Poetsplatform mag lonen schoonmakers niet afromen

Arbeidsrecht Helpling koppelt klanten aan schoonmakers. Daarvoor betaalt de schoonmaker. En dat mag niet, vindt de rechter.

Online schoonmaakplatform Helpling mag schoonmakers geen bemiddelingskosten meer in rekening brengen. Dat heeft de Amsterdamse kantonrechter maandag bepaald in een zaak die was aangespannen door vakbond FNV.

Het van oorsprong Duitse bedrijf Helpling koppelt schoonmaakhulpen via een online platform aan huishoudens. De onderneming verdient aan haar platform door op het loon van de schoonmakers een bedrag in te houden. Die commissie ligt tussen de 23 en 32 procent, afhankelijk van de duur van de opdracht.

De rechter maakt nu een einde aan dit verdienmodel. Helpling speelt volgens de rechtbank „een actieve rol” in de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst tussen huishouden en schoonmaker. Daarmee kwalificeert het bedrijf als arbeidsbemiddelaar. Voor arbeidsbemiddeling mogen bedrijven werkzoekenden geen kosten of andere tegenprestatie in rekening brengen. Helpling krijgt tot 1 augustus de tijd zijn verdienmodel aan te passen, op straffe van een dwangsom van 2.500 euro per dag.

Een woordvoerder van Helpling laat weten dat het bedrijf meerdere mogelijkheden heeft om geld te verdienen aan zijn platform zónder de inkomsten van schoonmaakhulpen af te romen. Te denken valt aan „een abonnementsmodel” of een „matching fee”. In beide gevallen betaalt de klant – degene die de huishoudelijke hulp inhuurt – de commissie, zoals gebruikelijk is bij vergelijkbare diensten voor onder meer kinderoppassen. In het Verenigd Koninkrijk en Ierland verdient Helpling zijn geld nu al op die manier, vertelt de woordvoerder.

Vraag is of zo’n aanpassing in de praktijk veel verandert. Schoonmakers die gebruikmaken van Helpling bepalen zelf hun tarief, binnen bepaalde grenzen. De mogelijkheid bestaat dat zij onder druk van de concurrentie simpelweg hun tarief verlagen als ze geen commissie meer hoeven af te dragen. In dat geval merken schoonmakers en klanten er niet of nauwelijks iets van.

Schoonmaak-cao

Vakbond FNV spande de zaak tegen Helpling afgelopen najaar aan samen met een schoonmaakster die via het platform werkte. FNV vond dat er sprake was van een arbeidsrelatie en dat het online platform dus de schoonmaak-cao diende toe te passen en de schoonmakers in dienst had moeten nemen. Daar ging de rechter niet in mee: Helpling „is meer dan een online prikbord”, maar tegelijkertijd hebben schoonmakers genoeg vrijheid om het eigen werk naar eigen inzicht in te richten.

Helpling, sinds 2014 in Nederland actief, schrijft in een reactie zich gesterkt te voelen door de uitspraak van de rechter. Opvallend genoeg zegt ook FNV in een reactie „heel blij” te zijn met het vonnis. Zakaria Boufangacha, lid van het dagelijks bestuur, merkt op dat de rechter bevestigt dat „Helpling veel meer is dan een digitaal prikbord en dat het de spelregels bepaalt tussen schoonmaker en huishouden”. Of één van beide partijen in beroep gaat is onbekend.