De 13-jarige Ahmed (Idir Ben Addi) radicaliseert razendsnel in ‘Le jeune Ahmed’.

Interview

‘Religieus fanatisme legt het uiteindelijk af tegen het leven’

Gebroeders Dardenne De Waalse broers maakten met ‘Le jeune Ahmed’ een film over islamitisch fanatisme. „Hoe kunnen wij wegkijken als jonge Fransen en Belgen kiezen voor zelfmoordterrorisme?”

Is dit de meest pessimistische film van de gebroeders Dardenne? „Een zekere mate van pessimisme is onmiskenbaar”, peinst Jean-Pierre Dardenne in Cannes. „Onze films gaan vaak over beschadigde of moeilijke jongeren die uit het schulp worden gelokt. Met Ahmed heeft iedereen het beste voor, en niemand krijgt grip op hem.”

Op het filmfestival gaat Le jeune Ahmed van de Waalse filmmakers Jean-Pierre (68) en Luc (65) Dardenne in première. Een film over een 13-jarige islamitische fanaticus; Idir Ben Addi is een puber met brilletje en dons op de kin. Een kind nog, maar vastbesloten zijn lerares Arabisch Inès dood te steken omdat zij een afvallige is. Dat hoorde Ahmeds namelijk van zijn salafistische imam, tevens kruidenier. „Religieus fanatisme is een bezetenheid, ook voor ons blijft het een raadsel wat er in Ahmeds hoofd omgaat”, zegt Jean-Pierre Dardenne.

Le jeune Ahmed werkt als een thriller: doet hij het of doet hij het niet? Met Ahmed als zwarte doos die zijn geheimen tot de laatste seconde verborgen houdt. Het blijkt een zeer effectief vertelmechanisme: de Dardennes verlaten Cannes dit jaar met de prijs voor beste regie. Eerder wonnen ze al twee Gouden Palmen (Rosetta, 1999, L’Enfant, 2005) een Grand Prix (Le gamin au vélo, 2011) en de scenarioprijs (Le silence de Lorna, 2008).

Alleen de Brit Ken Loach overtreft die palmares. Een geestverwant, want net als de Dardennes afkomstig uit links-activistische hoek: zij rolden de filmwereld in via documentaires over arbeidersstrijd in de roestbelt van Luik. Gezien die achtergrond valt het op dat de broers afstand nemen van sociaal-economische verklaringen. Luc Dardenne: „Wij willen islamitisch fanatisme serieus nemen en niet wegmoffelen.”

Eigenlijk is Le jeune Ahmed hun eerste actuele politieke film, bevestigen de broers tijdens een persgesprek in Cannes: hun oeuvre bestaat uit sociaal-economische moraalvertellingen. Waarom ze zich in dat mijnenveld wagen na de terreuraanslagen van 2015 en 2016 in Parijs en Brussel? Jean-Pierre: „Het antwoord ligt in uw vraag besloten. Wanneer wij beweren dat onze cinema een blik op onze wereld is, hoe kunnen wij dan wegkijken als jonge Fransen en Belgen bij ons om de hoek kiezen voor zelfmoordterrorisme? Dat debat kunnen wij niet ontduiken.”

Ahmed is een frustrerende antagonist. Iedereen wil hem helpen: moeder, leraar, rechter, begeleiders. Maar hij blijft zich afsluiten.

Luc: „Want hij is een fanaticus! Vriendelijkheid ziet hij als een verleiding. Ahmeds rolmodellen zijn doden, martelaars. Die zijn rein en puur. Zijn hele logica draait om de dood, die volgens zijn imam maar een muggenprik is. Daar kom je met argumenten of warmte niet doorheen, er is iets fundamenteels nodig.”

Jean-Pierre: „Het griezelige van fanatisme is juist dat men zo rotsvast in eigen gelijk en superioriteit gelooft. Maar ook een jihadist roept met de dood voor ogen vaak om zijn mama, niet om Allah.”

Lees ook: Hoe God terugkeerde in de bioscoop

„Maar we hadden ook een ander motief om Ahmed met alleen liefde te omringen. Voeren wij in onze film ook maar één racistische agent op, dan kunt u al denken: hij is geradicaliseerd uit woede over racisme of sociaal-economische achterstelling of verwaarlozing thuis of pesten op school. Toch vindt radicalisering in het Midden-Oosten en West-Europa plaats, bij arm en bij rijk. Kijk naar Osama bin Laden of de vliegtuigkapers van 9/11.”

Hoe is Ahmed precies geradicaliseerd?

Luc: „Daar wilden wij het niet over hebben. In de film is zijn radicalisering voltooid, het gaat erom of er een uitweg is. Maar oké: Ahmed is dertien, dan schep je afstand naar je ouders en zoek je nieuwe rolmodellen en idolen. Hij heeft pech dan een imam tegen te komen die hem een obsessie inprent met rein en onrein, halal en haram. Op de achtergrond is er ontzag voor een oudere neef die stierf in de jihad.”

Jean-Pierre: „Pubers en adolescenten zijn een vruchtbare bodem voor radicale ideeën, ze kunnen bijzonder ernstig en van zichzelf overtuigd zijn. Ahmed weigert al heel snel zijn moeder te omhelzen omdat ze een glas wijn drinkt en geen hijab draagt.”

Seksuele frustratie speelt een rol in uw film. Ziet u erotiek als medicijn tegen fanatisme?

Jean-Pierre: „Ahmed heeft zichzelf opgesloten in een mentale kerker, hij is lid van een doodscultus. Seks is de roep van het leven en beroert het diepste wezen van de mens. Ahmed kan Louise, het meisje van de boerderij, gewoon niet negeren. Als zij glimlacht kan hij alleen teruglachen. Zij trekt hem richting het leven. Maar of dat uiteindelijk de doorslag geeft?”

Lees hier de recensie van ‘Le jeune Ahmed’

Luc: „We zijn misschien wat optimistisch over de liefde. We hebben veel gepraat met expert Fethi Benslama, die met jonge jihadisten werkt. Hij vertelde ons dat ze juist heel vaak met succes hun vriendinnen radicaliseren.”

Hoe hebben jullie acteur Idir Ben Addi op deze rol voorbereid?

Jean-Pierre: „Door vooral op het lichamelijke te focussen. Wie religie bestudeert, realiseert zich al snel dat het om het lichaam draait. De rituelen van de eredienst, gebed of reiniging hebben een specifieke choreografie. Een fanaticus laveert door een bedreigende buitenwereld, hij bakent steeds de grenzen af tussen rein en onrein. Ahmed is geobsedeerd door wat hij wel en niet mag aanraken. Dat illustreert perfect de mentale kooi waarin hij zichzelf opsloot.”

U noemde Ahmed een raadsel. Hoe verplaatst u zich in een raadsel?

Luc: „Wij houden heel erg van Ahmed. Dat moet wel, anders zou u als kijker niets voor hem voelen. Wij hebben medelijden met hem omdat hij niet van het leven kan genieten. Ahmed is doodongelukkig. Dat realiseert hij zich niet omdat hij zichzelf wijsmaakt dat hij zuiver is en naar het paradijs gaat. Maar op veel dieper niveau is hij eenzaam en wanhopig.”

Jean-Pierre: „Het klinkt misschien naïef, maar we geloven dat totalitarisme en religieus fanatisme het uiteindelijk afleggen tegen het leven. Misschien na een taaie strijd, maar historisch gezien wint het leven altijd.”