

Bruijn was vooraf favoriet. Maar GroenLinks en D66 voelden dat hij te verslaan was. Juist Bruijn kreeg de moeilijkste vragen, voorafgaand aan de stemming, vooral over zijn bijbanen. De vorige senaat kreeg te maken met tal van affaires en stelde voor het eerst een eigen integriteitscode in. Daarbij, oordeelden veel senatoren, paste ook een waakzame voorzitter.

Onderzoek door NRC liet vorige maand zien dat Bruijn van alle 75 Eerste Kamerleden de meeste functies naast zijn senatorschap heeft: negentien, van zijn baan als immunopatholoog in het Leids Universitair Medisch Centrum tot voorzitter van de raad van toezicht van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, van ambassadeur voor het platform Bèta Techniek tot adviseur bij het Tulpenbal, een chic stijldansgala.

Lees hier meer over de bijbanen van senatoren

Leiden al die functies niet tot te veel tegenstrijdige belangen en te weinig tijd voor het senatorschap? Toen NRC het hem vroeg, vond Bruijn nog van niet: „Dat hele Tulpenbal, daar ben ik nog nooit geweest.”

Minder bijbanen

Dinsdag ging hij alsnog overstag. Inhoudelijk was met zijn bijbanen niets mis, daar bleef hij bij. Maar als het voorzitterschap daarom vroeg, zou hij graag minder werken en zijn hoeveelheid bijbanen verminderen.

Het was niet het enige obstakel voor Bruijn. Zowel Backer als Ganzevoort kon onder collega’s op veel sympathie rekenen. De VVD’er, die bekend staat als onderkoeld, deed zijn best zich van een andere kant te laten zien. Hij strooide bij zijn toespraak met persoonlijke anekdotes en probeerde de senatoren met grapjes voor zich te winnen. „Kiest u mij”, hield hij ze voor, „dan is er in ieder geval altijd een arts in de zaal.”

Maar zijn grootste obstakel was de zweem van partijdigheid. De voorzitter van de Eerste Kamer behoort boven de partijen te staan. Bruijn staat juist bekend als een uitgesproken voorvechter van zijn partij- en coalitiebelang. Hij schreef mee aan meerdere VVD-verkiezingsprogramma’s en verdedigde vorige maand nog een controversieel kabinetsvoorstel over een omstreden renteverhoging op studieleningen met een verwijzing naar het regeerakkoord. Het was uitgerekend Ganzevoort die hem erop wees dat de Eerste Kamer aan zulke regeerakkoorden niet is gebonden.

Bruijn en Ganzevoort bleven uiteindelijk over. VVD, CDA, PVV, SGP en enkele leden van D66 en de ChristenUnie steunden Bruijn.