Soros en Koch hebben het niet zo op Trump, dus beginnen ze een denktank

VS De Amerikaanse miljardairs George Soros, een omstreden liberaal, en Charles Koch, een omstreden conservatief, beginnen samen een denktank in Washington: het Quincy Institute.

George Soros en Charles Koch
George Soros en Charles Koch Foto AP/AFP

De een is de steenrijke financier van internationale progressieve initiatieven. De ander heeft met zijn oliemiljoenen de conservatieve vleugel van de Republikeinse Partij groot gemaakt. Nu richten de Amerikaanse miljardairs George Soros en Charles Koch samen een denktank op in Washington, het Quincy Institute.

In het gepolariseerde Amerikaanse politieke klimaat is de samenwerking tussen de linkse internationalist Soros en de rechts-libertaire vrije markt-adept Koch op het eerste gezicht opmerkelijk, maar de twee hebben elkaar kennelijk gevonden in hun verzet tegen Trumps isolationisme.

Hun „handelingsgerichte” denktank, vernoemd naar de zesde president van de Verenigde Staten, John Quincy Adams, wil de grondvesten voor nieuw Amerikaans buitenlands beleid leggen, gericht op „diplomatieke betrokkenheid en militaire terughoudendheid”. De denktank, die zijn openbare werkzaamheden in november zal beginnen, wordt opgericht „omdat de huidige toestand van ons land dit noodzakelijk maakt”.

Soros, een van oorsprong Hongaarse investeerder die in 1992 miljardair werd door op de val van het Britse pond te speculeren, is met zijn filantropische stichting Open Society mikpunt geworden van conservatieve en van antisemitische vijandelijkheden. Ook president Trump heeft hem via Twitter al eens aangevallen, toen hij demonstranten tegen kandidaat-rechter Brett Kavanaugh aanwreef dat ze „betaald zijn door Soros en anderen”.

Belasting voor ultra-rijken

Soros, die zich onlangs aansloot bij een groep miljardairs die pleit voor een belasting voor de ultra-rijken, steunt progressieve politici en ambtsdragers via het politieke actiecomité Recht en Openbare Veiligheid. Zo versloegen deze maand in Virginia twee Democratische uitdagers hun zittende partijgenoten in de race om het ambt van hoofdofficier van justitie. Soros had 1 miljoen dollar in hun campagnes gestoken.

Charles Koch leidt met zijn broer David Koch Industries, het oliebedrijf dat hun vader oprichtte. Daarnaast zijn de gebroeders Koch al jarenlang actieve conservatieve lobbyisten en geldschieters van Republikeinse politici – vorig jaar werd bekend dat David terugtreedt uit bedrijf en politieke nevenactiviteiten wegens gezondheidsproblemen. De Koch-lobby is gericht op belastingverlaging en het afschaffen van regels die vrij ondernemerschap in de weg staan. Ook verzet zij zich tegen regels voor de beperking van CO2-uitstoot.

Met Trump, die toch belastingen heeft verlaagd en veel regels voor ondernemers heeft afgeschaft, heeft Charles Koch weinig op. In de presidentsrace van 2016 weigerden de broers al hun steun aan kandidaat Trump te betuigen. In januari berichtte The Washington Post dat Charles Koch zijn netwerk van financiers liet weten dat hij zich niet zal inzetten voor de verkiezingscampagne van 2020.

Koch tegen protectionisme

Koch ziet niets in het protectionistische handelsbeleid van de president. De voorman van de lobbytak van Koch, Americans for Prosperity, zei vorig jaar dat „er betere manieren zijn om over handelsverdragen te onderhandelen dan door Amerikaanse consumenten en bedrijven te straffen met hogere kosten”. Ze maakten daarbij bekend dat ze miljoenen hadden uitgetrokken om Trumps agressieve handelspolitiek te bestrijden. Voor Trump een reden om de „globalistische broers Koch” af te serveren. „Ik heb hun steun niet nodig”, twitterde hij.

The Boston Globe, die als eerste over het Quincy Institute berichtte, schreef in een commentaar dat een instituut dat diplomatie en terughoudendheid wil bevorderen, een radicaal idee is in Washington, „waar elke grote denktank een of andere variant van hetzij neoconservatief militarisme dan wel progressief interventionisme propageert”.